Column: ‘Tussen ijsdwang en ijspret’

Schaatsen op de Poel op 10 januari 2009 (Foto archief AV/Arjen Vos)

Wie het niet heeft meegemaakt, zal het nauwelijks kunnen geloven: die dichtgevroren Poel van half februari waarop voluit geschaatst kon worden. Voor onze columnist aanleiding om terug te gaan in de tijd toen langdurige ijswinters meer gewoonte waren dan uitzondering. Joop Kok sleep voor deze gelegenheid zijn prozapen en componeerde een hoofdstuk uit een jongensboek.

Door Joop Kok. Je zou het niet zeggen met dit mooie weer, maar het is maar twee weken geleden dat we op het ijs stonden. Op de schaats. Nee niet meer zoals toen ik jong was, toen zou en moest ik als één van de eersten het ijs op. Ik weet nog dat ik vanuit de tuin van mijn ouders ineens een paar schaatsers neer zag strijken op de steiger. Krijg nou wat, kun je al op de Westeinder schaatsen? Langs het kantje Joop, antwoordde Jelle. Wacht ik haal mijn schaatsen. Toen ik terugkwam waren ze, op Rens na, al weer vertrokken richting Aalsmeer. We gaan dwars over Rens, dat scheelt stukken en komen we ongeveer tegelijkertijd aan. Er volgde toen een tocht waar ik nog wel eens, liggend in mijn bed, vol angst aan terugdenk. Ik had het dichtvriezen van de poel niet bijgehouden en blijkbaar was er een stuk waar maar één nacht vorst overheen was gegaan. Met volle klappen klauwden we er op aan, ons wentelend in de schoonheid van het ons omringende niets. Tot het moment dat de scheuren om ons heen vlogen. Dat omringende niets had niks meer met schoonheid te maken, het was afgrijzen, als het ijs ons niet zou houden was het met ons afgelopen. Instinctief gingen we wat verder uit elkaar schaatsen. Vooral geen paniek of stilstaan. Niet meer krachtig afzetten, zoeken naar een goede manier van snelheid maken. Zwijgend en geheel opgaand in onze eigen wereld schaatsten we richting de steiger voor het Bonte Schort. Van de groep die voor ons was vertrokken zagen we de laatsten met gebogen X-benen al remmend de steiger aanklampen. Het ijs golfde. Zouden wij zo net voor ons einddoel alsnog ons Waterloo halen?

Schaatsen is een sociaal en egaliserend gebeuren. Boerenzonen blijken ineens in hun strak gesneden schaatspakken en sportieve prestaties super aantrekkelijk te zijn. Vrouwen die meer aanleg hebben dan hun man, nemen ineens een heel andere positie in. En hoe toegenegen ben je als man? Schat mijn veters zitten los, wil je ze even vastmaken? Schat zullen we even stoppen, ik heb trek in een chocomelk. Voor mij was dat dodelijk, ik wilde opgaan in de roes van het schaatsen, het mezelf verliezen, doorgaan. Niet toen ik met vriendin Henny met een groot gezelschap vanaf de kleine poel  om het starteiland heen de grote poel op schaatste. Ze wist me vaak te boeien, ook deze keer, we schaatsten achter in de groep. Ineens een noodkreet, Bert is door het ijs gezakt, niet veel later, Rens ook. Opnieuw een kreet, haal een tak van de kant, schuif op je buik aan en omklem de schaatsen van je voorganger. Cor had het initiatief genomen en ik pakte zijn schaatsen. Al snel stond Bert op het ijs.

Nu Rens nog, ik schoof over het ijs naar hem toe en sprak hem moed in. Hij was kalm. Er werd hem een tak toegeschoven waaraan hij zich vastklampte en zo uit het water werd getrokken. Het waren tochtgaten die Bert en Rens bijna fataal waren geworden. Snel werd er naar de ark van Cor geschaatst waar ze beiden onder de warme douche kropen. Weer aangekleed met een broek en trui van Cor schoven ze al snel weer aan om volop te genieten van een kop soep. De hulpvaardigheid van Cor zou hem later tijdens een boottocht op de wadden nog fataal worden. Hij dook iemand na om te redden, niemand heeft hem daarna nog ooit gezien. In ieder geval niet meer in levende lijve. Wel in mijn fantasie, vooral als er ijs ligt. Dan zie ik hem op zijn Benelli bij de werkplaats van mijn vader aankomen, hoor ik hem in dat ‘in de weg staande hoekje’ van Joppe al schaterlachend een anekdote vertellen en zie ik hem al lachend de gouden schaats uitreiken aan Rens.

Ook het randgebeuren rondom het schaatsen bracht voor mij een onbekende wereld van ‘mannelijke’ emoties tot leven. Toen ik op een winterse vriesavond bij mijn ouders langs ging miste ik mijn vader. Waar is pa, vroeg ik. Op het ijs, sneeuw aan het schuiven. Toen ik het ijs opstapte zag ik in de verte het schijnsel van de koplampen van een tractor langzaam mijn kant opkomen. Vlak voor me zette Jan Lap de tractor stil. Mag ik mee op de schuif? Nee daar staan er al genoeg op Joop, klim maar voor op de tractor om te voorkomen dat we gaan steigeren. Met een klein kontje als hulp zat ik al snel op mijn plek en gaf Jan gas. Aangelicht door de maan keek ik naar de stoere en voor mij bekende gezichten van mijn dorp. De blikken waren naar binnen gekeerd. Het heen en weer slingeren van de driehoekige schuif als gevolg van vastgevroren sneeuw aan het ijs, bracht geen enkele emotie teweeg. Als in trance bewogen we ons door een landschap van ijs en sneeuw, aangelicht door de maan en met als gezelschap het monotone geluid van de motor. Een mythische tocht door de nacht. Vlakbij de plek waar ik op het ijs was gegaan lag het eindpunt. Men stapte van de schuif en de tractor en liep richting huisdokter Gerard die met een fles jenever klaar stond om ons inwendig te verwarmen. Eigenlijk overbodig, we gloeiden nog na van het hemelse gebeuren. De jenever diende louter als een bezegeling van een gevoel van broederschap.

Maar nu, twee weken geleden toen ik in de schaatsen stapte van mijn vader, werd ik me bewust van het ouder worden. Angst of het ijs wel sterk genoeg was en angst om te vallen. Maar als winstpunt kan ik melden dat ik niet langer meer de behoefte heb om als eerste het ijs op te gaan en dat ik mij  zorgzaam kan buigen over de schaatsen van mijn vriendin om te kijken of ze wel goed vastzitten.

Joop Kok is architect en cultuurliefhebber. Is weer gaan studeren, cultureel erfgoed. Kenner van Aalsmeerse gebouwen. Geeft met die achtergrond rondleidingen door het centrum van Aalsmeer. Milder geworden de laatste jaren. Niet verlegen om een mening. Eigenwijze vent.

 

Lees vorig bericht

Vandaag 100 jaar geleden: einde tyfusepidemie in Aalsmeer

Lees volgend bericht

Foto 332: Verzin en win


2 Reacties

  • Mooi verhaal, allemaal bekende namen. Erg leuk om te lezen!!

  • Tja, wat bezield de mens. Inderdaad het juiste woord: “IJsdwang”. Tegelijkertijd heeft het ons verbonden tot op de dag van vandaag. Joop die zonder dralen op zijn buik naar het wak schoof en mij eruit trok. Ik zal het niet vergeten en hij weet dat.
    Cor die als ijs “trainer” van onze fictieve en gefantaseerde schaatsclub DKS (Door Karakter Sterk) met volle overgave ons naar grote hoogte probeerde te tillen. Met voor mij als trofee inderdaad de gouden schaats. De onvoorwaardelijke saamhorigheid en het blinde vertrouwen in elkaar gold als vanzelf.
    Een meeslepend stuk. Ik voel me voor even weer jong, elastisch en onbezorgd.

Plaats reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *