Het wij-gevoel

Is het belangrijk om iets te zijn? Nederlander bijvoorbeeld? Of Aalsmeerder? Of Rooms-katholiek? Of protestant? Of agnost? Of moslim? Of… ‘ongelovige’? Of voetballer, muzikant, dichter, schilder, componist, wethouder, of… ‘journalist’?

Deze opsomming van zelfstandige naamwoorden is eigenlijk een opsomming van werkwoorden. Typeringen van mensen beschrijven vaak niet wat ze zijn, maar wat ze doen – en het zijn soms generalisaties van hun opvattingen. Maar alleen die opvattingen die ze aan ‘de buitenwereld’ kenbaar maken.

Er zijn mensen die zeggen dat ze er trots op zijn dat ze Nederlander zijn. Trots op wat ‘wij Nederlanders’ voor elkaar hebben gekregen. Trots op wat wordt genoemd ‘onze geschiedenis’ of ‘onze kampioenen’ of ‘ons koningshuis’ of ‘onze nationale driekleur’, of op ‘ons volkslied’.

Zij vergeten dat ook ‘Nederlander zijn’ een werkwoord is. Want ‘Nederlander zijn’ betekent het uitvoeren van rechten en plichten. Meer niet. Een verzameling van miljoenen mensen – ook wel ‘samenleving’ genoemd – is alleen maar mogelijk binnen een systeem van schriftelijk vastgelegde afspraken. Die afspraken worden ook wel ‘wetten’ of ‘rechtsregels’ genoemd. Het is nodig dat er instanties zijn die toezicht houden op de naleving van die regels: politie en justitie.

‘Nederland’ is niets anders dan een rechtssysteem waarbinnen de bewoners van dit grondgebied functioneren. Allerlei historisch gegroeide symboliek, zoals ‘vlag’, ‘volkslied’ en ‘oranje’, is niets anders dan een bevrediging van de behoefte aan ‘wij-gevoel’ dat bij de groepen jagers-verzamelaars in een ver verleden is ontstaan – en dat nog steeds bestaat bij de miljoenen mensen die elkaar niet meer van gezicht kennen maar die wel samen moeten leven.

Tussen verschillende vormen van wij-gevoel – met de daarbij horende symbolen – en een abstractie als het Nederlandse rechtssysteem ligt een spanningsveld.

Er zijn groepen die zeggen: ‘Jullie wetten zijn de onze niet!’ Er zijn in de geschiedenis talloze voorbeelden van groeperingen die hun opvattingen met geweld aan andersdenkenden probeerden op te leggen.

Sinds de opkomst van de eerste stadstaten was de macht in handen van priester-koningen, en was er een eenheid tussen kerk en staat. Wetten waren goddelijk en de overheid ontleende zijn gezag aan een hogere macht.

Het heeft veel strijd gekost voordat kerk en staat gescheiden werden. In het Westen, tenminste. Want in grote delen van de wereld heerst een religie – waaronder ik ook de (communistische) ideologie reken.

Maar ook hier in onze directe omgeving hebben sommige uitingen van het wij-gevoel religieuze trekken gekregen. Voetbalfans, carnaval, koningsdag, de ‘bordesscène’ enz. kunnen tot onschuldig volksvermaak gerekend worden.

Maar wat te doen met die groeperingen die de aantasting van ons rechtssysteem tot doel hebben? Het beoefenen van tolerantie ten aanzien van andersdenkenden is te beschouwen als een belangrijke pijler van de Nederlandse samenleving.

Dus is het grote probleem: hoe tolerant kun je zijn ten opzichte van de intolerantie?

Als het wij-gevoel van een anti-Zwarte-Piet-activist hem aanzet tot een aanslag op Sinterklaas? (Het is te gek voor woorden, maar zulke mensen bestaan.)

Als het wij-gevoel Ajax-fans aanzetten tot een veldslag met Feijenoord-fans? (Het is te gek voor woorden enz.)

Als het wij-gevoel van motorclubs de leden aanzet tot crimineel handelen? (Het is te gek voor woorden enz.)

Als sommige voorgangers de gelovige aanzet tot het vermoorden van andersdenkenden? (Het is te gek voor woorden enz.)

Door de hele geschiedenis heen is het de overheid geweest die andersdenkenden op de brandstapel heeft gebracht of op een andere manier heeft doodgemarteld. En niet alleen andersdenkenden: de massamoord door de nazi’s had een racistisch motief.

Nu zijn het – in het Westen althans – nog kleine sekte-achtige groeperingen die voor zulke gewelddadige acties kiezen. Neonazi’s en extremistische moslims: wat moeten we ermee?

Ik vrees dat intolerant geweld alleen met geweld bestreden kan worden. Door de overheid. Want die dient in een rechtsstaat het geweldsmonopolie te hebben.

Pierre Tuning is journalist. Vele jaren redacteur bij het NOS Journaal. Gerespecteerd raadslid van D66, later PACT, inmiddels geen lid meer. Liefhebber van jazz, steekt dat niet onder stoelen of banken. Polijst zijn teksten. Houdt van een biertje. Eigenwijze kerel.

Lees vorig bericht

Wordt Soundsation ‘Vereniging van het Jaar’?

Lees volgend bericht

Streep door Bandjesavond


2 Reacties

  • Mooi, Pierre.
    Dank je wel voor het nasturen. Zou het helpen als veel meer mensen dit zouden lezen?
    Groet,
    Nel

  • Prima artikel.
    Laat maar van je horen.
    Grts

Plaats reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *