Hoe is het nu met… Jan van Doesburg

“Je zou Aalsmeerders met Westlanders moeten kruisen: Westlanders zijn zakelijker, Aalsmeerders meer liefhebbers”
Terugkijken met de 85-jarige ir. Jan van Doesburg tovert in ons gesprek een bloemen-en plantensector tevoorschijn waarin het destijds goed toeven was. Maar voor we ons op het florale verleden en een vleugje heden storten krijg ik een boeiende en educatieve rondleiding langs de vele bijzondere voorwerpen en curiosa die Van Doesburg en wijlen zijn echtgenote in de loop der jaren hebben  verzameld. Daarbij is er de plezierige bijkomstigheid dat zoon Jan Jr. van beroep archeoloog is zodat gedetailleerde kennis die ochtend ook niet ontbreekt.
 
U bent al geruime tijd gepensioneerd. Met de vele kunstvoorwerpen in uw ruime huis en uw eigenhandig onderhouden grote tuin vol bijzondere gewassen ontbreken tot nu toe de spreekwoordelijke Geraniums om achter te zitten.
 
“Ik heb echt geen tijd om me te vervelen.”
 
U had een indrukwekkende loopbaan in de tuinbouw. Hoe is die verlopen?
 
“Ik kom uit Rhenen uit een groot gezin van elf kinderen, studeerde in Wageningen en kwam in 1958 in dienst bij het Proefstation in Boskoop. Wegens ziekte van directeur Dr. Wasscher van het Proefstation Aalsmeer werd ik in 1963 hier gestationeerd. Na diens overlijden ben ik hier gebleven en ik was hier van 1966 tot 1985 directeur van het Proefstation. We zaten toen achter de Tuinbouwschool en zowel Proefstation als school waren gevestigd aan de Stationsweg. In 1966 was het Proefstation aan de Linnaeuslaan klaar.”
 
Inmiddels hebt u ook uw steentjes bijgedragen aan de diverse Floriade's.
 
“In 1972 was ik voorzitter van de internationale jury van Floriade 1972. Daar zagen we voor de eerste keer anjers uit Columbia en ik was erg onder de indruk. Zulke mooie, grote anjers hadden we nooit gezien. Ik was er voor om die in het land van herkomst eens te gaan bekijken en de concurrentiekracht van die gebieden te peilen. Er kwamen in die tijd toen al producten uit Israël op de veiling en met kwekers en bestuurders kwamen in die jaren de reizen naar de diverse verre productielanden op gang. Zo bezochten we Colombia, Ecuador, Israël en Zuid-Italië.”
 
Er was toen inmiddels al import toegelaten op de toen nog geheten VBA. Die stap: ja of nee tegen import had destijds wel wat voeten in de aarde.
 
“Er waren voor- en tegenstanders, ik zag het als kiezen uit twee kwaden. Het ging om een afwegen van voor- en nadelen. De balans sloeg over naar de voordelen. Tijden veranderden, na 1985 ging er ook een heel andere wind waaien in de sector. Het in 1966 geopende Proefstation werd in 1998 gesloten. Er kwam een fusie tussen Naaldwijk en Aalsmeer en er werd een nieuw Proefstation in Bleiswijk gebouwd. We gingen samenwerken met het Proefstation voor glasgroente in Naaldwijk en later kwam daarbij nog de fusie met Bleiswijk. De teelt verdween al meer uit Aalsmeer.
 
Achteraf zeg ik nu, we hadden er meer aan moeten doen, zeker meer aan het productieonderzoek om dat op peil te houden. Maar het werd allemaal wat afstandelijker. In mijn tijd kwamen er op onze gewassenmiddagen op het Proefstation in de Linnaeuslaan  altijd heel veel kwekers af en ditzelfde gold ook voor de maandelijkse open dagen waarop proeven konden werden bekeken. Dat is toen op een gegeven moment allemaal verdwenen.”
 
In een spraakmakend interview in de nog steeds veelvuldig geraadpleegde VBA-agenda 1987 die dankzij de helaas dit voorjaar overleden Han Carpay tot stand kwam zei u:  “In 2012 hebben we nog één veiling, organisatorisch één veiling met aanvoer- en verkoopplaatsen, aan elkaar gekoppeld, zodat inkoop op verschillende plaatsen kan gebeuren.” Dat was een heel opmerkelijk geluid in die tijd. U had, nu een kleine 30 jaar geleden, wel een erg vooruitziende blik.
 
(gulle lach) “Ja, maar ik zei dat toen omdat het coöperatieve karakter in die jaren al sterk onder druk stond. Het was onvermijdelijk dat men op een andere manier de zaken anders zou gaan organiseren. En dat is ook gebeurd. Het was ook nodig, maar in die jaren 80 was er nog niet voldoende afstemming van beleid en dan denk ik alleen maar aan praktische zaken zoals de verschillende bemiddelingsbureaus, de verschillende stapelwagens, de automatisering. Maar ja, bepaalde mensen wilden toen nog niet van een fusie horen. Wie dat waren? Nee, ik noem geen namen. Ik herinner me wel dat toen de zaak was beklonken en FloraHolland een feit was, ik werd gebeld door veilingvoorzitter Bernard van Oostrom die me toen zei, wat jij in 1987 pas over 25 jaar voorspelde is inmiddels realiteit geworden.”
 
Van oudsher wordt er, al dan niet lacherig of serieus, gesproken over de fundamentele verschillen tussen Westlanders en Aalsmeerders. Waar of niet waar?
 
“Ik denk dat er een kern van waarheid in zit. Ik zeg wel eens: je zou Aalsmeerders met Westlanders moeten kruisen. Westlanders zijn zakelijker, Aalsmeerders zijn meer liefhebbers.”
 
U hebt zich in uw werkzaam leven met veel uiteenlopende zaken in de tuinbouw bezig gehouden. Ik denk dan zowel aan de productie, het onderzoek, de handel, de liefhebbers verbonden in de Koninklijke Maatschappij voor Tuinbouw en Plantkunde. U zag de sector groeien en bloeien, zei me eens dat u de mooiste tijd had meegemaakt. Ook werkte u als voorzitter van de overkoepelende veilingorganisatie Vereniging van Bloemenveilingen Nederland (VBN) en Bloemenbureau Holland (BBH) van 1985 tot 1994 op diverse fronten en was u ook voorzitter van Floriade 2002 Tevens was u  adviseur van het hoofdbestuur van de KMTP en erelid van deze vereniging.
Volgt u de zaken in de tuinbouw nu nog in deze tijd?
 
“Ja, op afstand. Ik krijg altijd het veilingblad Grow. Eerlijk gezegd vind ik dat te veel glossy met te weinig nieuws over de veiling en de sector zelf. Ik verdiep me meer in het Historisch Nieuwsblad, het blad Collect en Groei en Bloei dat ik als erelid van de KMTP nog altijd krijg. En om in de huidige tijd in Nederland bloementeler te zijn vraagt dat meer creativiteit en marktgerichtheid dan ooit.”
 
Tekst: Leni Paul

Foto's boven: Jan van Doesburg in zijn tuin aan de Linnaeuslaan (foto's Arjen Vos)  daaronder: in de jaren '80 met wijlen echtgenote Sandrine, ontmoeting met keizer Akihito van Japan en koningin Beatrix in Parijs (foto's privé-archief Jan van Doesburg) Klik op de foto's om te vergroten.

Lees vorig bericht

Iets ouds en nieuws…

Lees volgend bericht

Column Ilse Zethof: Stom en Top


3 Reacties

  • […] de Floriade 1972 in de stand van Colombia de uit dat land afkomstige anjers. In een interview met AalsmeerVandaag in oktober 2016 zei hij op die tentoonstelling erg onder de indruk te zijn gekomen van de Colombiaanse anjers die […]

  • Een mooi geschets beeld van een belangrijk deel van onze gezamenlijke geschiedenis in de sierteelt. Jan, bedankt hiervoor.

  • wat heeft mijn zwager, wijlen gerrit kooij veel met u opgehad, jullie hebben veel bijgedragen aan het coöperatieve gevoel in aalsmeer als in de hele wereld. ik heb veel respect voor jullie beiden. wens u veel gezondheid toe.

Plaats reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *