Column: ‘Bertus’

Door: Belle Fleur. Februari 1996. In vorige columns in Aalsmeer Vandaag sprak ik over twee broers van mijn vader. Over nog weer een andere zoon uit het gezin van veertien kinderen van waaruit mijn vader kwam, gaat het volgende verhaal. Daarna, ik beloof het u, stop ik ermee. Ik zal hem Bertus noemen.

Veel verhalen uit zijn mond heb ik niet gehoord. Wel weet ik veel uit overlevering. Bertus woonde met vrouw en kinderen in een uiterst klein, doch gezellig ingerichte arbeiderswoning met ‘goed wonen-meubels’, voor de tijd, waarover het hier gaat nogal vooruitstrevend. Zijn vrouw had een artistieke inslag, studeerde zang en muziek in Amsterdam. Bertus was tijdens de oorlog opsteker in de Centrale Aalsmeerse Veiling, de C.A.V. Het gezin had twee zonen eveneens studerend en er is , in die dagen nog een jonger zusje geboren, die het leven nog moest gaan ontdekken.

Vijf donkere jaren volgden.

Tijdens zijn werkzaamheden trof Bertus ‘s ochtends vroeg in de grote zaal van de veiling drie ronddolende joodse mensen aan. Tijdens het gesprek dat zij aangingen bleek, dat zij op zoek waren naar een veilig onderkomen. Afspraak was dat Bertus ze voorlopig op de grote zolder van het gebouw zou verstoppen en ’s avonds laat weer zou komen ophalen, als er een vertrouwd adres zou zijn gevonden.

En zo geschiedde.

Een contact van Bertus was ene Al Jongkind, marktkoopman van beroep op de Albert Cuyp. Hij kende veel mensen. Samen kwamen zij tot de conclusie, dat er geholpen diende te worden. Waar de drie naar toe zijn gebracht vertelt het verhaal niet. Dit was het begin van een moeilijke periode, waarin de vrouw van Bertus werd meegezogen. Overigens geheel vrijwillig en vol toewijding. Op papier bestonden de Joden niet. Maar eten moesten zij wel. Dus Bertus ging bij de boeren in de Haarlemmermeer langs om voedsel op te vergaren. Een risicovol karwei. Zo werd er op klaarlichte dag, met paard en wagen een volle karrevracht met zakken meel de straat in gereden. Achterom uitgeladen en weer door. Een godswonder, dat nooit iemand de zaak heeft verraden. Goede buren dus.

Op een na. Een gezin in de straat stond bekend om zijn NSB-sympathieën, maar van verraad is nooit sprake geweest. Het meel werd in zakjes verdeeld en door een zoon van Bertus rond gebracht. Tijdens een razzia vertelde haar moeder, toen er een Duitser aan de deur kwam, dat vader de Haarlemmermeer in was om voedsel te bemachtigen. Haar dochtertje trok aan moeders rokken en zei: “nee mam, pappa zit toch boven?” De Duitser keek haar aan en zei: “Ik heb er thuis ook zo een. Streek over haar bol en verdween uit het zicht.”

Na de oorlog kreeg Bertus diverse gezondheidsklachten en werd door – het verzet – samen met zijn vrouw voor een korte periode naar Zwitserland gestuurd. Na vijf jaren van relatieve stilstand voor wat betreft zijn werkzaamheden, herpakte hij zich om zijn plannen voor de toekomst een gezicht te kunnen geven. Hij kreeg een auto van het Stichting ’40’45 te leen en reed twee maal per week, met een auto vol bloemen richting Zwolle. Daar bezocht hij winkeliers om zijn vrachtje weer te kunnen verkopen. In tussentijd ging hij per trein kwekers in Duitsland bezoeken met een grote doos met diverse soorten anjers onder zijn arm, in de hoop zo anjerstekken te kunnen verkopen. Stapje voor stapje bouwde hij een kleine klantenkring op.

Het harde werken wierp zijn vruchten af. Samen met de bank volgde de aankoop van een kwekerij, van waaruit hij zijn bedrijf kon uitbreiden. Grote exporteurs uit Aalsmeer, die tijdens de oorlog met de Duitsers heulden, hadden hun bedrijf voort kunnen zetten en gingen vrolijk door waar mee ze bezig waren geweest. Jaren na dato bekijk ik mensen nog steeds of ze goed dan wel – fout- zijn geweest in de oorlog.

Nog kan ik ze met mijn neus aanwijzen. Of nazaten van hen.

Goedkeuren?

Allesbehalve natuurlijk!

Maar toch…

Belle Fleur houdt van de natuur, van wandelen, van buiten zijn. Elke dag. Bloemen spelen een belangrijke rol in het dagelijks leven. Erover schrijven ook. Zingen, schilderen en lezen maken het leven compleet. Een Aalsmeerse in hart en nieren.

4 reacties

  1. Goed om het levensverhaal te vertellen en het te hebben over keuzes. Soms is de wereld zwart of wit. Vaak is het niet zwart/ wit maar grijs.

    Weet ook niet hoe heldhaftig ikzelf geweest zou zijn. Ieder krijgt zijn portie. Nazaten vragen niet om de portie van hun ouders.

  2. Schaamte

    Ik weet niet wat ik zou hebben gedaan
    Na al die successen van Hitler:
    De werkloosheid opgelost, de Duitse handel bloeiend
    Oostenrijk ingelijfd, Tsjecho–Slowakije overweldigd
    Denemarken bezet, en Noorwegen, Nederland, België…
    Een Blitzkrieg in Frankrijk en Polen
    Engeland bijna op de knieën, de regering gevlucht…
    Misschien zou ik zo in het Bruine Moeras zijn getrokken
    Dat geen terugkeer mogelijk was
    Denk aan buurman Braber die persoonsbewijzen vervalste
    Ome Jaap Grosscurt die zijn vrienden gefusilleerd zag
    En vader Borgman, en de familie Bogaard in de Meer
    Met al die onderduikers
    En Van der Jagt uit Kudelstaart met een hooiberg vol verzet
    Waar mijn vader melk haalde voor kleine Pierre’tje
    Misschien zou ik niet zo dapper zijn geweest
    Zoals bijna iedereen niet zo dapper was, of erger
    En keek ik de andere kant op toen de
    Joodse handelaren uit de veiling verdwenen
    Misschien had ik gecolporteerd met
    Volk en Vaderland
    Of had ik geld ingezameld voor de Winterhulp
    Op 4 mei was ik even stil
    Om mij te schamen over wat ik
    Misschien geworden was

  3. Ach vergeven en niet vergeten. Ik heb het van mijn vader ook 1 die hij kende, maar daar kunnen we de nazaten niet op aan kijken

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *





banner_martinez
adv desiree klein
mjk-advies
LJ-de-Vries
S4H
adv flower art 1
historische tuin
adv zorggroep aelsmeer
banner_martinez
adv desiree klein
mjk-advies
LJ-de-Vries
S4H
adv flower art 1
historische tuin
adv zorggroep aelsmeer