Afgrijselijk soort huldiging

Burgemeester Aalsmeer belde vanmorgen Ol op: we moeten zaterdag om 11.00 uur bij hem komen in oude stadhuis. Krijg een lintje (Oranje-Nassau) en geef er niets om: a. omdat elke onzin-meneer ook een lintje heeft; b. omdat Ol geen lintje krijgt. Getracht lintje ongedaan te maken. Kan niet. Onbeleefd, lekt uit, zakelijk slecht.
Aldus Wim Kan in zijn dagboek op woensdag 26 april 1961. Dat hij niet om een Koninklijke onderscheiding stond te springen, was wel duidelijk. Het liefst had hij dat ‘onding’ niet in ontvangst genomen. Maar om imagoschade te voorkomen, besloot hij zich drie dagen later toch maar bij burgemeester Loggers te melden. Samen met ‘Ol’ (troetelnaam voor echtgenote Corrie Vonk).
Het is te zien op het Nostalgisch Filmfestival. De nooit eerder vertoonde film start met het in Kudelstaart woonachtige cabaretiersechtpaar, dat in hun ‘gouden Peugeot-koets’ vanuit de Zijdstraat de Dorpsstraat in komt rijden. Op de achtergrond bejaardenhuis ‘Rustoord’, melkhandel Touw, groentezaak van Walraven en drogisterij Van der Zwaard. Een nostalgisch plaatje van de bovenste plank.
Zenuwachtig drentelt adjudant Breetvelt heen en weer voor het oude raadhuisje, handen op zijn rug. Hij springt in de houding als Kan zijn auto voor het bordes parkeert. Lachend zwaaien Wim en Corry naar voorbijgangers. In de deuropening staat burgemeester Loggers ze reeds op te wachten. Binnen nemen ze plaats aan een tafeltje, waarop een vaasje freesia’s.
Met een gloeiend hete aardappel in zijn keel, houdt Loggers een toespraak. Spreekt ze plechtig aan met ‘gij, meneer Kan’ en ‘gij, mevrouw Kan’. Noemt de cabaretier de ‘ongekroonde Heer van Calslagen’, waar Corry gemaakt hard om moet lachen. Nadat hij Kan de Ridderorde heeft opgespeld, overhandigt hij Corry “een bloemenhulde, die is samengesteld uit de jongste aanwinsten van het alom bekende rozenassortiment van Aalsmeer.’” Nou ja, gewoon een simpel bossie rozen.
Dan spreekt Wim Kan een woord van dank. Hij blijkt niet alleen een groot cabaretier te zijn, maar ook een geweldig toneelspeler. Met een gezicht alsof hij meent wat hij zegt, bedankt hij voor “de prachtige onderscheiding.” Hij zegt het moeilijk te vinden, om daar de juiste woorden voor te vinden. “Daarom beter te zeggen, dat ik het bijzonder waardeer, niet alleen de onderscheiding zelf, maar de hele feestelijkheid hieraan verbonden.” 
Vermakelijk om aan te horen, als je weet wat hij een dag later in zijn dagboek schreef: “Afgrijselijk soort huldiging met dat onding. Toen we vannacht bijna beiden dommelden: gebel, geklop tegen de ramen. Mensen om het huis! Revolver gepakt en wat gewichtig gedaan. Tenslotte ging alles weg. Woedend was ik. Zonet briefje gevonden in het portaal. Was de familie Visser. Wilden zogenaamd feliciteren met dat rotding. Breng die ongeluksmedaille zo vlug mogelijk weg naar de safe! Wil hem nooit meer zien.”
De eerste keer dat ik Wim Kan en Corry Vonk in levende lijve zag, kan ik me nog goed herinneren. Dat was eveneens in 1961 (opa vertelt). Ik was een jaar of veertien en hielp ’s zaterdags in de bakkerij van Gerard Jansen, op de hoek Zijdstraat-Uiterweg. Op een keer zag ik aan de overkant voor Modehuis Mantel eigenaar Klaas met een stapeltje pantalons over zijn arm. Naast hem stonden een lange man en een klein vrouwtje. Een soort van ‘Kleine Sofie en Lange Wapper.’ Hij droeg een plusfour.
Voor de jongere lezers onder ons: een plusfour is een over de knie vallende pofbroek. Een zogenaamde ‘drollenvanger.’ Toen ik een jaar of acht, negen was, droeg ik ook zo’n stom ding. Dit terzijde. Terug naar Mantel. Telkens reikte Klaas de lange man een nieuwe pantalon aan, die hij, geholpen door het kleine vrouwtje, uitgebreid tegen het licht hield. Blijkbaar konden ze het in de winkel niet eens worden over de precieze kleur van de kleding.
“Dat zijn Wim Kan en Corry Vonk,” lachte bakker Jansen, die ook eens kwam kijken. Ik had ze nog nooit in het echt gezien. Wel van ze gehoord. Met name van Wim Kan, van zijn Oudejaarsconferences op de radio. Op de radio, ja. Hij was toen nog televisieschuw. Pas vanaf 1973 verscheen hij op de buis. Ik werd later groot fan van hem. Bezit al zijn conferences. En ook al zijn ze zeer gedateerd, ik mag er nog steeds graag naar kijken.
In Kudelstaart herinneren de Wim Kan Dreef en het Corry Vonk Pad aan het illustere echtpaar, dat 50 jaar aan de Herenweg heeft gewoond. Zij waren dus officiële ingezetenen van Aalsmeer. Vandaar, dat ‘onze dorpsgenoten’ destijds naar het raadhuis in de Dorpsstraat moesten komen voor dat ‘afgrijselijk soort huldiging met dat onding.’
Toegangskaarten voor het Nostalgisch Filmfestival op dinsdag 10 september in de feesttent op het Praamplein, zijn à 7,50 euro, incl. garderobe, koffie/thee (en iets ‘lekkers’ omdat de Feestweek 25 jaar bestaat), verkrijgbaar in het Boekhuis in de Zijdstraat. Overigens alleen voor de middagvoorstelling, want die voor de avond is reeds uitverkocht.
Still uit film: Plechtig spreekt burgemeester Loggers Wim Kan en Corry Vonk toe

