‘Voor straks: lekker slapen en morgen gezond weer op!’

Toen ik jong was waren en op zaterdagavond laat van mijn ouders nog naar het actualiteitenprogramma Sonja op Zaterdag mocht kijken, sloot ze elke week met de bovengenoemde woorden haar programma af. Hetgeen ze bedoelde realiseerde ik me toen nog niet zo goed, maar die woorden hebben pas veel later meer betekenis voor me gekregen.

Als je jong bent, sta je niet zo stil bij vanzelfsprekendheden. Gezondheid is zo’n vanzelfsprekendheid. Het liefst snoep je erop los, eet je elke dag patat met mayonaise of appelmoes, pizza, chocolade, chips en het liefst onder het genot van een colaatje. Maar op de ene of andere manier waren er in mijn jeugd niet zoveel obese kindertjes. Dat is iets van de laatste tien jaren, net zo goed al de marktwerking, preventie en oplopende zorgkosten.

Het schijnt dat we (te) veel geld uitgeven aan de zorg. Veel of te veel? Wat is veel en wat is te veel? Als het verhoudingsgewijs een groot bedrag is dat we van overheidswege uitgeven aan zorg, is dat het ons misschien ook wel waard? Vroeger was veiligheid belangrijk en gaven we meer geld uit aan defensie dan tegenwoordig. Dit had alles te maken met het gevoel  van onveiligheid en de koude oorlog. Nu er in Europa al meer dan 65 jaar vrede is en we in Europees verband samen werken, is de noodzaak om hierin te investeren minder groot geworden en verschuift de noodzaak ingegeven door globale en maatschappelijke ontwikkelingen. Tijden veranderen en daarmee hun vraagstukken. De vraag die nu aan de orde is: wat is zorg ons waard?

Wat is nu veel geld voor de zorg? Een aantal getallen schets ik u. Er gaat 7 miljard euro naar 150.000 verstandelijk gehandicapten. Vindt u dat genoeg, moet dat meer, of kan er wat af? Er gaat 6 miljard euro naar 1.000.000 patiënten die geestelijke gezondheidszorg behoeven. Te veel of te weinig? Het moet allemaal ‘méér, met minder’. Een slogan die mij helemaal niets zegt. Misschien kunnen we het anders doen, met minder geld, maar niet ‘meer met minder geld’.

Regelmatig moet je toch constateren dat we niet altijd weten waar we het over hebben. 90 miljard gaat er in de zorg om. 90 miljard! Het is daarmee samen met onderwijs en sociale zaken en arbeid de grootste uitgavenpost van Nederland. Wist u dat? En dat die kosten oplopen heeft te maken met dat we langer leven, al dan niet met een chronische ziekte. We leven samen langer en daarmee gaan het volume en de kosten omhoog. Maar klopt dat wel? Kunnen op termijn de kosten op veel gebieden juist niet omlaag wanneer we zouden investeren in preventie en medische curatieve ingrepen per saldo goedkoper worden?

Blij ben ik met minister Schippers die van mening is dat de zorgpremies omlaag kunnen. Achmea boekte in 2012 een winst van 286 miljoen euro. Zorgverzekeraars maken in totaal 2 miljard netto winst. Meer dan 100 euro per inwoner per jaar kan in theorie terugvloeien. Dat is circa 14 procent op de basispremie. Zorg kan best efficiënter en effectiever en dus anders. Neem preventie, vermindering van overhead en regeldruk ook mee. In enkele gevallen is er tevens sprake van het verstrekken van onnodige zorg. Zorg die niet nodig is maakt je in sommige gevallen juist meer ‘gehandicapt’!

Feit is wel dat de verzorgingsstaat zoals we die kennen, mogelijk aan herziening toe is. Een nieuwe visie is nodig, ook voor het vraagstuk van onze oudedagvoorziening: het pensioen. De AOW-grondslag is bij de invoering gebaseerd op een te overbruggen leeftijd van 65 naar 66 jaar. Nu worden we gemiddeld ruim 80 jaar. Niet zo gek dus, dat de AOW onbetaalbaar is in het huidige model. De verzorgingsstaat heeft zijn langste tijd gehad en we moeten met elkaar de ingrediënten van – zoals visionairs het noemen – een participatiesamenleving gaan benoemen.

Waar iedereen zich zorgen maakt over de effecten van de overheveling van zorgtaken van het Rijk aan de gemeenten (ook wel decentralisatie genoemd) is er wat mij betreft nog een net zo groot probleem met mogelijk grotere gevaren: De middenklasse glijdt weg. Als er iets is wat we hebben geleerd wat een beschaving welvarend maakt, een economie stabiel en een natie veerkrachtig, dan is dat een vitale middenklasse. Die middenklasse staat met de huidige maatregelen en effecten onder stevige druk. Wanneer in een middenklassegezin een ouder zijn baan verliest is de kans groot dat het armoedebeleid om de hoek loert, met alle gevolgen van dien. Daar maak ik me grote zorgen om! Een duidelijke visie met daarmee gepaard gaande stevige interventies zijn nodig om de werkenden aan het werk te houden, ze hun woning te laten behouden, kinderopvang te faciliteren, zorg bereikbaar en passend te laten zijn zodat de gehele samenleving daarvan kan profiteren. Pas dan zullen ook die middenklassegezinnen lekker gaan slapen en morgen gezond weer opstaan! Dat gun ik én verdient iedereen.

 

 

Lees vorig bericht

Eindelijk reces…

Lees volgend bericht

Een ‘operational excellence’ maatschappij


Plaats reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *