Pierre’s Pennenstreken: ‘Bovenop het nu’

Door: Pierre Tuning. Pennenstreek 444. Misschien dat niet iedereen het besefte, maar Pieter Waterdrinker bracht ons in de Oude Veiling dichter bij de geschiedenis dan wij ooit hebben meegemaakt. Of zullen meemaken. Behalve als de bom valt – maar dan komt er sowieso een einde aan de geschiedenis en begint de ‘posthistorie’. (Niet de geschiedenis van de PTT, maar de tegenstelling van ‘prehistorie’ – of de terugkeer daarvan…)

Verhalen
Ik had een korte inleiding bedacht (6’) om de lezing van de in Nederland teruggekeerde – of uit Rusland gedeporteerde – schrijver te introduceren, die was uitgenodigd om zijn tiende(!) roman te presenteren: Biecht aan mijn vrouw. En, hopende dat de toehoorders niet al te zeer zouden worden afgeleid door mijn  vaste begeleider Parkinson, zei ik het volgende:

‘Er zijn mensen die ervan overtuigd zijn, dat toeval niet bestaat. Anderen vinden juist, dat álles toevallig is. Ik behoor tot die laatste groep – maar misschien maakt het allemaal niks uit.

De jonge Pieter Waterdrinker komt in de plaatselijke bibliotheek en trekt een willekeurig boek uit de kast. Het blijkt een boek van Toergenjev te zijn, toevallig de allergrootste van alle geniale dundruk-schrijvers uit de Russische Bibliotheek van Van Oorschot. Als dat niet was gebeurd, was Pieter Waterdrinker geen romans gaan schrijven en was hij hier niet geweest.

Volgens Noah Harari, de schrijver van Sapiens, Een kleine geschiedenis van de mensheid, zijn wij als mensen de enige wezens die in staat zijn om verhalen en concepten te bedenken die los staan van de fysieke en biologische realiteit en er ook in te geloven. Wij leven in verhalen.

Hoe ouder ik wordt, hoe meer ik tot de conclusie kom, dat wij allemaal constant bezig zijn onze toevallige ervaringen te verwerken tot een persoonlijk levensverhaal. Ons eigen levensverhaal, waarin wij geloven en waarvan wij niet meer loskomen. Net als de personages die figureren in de romans en verhalen van Pieter Waterdrinker, die als het ware gevangen zitten in hun eigen levensverhaal.

Vanaf het eerste verhaal dat ik las, had ik iets met deze schrijver. ‘De orgelbouwer van Kazan’ in zijn boek De correspondent begint met de zinsnede: ‘In mijn hoedanigheid van correspondent, heb ik één keer in mijn leven een moordzaak opgelost, of bijna opgelost’. Kazan ligt in het voornamelijk islamitische Tatarstan, waar Waterdrinker veel ‘wodka-moslims’ aantreft. Dat een Nederlandse christelijke orgelbouwer daar mogelijk door moslims was omgebracht, kon beter niet aan de grote klok worden gehangen, vond men op de Nederlandse ambassade. Ambassadeur was toen Tiddo Pieter Hofstee. Was hij degene die erop wees wat er in Nederland aan de gang was, ‘met de opkomst van die kale griezel [bedoeld werd: Pim Fortuyn] die op een golf sociale rancune, in wolken moerasgas, aan de macht probeerde te komen? En die mogelijk garen zou spinnen bij het gerucht dat een Nederlander door moslims was vermoord?’

Schrijvershuisje
‘Toen ik het boek Biecht aan mijn vrouw had gelezen, moest ik denken aan het bekende gedicht van Ed. Hoornik:

Hebben en zijn
Op school stonden ze op het bord geschreven.
Het werkwoord hebben en het werkwoord zijn;
Hiermee was tijd, was eeuwigheid gegeven,
De ene werklijkheid, de andre schijn.

Tussen het ‘hebben’ en het ‘zijn’ speelt de wereld zich af. In het boek van Pieter Waterdrinker is dat de Amsterdamse Spuistraat in coronatijd. Het ‘zijn’: de schrijver bevindt zich tijdelijk in de ‘Schrijversresidentie’, een appartementje driehoog boven de Athenaeum Boekhandel aan het Spui. Zijn vrouw zit in Frankrijk. Het ‘hebben’: het Soho House, op de hoek van de Spuistraat en de Paleisstraat – een elitaire besloten club, waarvoor je flink moet betalen om lid te worden en een hotelkamer te betrekken. (Ik heb het even opgezocht: ‘Writer in Residence’ bestaat echt. ‘Op deze plek worden sinds 2006 buitenlandse auteurs uitgenodigd om tijdelijk te wonen en te werken. Mogelijk gemaakt door het Nederlands Letterenfonds.’ Hotels met de naam Soho House bevinden zich in bijna alle wereldsteden; hotelkamers kunnen alleen betrokken worden door leden, het lidmaatschap alleen al kost € 1800 per jaar. – PT)

Je kunt wel leuk en veilig in je schrijvershuisje zitten, maar de verontrustende buitenwereld is niet te stuiten, evenals de spoken uit het verleden. Net als in de vorige romans van Pieter Waterdrinker, zijn in dit boek de personages de gevangene in hun levensverhaal. En als je die levensverhalen geloofwaardig met elkaar in botsing kunt laten komen en kunt laten versmelten, dan ben je een goede schrijver. Pieter Waterdrinker trekt je mee in zijn verhaal, alsof je er zelf bij bent.’

Boeken
De schrijver vertelt dat hij inderdaad pas in zijn veertiende levensjaar voor de allereerste keer een boek las. Als eenvoudige dorpsjongen uit Zandvoort was hij op het Eerste Christelijk Lyceum in Haarlem een vreemde eend in bijt geweest tussen de andere leerlingen, van wie er veel uit Overveen en Aerdenhout kwamen. Omdat je boeken moest lezen ‘voor de lijst’, was hij naar de bibliotheek getogen en had daar, na betaling van de nodige dubbeltjes, drie niet al te dikke boeken uit de kast getrokken, waarvan de dunste een schot in de roos bleek te zijn. Het was Eerste liefde van Ivan Toergenjev – een romantische novelle die de jonge scholier naar de totaal nieuwe wereld verplaatste van de Russische adel, die op paarden reden, zich op sledes over de sneeuw verplaatsten, Frans spraken – Russisch met het personeel – champagne dronken en jachtverhalen uitwisselden.

Dat boek smaakte naar meer; Pieter besteedde vele dubbeltjes in de bibliotheek om zijn ontwaakte leeshonger te bevredigen en nam gretig de Russische klassieken – maar ook Nederlandse schrijvers als ‘de beide Maartens’ – Biesheuvel en ’t Hart – tot zich. En in hem ontwaakte de wens om zelf ook schrijver te worden.

Na zijn eindexamen ging hij Russisch studeren, leerde in sneltreinvaart zijn lievelingsschrijvers in de oorspronkelijke taal lezen, maar stapte daarna over naar de Rechtsgeleerdheid ‘omdat dat het makkelijkste was’ – wat ook het geval bleek te zijn. Toen hij daarmee klaar was, wilde hij ‘weg uit Nederland’. Het was meer dan ‘Fernweh’, het was de sterke drang om weg te gaan, alleen maar weg. En na allerlei omzwervingen vestigde hij zich in 1996 in Rusland, als correspondent voor De Telegraaf en Vrij Nederland.

Poetin
Pieter Waterdrinker was ooggetuige van de enorme transformatie die de grauwe Sovjetmaatschappij onderging na de privatisering onder Boris Jeltsin. Alles was bezit van de staat, toen alles werd geprivatiseerd, wist de gewone Rus nauwelijks wat ‘bezit’ betekende. ‘Je krijgt je huis in eigendom. “Maar ik woon er  toch al?” Ja, maar nu is het van jou en niet meer van de staat.’

Kleine bedrijven werden gratis weggeven aan het personeel of publiekelijk geveild. Iedere Rus kreeg een ‘voucher’ – een aandeel in een bedrijf – waarvan veel mensen niet wisten wat ze ermee aan moesten en die voor een habbekrats van de hand deden aan handige jongens, die alles opkochten en de grote industrieën en olie- en gasbedrijven in handen kregen: de miljardairs die we nu kennen als ‘oligarchen’. Grote steden als Moskou en Sint-Petersburg kregen in no-tempo een westers aanzien, met luxe winkels, verkeersdrukte, McDonalds(!), modeketens en dure nachtclubs en restaurants.

Precies op 31 december 1999 legde Jeltsin onverwacht het presidentschap neer. Tot de eerstvolgende verkiezingen nam de ex-FSB-chef Vladimir Poetin zijn functie over – hij zou de macht niet meer uit handen geven. Na de chaotische periode-Jeltsin zorgde Poetin aanvankelijk voor een redelijke stabiliteit en economische welvaart. Maar, terwijl het verschil tussen arm en rijk steeds meer toenam, ontwikkelde hij zich van democraat tot autocraat, van dictator tot tirannieke despoot, omringd door een nationalistische hofhouding van oligarchen. Voor het geringste teken van protest of oppositie kan je de gevangenis worden ingegooid – twee dagen, twee jaar of meer, dat weet je nooit, want rechtsonzekerheid is kenmerkend voor een regiem van repressie.

Oekraïne
Zo is Rusland weer het tsarenrijk geworden, dat het was vóór de Revolutie van 1917 – constateert Pieter Waterdrinker. De veranderingen die zich sindsdien hebben voltrokken, heeft hij beschreven in zijn roman Tsjaikovskistraat 40. Juist in die straat gebeurde het, daar in Sint-Petersburg liep Lenin rond, vlakbij zijn huis werd Raspoetin afgeslacht, de sinistere bedelmonnik die zo’n grote invloed had op de tsarenfamilie. Alle hoofdrolspelers van de revolutie bevonden zich in de buurt.

En hoe moet het nu verder met Rusland, met Oekraïne, met de oorlog? Ook Pieter Waterdrinker durft het niet te voorspellen. Poetin is als een kat in het nauw – en die kan rare sprongen maken, zoals men weet. Laten we hopen dat zijn entourage op tijd ingrijpt en zegt: nu is het welletjes…!

Foto Arjen Vos

Eén reactie

  1. Niet alleen Waterdrinker is een groot schrijver; de heer Tuning weet ook van wanten! Weer een heerlijke, rake column, Pierre, dankjewel!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *





banner_martinez
adv desiree klein
mjk-advies
LJ-de-Vries
S4H
flower art museum
historische tuin
banner_martinez
adv desiree klein
mjk-advies
LJ-de-Vries
S4H
flower art museum
historische tuin