Lees vorig bericht

Aantrekkelijk Aalsmeer

Lees volgend bericht

Bedenkelijke primeur voor aangereden fietser


3 Reacties

  • […] en begon zijn speech met een terugblik op een door journalist Dick Piet geschreven column op AalsmeerVandaag waarin beroemd oud-inwoner, cabaretier Wim Kan, zijn afschuw verwoordde over de hem toegekende […]

  • Weet Nico van der Maat ook waar het tuinhuisje van Wim en Corry is gebleven?

  • Ten onrechte heeft Wim Kan de mythe in stand gehouden dat hij in 1971 uit protest tegen het bezoek van de Japanse keizer aan ons land, met ontvangst door koningin Juliana, zijn onderscheidingen in de Westeinderplas heeft gegooid. Hij had daarvoor op een ochtend de pers bij elkaar geroepen op de steiger van zijn woning aan de Herenweg.
    In zijn Oudejaarsconference van dat jaar kwam hij terug op het omstreden bezoek van de Japanse keizer Hirohito. In de vorm van een indrukwekkend protestlied met als leidraad “Ik heb gedacht, hoe kan dat nou, dat die man hier gewoon kwam….”.
    Historicus Loe de Jong onthulde in 1984, toen zijn deel 11 van “Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog” over die jaren in Nederlands-Indië verscheen, de werkelijke gang van zaken. Hij schreef: “Jarenlang ging het verhaal, waar Kan en Vonk waarschijnlijk zelf ook in zijn gaan geloven, dat zij na alle commotie over het bezoek van Hirohito hun Oost-Azië-Verzetssterren in de Westeinderplassen gegooid hebben. In werkelijkheid lagen ze in een kluis en tegenwoordig in het Theater Instituut Nederland”.

Plaats reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *