Hoop voor huttenbouwers

“Het gebeurt niet vaak dat hier kinderen op bezoek komen,” zo begon wethouder Wilma Alink het gesprek gistermiddag met een viertal huttenbouwers in vergaderzaal 203 van het raadhuis. Ze had de jongens uitgenodigd te komen praten nadat op sociale media en op AalsmeerVandaag commotie was ontstaan over hun door handhaving opgeruimde hut. Na het aanhoren van hun verhaal had de wethouder goed nieuws voor de jongens. Hutten bouwen in de plantsoenen is niet helemaal verboden.

Enigszins opgewonden waren Asher, Gijs, Esrom en Jonah wel maar schroom om met de wethouder het gesprek aan te gaan en op te komen voor hun zaak allerminst. Esrom, als woordvoerder naar voren geschoven, vertelde in geuren en kleuren het verhaal van de hut op het terrein van de verlaten voetbalvelden. “We spelen daar al jaren en hadden al een paar maanden die hut. Vanwege corona mochten we drie weken niet buiten spelen en toen we terugkwamen zagen we dat er zwervers in onze hut waren. Wij hebben niets tegen hun en zij niets tegen ons. Toen kwam handhaving langs en zei: ‘wat een coole hut hebben jullie’ maar even later hadden ze hem wel weggehaald.”

Spullen terug
“Dus er was een koekoeksei in jullie nest gelegd,” zo vatte wethouder Alink het kort samen. Om daarna uit te leggen dat wild kamperen in Nederland niet is toegestaan: “Sommige mensen vinden het geweldig om in een hut te slapen maar het probleem is dat er geen sanitair is. Dus waar moet je dan naar de wc…?” Die boodschap was een teleurstelling voor de jongens die zelf ook heel graag in hun hut hadden willen kamperen. De aanwezige moeder was duidelijk minder enthousiast over dat idee.

De hut, zo vertelden de jongens, was vooral van natuurlijke materialen gemaakt. Dat ze allerlei spullen hadden verzameld als parasols, tuingereedschap, kussens, een tv en een barbecue deed de wethouder, die tevens portefeuillehouder van milieuzaken is, wel even fronzen. “Die spullen willen we eigenlijk terug hebben,” zo lieten ze weten. “Ik ben bang dat die weggegooid zijn,” aldus de wethouder. Ook dat ze van gevonden bakstenen muurtjes metselden vroeg om uitleg. “Met aarde en water maakten we cement, dat ging heel goed.”

De jongens in de overblijfselen van hun hut (foto archief AV)

Boomhutten niet toegestaan
Wethouder Alink refereerde vervolgens aan een Sirecampagne van enkele jaren geleden waarin gewezen werd op het belang voor jongens om te ravotten en hutten te bouwen. “Hutten bouwen is goed voor de ontwikkeling,” erkende ze. Met andere woorden: hoe kan de gemeente daar nou tegen zijn? Toch plaatste ze wel enkele kanttekeningen bij het bouwen van hutten in de openbare ruimte. Wat volgens haar niet is toegestaan is het bouwen van boomhutten met zelf meegebrachte bouwmaterialen. Door te spijkeren worden immers bomen beschadigd en dat kan niet de bedoeling zijn.

De wens die de jongens vervolgens op tafel legden was een door de gemeente goedgekeurde veilige plek die spannend is en waar ze ongehinderd hun gang kunnen gaan. Door alle publiciteit achten ze de locatie die ze hadden niet meer geheim genoeg. “Met de toezichthouders van de gemeente ga ik in overleg om te zien of er ergens een plek voor jullie is. Ik ga niet beloven dat het helemaal goed komt maar wel dat we gaan kijken of we dit met de gemeente kunnen oppakken. Ondertussen moeten jullie ook op zoek gaan en het mij laten weten wanneer jullie iets geschikts gevonden hebben,” zo eindigde de wethouder.

Arbeidsmigranten
Terwijl de jongens zich vervolgens uitleefden in de nagenoeg lege Burgerzaal, vroegen wij de wethouder nog naar meer details betreffende de daklozen in de gemeente die in de openbare ruimte overnachten. Om hoeveel mensen het precies gaat weet de wethouder niet. Wel dat het voornamelijk Oost-Europese arbeidsmigranten zijn die door omstandigheden geen woonruimte hebben en nu vanwege corona niet terug kunnen naar hun land. Dat ze drugs zouden gebruiken kon ze ontkennen noch bevestigen maar dat er heroïnenaalden in de bosjes rond zouden slingeren, vindt ze ongeloofwaardig. “Als het verwarde personen betreft of mensen zonder huis of familie dan gaan we er vanuit de Zorg wel achteraan. We willen ze niet aan hun lot overlaten maar eigenlijk kunnen we ook niet heel veel voor ze betekenen. Het liefst zien we dat iedereen in Aalsmeer goed woont.”

Hoe ervoor te zorgen dat deze dak- en thuislozen straks niet weer als een koekoeksjong de nieuwe hut van de jongens bezetten en de geschiedenis zich herhaalt, is duidelijk een uitdaging voor de gemeente.

Tekst en foto Arjen Vos

Lees vorig bericht

Flower Art Museum kijkt uit naar 5 juni

Lees volgend bericht

Eet smakelijk met Centennial


1 Reactie

  • Hoop dat handhaving ook is zo snel is met de overlast en gevaar van de rubber boten, en de boel in beslag neemt net als bij de huttenbouwers waar niemand last van had.

Plaats reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *