Pierre’s pennenstreken: ‘Uitgelezen’

Juffrouw Van Weerden (achter Pierre Tuning) leerde ons schrijven: ‘Eerst duidelijk… dan snel’. (Columbiaschool 1950)

Door: Pierre Tuning. Pennenstreek 386. Het dagboek van Anne Frank is hertaald in eenvoudig Nederlands, schreef Het Parool. Het is ‘specifiek bedoeld voor kinderen vanaf acht jaar die moeite hebben met lezen.’ Uit onderzoek ‘blijkt namelijk dat ongeveer 25 procent van de vijftienjarigen potentieel laaggeletterd is.’

“Anne zelf was dertien-veertien jaar toen ze het boek schreef,” twitterde historicus Gerard Aalders, “klachten over de kwaliteit van ons basisschoolonderwijs lijken niet ongegrond.”

“We lopen achter met begrijpend lezen,” zegt directeur van Eenvoudig Communiceren Ralf Beekveldt, “juist voor die kinderen is het belangrijk dat dit wereldberoemde boek beschikbaar is, zodat ze kunnen oefenen. Boeken lezen is natuurlijk een beetje uit, lezen wordt gezien als iets ouderwets. Ik snap dat Netflix kijken veel leuker is, maar om lezen bij jonge mensen te stimuleren hebben we een eenvoudigere versie van het dagboek uitgebracht.”

Basis
Lezen, schrijven, rekenen worden in het Engels ook wel ‘The three Rs’ genoemd: readingwriting and arithmetic. ‘Het zijn drie basisvaardigheden die op scholen wordt onderwezen. De uitdrukking lijkt te zijn bedacht aan het begin van de 19de eeuw,’ aldus Wikipedia.

Lezen is letters leren. Gewoon het ABC uit je hoofd leren. A is een aapje dat eet uit zijn poot enzovoort. In 1938 verschijnt bij Wolters het eerste deeltje van ‘Taal, een methode voor het zuiver schrijven en stellen op de lagere school, die tot de jaren ’70 op veel lagere scholen in gebruik is geweest. De uitgangspunten zijn eenvoudig: 1. Stellen en zuiver schrijven zijn in één leergang verenigd. 2. Aan het spreken wordt ruime aandacht toegekend. 3. Vrije opstellen behoren gemaakt te worden naar aanleiding van wat het kind werkelijk beleeft. 4. Het uit het hoofd leren en opzeggen van stukjes proza en poëzie is van grote waarde voor de ontwikkeling van het taalgevoel. 5. Bij het aanbrengen van het woordbeeld der onveranderlijke woorden verdient het visuele dictee verreweg de voorkeur boven gewoon overschrijven. 6. In verband met het aanleren van werkwoordsvormen is het belangrijk dat de kinderen de persoonsvorm leren onderscheiden.’

Het is veel ‘nakijkwerk’ en ‘overhoren’ voor de juffrouw of meester (tegenwoordig ‘docent’), maar het loont de moeite. Dat heb ik aan den lijve ervaren. Met weemoed denk ik terug aan mijn eerste schrijfboekje: Eerst duidelijk… dan snel. Het is nog steeds, na meer dan zeventig jaar, de basis van mijn handschrift.

Op internet is de hele ontwikkeling van de lesmethoden van het taal- en leesonderwijs te vinden – en ook van het rekenonderwijs. Een ‘kindgerichte benadering en vereenvoudiging van het rekenonderwijs’ is de methode Fundamenteel rekenen, uit 1936. ‘De voornaamste leidraad daarin was, dat rekenen bestaat uit het werken met getallen, waarbij het kinderlijk denken geactiveerd moest worden. Een overzichtelijke opbouw en veel herhaling leidden tot een serie herdrukken tot ver in de jaren ’60.’

Het zal tegenwoordig wel te simpel gedacht zijn, maar mij lijkt de basis van lezen en schrijven nog steeds: het ABC, het leren letters te schrijven en (de spelling van) woorden. En de basis van rekenen: het werken met getallen. In drie jaar basisonderwijs moeten kinderen toch wel die basiskennis hebben opgestoken.

Voor mij ligt Het Boek voor de Jeugd uit 1937, ‘dat een bron van vreugde zou moeten worden voor het hele gezin’: ‘een rijke verzameling van bijdragen, die óf geschikt zijn voor de jongsten, óf met groot genoegen gelezen worden door de oudere kinderen, zelfs veel, waarin vader en moeder zelf belang zullen stellen.’

De hele Nederlandse- en wereldliteratuur in één boek verzameld. Van de vos Reinaerde, De vier Heemskinderen en Duizend en één nacht tot verhalen uit het Nieuwe Testament, de Max Havelaar en Kees de Jongen. Gedichten van Vondel, Huygens, De Schoolmeester en Speenhoff. Sprookjes van Grimm, Andersen en Hauff. Fragmenten uit het werk van H.G Wells, Jack London, Conan Doyle, Cervantes en Tolstoi.

Ik lees: ‘In Nederland hebben 2,5 miljoen mensen moeite met lezen en schrijven.’ En ik denk aan Nescio, die in Boven het dal schreef: ‘Ik jank als een hond in de nacht.

 

Lees vorig bericht

Buitenbad Waterlelie geopend

Lees volgend bericht

Jeugd liet zich niet beteugelen door noodverordening


1 Reactie

  • Helaas zijn de laaggeletterden van vandaag de leraren van morgen. Dat heet een neerwaartse spiraal.
    Wie zijn kinderen nog wat wil bijbrengen, kan het beste de boekjes ‘kapstok taal’en ‘kapstok rekenen’ aanschaffen. Dat zet meer zoden aan de dijk dan het gewauwel van de hedendaagse leraren, die zich liever bezighouden met onnozele projectjes. Ik herinner mij dat ik in klas 3 (groep 5) twee getallen van 3 cijfers elk, met elkaar kon vermenigvuldigen. Nu durft men tijdens eeen HBO-opleiding geen rekentoets te presenteren aan de hedendaagse bollebozen.
    Overigens ging de ondergang van het Romeinse Rijk gepaard met vulgarisering van de toen gangbare taal. Ik zie overeenkomsten …

Plaats reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *