Verstening toekomst Uiterweggebied?

Door: Joop Kok. Dinsdag 31 augustus wordt voor de tweede maal in een commissievergadering het plan Marinapark behandeld. Toen op 16 juni het plan behandeld werd in de commissie Ruimte & Economie, klaagden diverse betrokken partijen, waaronder de Bovenlanden, over de slecht verlopen communicatie en D66 raadslid Willem Kikkert vroeg zich af of het bestemmingsplan nu wel of niet in overeenstemming was met de structuurvisie. Besloten werd om het plan nogmaals in een raadscommissie te behandelen zodat de Bovenlanden meer tijd had om zijn visie uit te werken en wethouder Bart Kabout de ruimte kreeg om in een aanvullende nota één en ander te verduidelijken.

In juni verscheen ook al een artikel op dit medium over de bezwaren tegen Marinapark en de gebrekkige communicatie hieromtrent.

STUW
Wat bewoners, kwekers, watersportbedrijven en stichting de Bovenlanden wilden, was wel duidelijk. Men had als Stichting Transformatie Uiterweg Westeinderplas, kortweg STUW genoemd, een studie laten verrichten door Atelier Loos van Vliet. Dat had verschillende suggesties gedaan van hoe groen en recreatie elkaar zouden kunnen versterken en hoe je exclusief te midden van groen en water een unieke ervaring zou kunnen ondergaan.

Bebouwing ondergeschikt
Niet geheel conform die gedachte maar wel om te voorkomen dat er al te grootschalige gebouwen in het landschap zouden verschijnen, werd in de structuurvisie op blz 49 het volgende gesteld: ‘Bebouwing achter het lint is ondergeschikt in massa, schaal en bouwhoogte ten opzichte van de bebouwing aan het lint. De nok- en goothoogte van bebouwing achter het lint is altijd lager dan die van het lint. De massa achter het lint bestaat daarom uit maximaal 1 bouwlaag met eventueel een kap. De nok van de massa achter het lint is maximaal 7 meter hoog, de goot van de bebouwing maximaal 3,50 meter.’ Ter vergelijk, op Terschelling mag de goothoogte van een recreatiewoning ten hoogste 2,80 m zijn en de nokhoogte 7,00 m.

Artist impression, atelier Loos van Vliet

Landschappelijk beeld
In het voorliggende bestemmingsplan worden de hoogtematen zoals in het structuurplan omschreven, niet aangehouden. Voor de recreatiewoningen nabij de Ringvaart gaat men respectievelijk uit van 4 en 6 meter en voor de overige recreatiewoningen van 5 en 7 meter. Het College verklaart deze forse toename met het argument dat de bebouwing aan het lint vaak al hoger is en dat de toegestane hoogtes in het oude bestemmingsplan, waarbij er sprake was van bedrijfspanden of kassen, beduidend hoger waren. Wat dit oplevert voor het landschappelijke beeld, of de al of niet ervaring van groen als je je er doorheen beweegt, lijkt voor het College van geen enkel belang, daar wordt niet over gesproken.

Oprekken
De architect krijgt zelfs ruimte om de ‘zaak’ nog wat op te rekken. De bootsuites zijn tov elkaar gespiegeld, aangezien de nok niet in het midden van een bootsuite ligt, ontstaat er een snijvlak dat hoger ligt dan de 5 meter die men zegt na te streven. Voor mij een raadsel hoe dit kan, hier is wel degelijk een goot gecreëerd. Hoe is het mogelijk dat dit voorstel aan de Raad wordt voorgelegd? Ook voor de bootappartementen wordt een truc toegepast. Een dakkapel is niet toegestaan, maar om voldoende staruimte bij de gevels te creëren wordt een deel van de gevel doorgetrokken tot boven goothoogte. Die blijft op 5m en tja het wat hoger gelegen dakje boven de raampartij valt niet onder de definitie van goot. Ook wat betreft het aantal vierkante meters te mogen bebouwen oppervlak, wordt alles gedaan om dat zo hoog mogelijk te krijgen. Zo wordt dat wat niet gebouwd is, maar wel had gemogen meegerekend.

Werkelijke intentie
Voorbeelden die de werkelijke intentie weergeven van wat het College wil, niet dat wat je leest als je de structuurvisie doorneemt. Dat gaat over vergroening, kleinschaligheid, proef je nog een snufje romantiek en is er oog voor dat wat de Westeinder en zijn oevers zo bijzonder maakt. Ook gaat het College niet in op de nieuwste ideeën op het gebied van recreëren. Regio Amsterdam wil inzetten op de ontwikkeling van de Westeinderscheg, het gebied dat vanuit de stad via de Ringvaart en het Amsterdamse Bos doorloopt tot aan de rietlanden bij Leimuiden. De Groene As met zijn doorgang langs het betreffende gebied richting Westeinder. Het College gaat daar niet op in, zij lijkt alleen oog te hebben voor de investeerder. En waarom? Voor de paar euro die de mensen gaan besteden bij de Lidl, AH of de Deen? Voor die ene keer in de week dat ze uit eten gaan? Voor mij een raadsel, want als je naar de bijeffecten kijkt, die zijn niet mis.

Precedentwerking
Wanneer dit plan wordt aangenomen ontstaat er een precedentwerking waar de gevolgen niet van zijn te overzien. Vanaf dat moment krijgt iedere ondernemer alle ruimte om de grenzen te zoeken om zo veel, zo hoog en zo intensief mogelijk te bouwen. Vergroening? Vergeet het maar, het Marinapark opent alle deuren om door handig toepassen van de regels het Uiterweggebied volledig te verstenen. En is dat wat we willen?

Lees vorig bericht

Foto 358: verzin en win

Lees volgend bericht

Goud voor Jetze Plat, Ruben Spaargaren op koers


3 Reacties

  • Als ik dit artikel lees denk ik: wat een ontzettend slecht idee dan, dat Marinapark?! Dit is toch niet wat Aalsmeer wil voor dat gebied..

  • Mooi stuk Joop, schrijf ook een zo passievol over Fort Kudelstaart….

  • Goed stuk dat de spijker op zijn kop raakt.

Plaats reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *