Column: ‘De Surinaamse officier’

Door: Arjen Vos. Met enige regelmaat komen ze in de landelijke media voorbij: nieuwsberichten dat een persoon geruime tijd dood in een woning lag en de omgeving pas aan de bel van de autoriteiten trok vanwege een niet te harden stank, zwermen vliegen in huis of doordat de brievenbus uitpuilde. Werd de buurman of buurvrouw dan niet gemist, kun je je afvragen. Meestal komen dit soort tragische vindingen in de grote stad voor. Hoe meer mensen op een kluitje wonen, hoe groter de kans op eenzaamheid en hoe minder aandacht voor elkaar. Zo lijkt het althans. Zou het ook in ons eigen dorp kunnen gebeuren? In onze wijk, straat, galerij? Sinds vorige week zaterdag blijkt van wel. Toen trok een kleine politiemacht richting de appartementen tussen Mijnsherenweg en Einsteinstraat omdat buren gewag hadden gemaakt van een penetrante stank in huis en de buurman toch al een tijdje niet gezien was en ook niet opendeed na herhaaldelijk aanbellen. Wat al vermoed werd, bleek een trieste bevestiging. Buurmans lichaam werd levenloos aangetroffen. Forensisch experts vermoedden dat hij minimaal vier weken eerder was overleden. Volgens de politie was er geen sprake van een misdrijf.

Om via instanties informatie over personen los te krijgen, is onbegonnen werk. Privacy is een groot goed, vaak terecht, maar soms zou je willen dat het simpeler ging. Dus politie, woningbouwvereniging en gemeente houden de lippen op elkaar. Om toch te weten te komen hoe het kan dat iemand die een baksteendikte van je vandaan woont een maand lang dood in huis kan liggen, besluit ik tot een bezoekje aan de betreffende flat. Weinig mensen thuis zo midden op de dag. Misschien is mijn missie tevergeefs. Maar na drie deuren tref ik iemand die opendoet. Mevrouw weet niets anders over de persoon te vertellen dan dat het ‘een donkere meneer’ was en moet bovendien snel haar gekookte eitje uit de pan bevrijden.

Verderop tref ik een man met een Oost-Europeaans accent die oprecht schrikt als ik hem vertel dat zijn bovenbuurman is overleden. Hij laat me de hal in om een verdieping hoger verder te gaan met het buurtonderzoek. Als ik langs de bewuste woning loop waar het raam op een kier staat maar de deur verzegeld is, walmt mij een weeïge geur de neusgaten in. Een mix van gefermenteerde vis en een gft-container hartje zomer. Ik herken het meteen. Jaren geleden mocht ik voor een uitvaartonderneming bij nacht en ontij overleden mensen overbrengen. Ook daar trof ik wel eens gevallen die wat langer hadden gelegen. Je leert je ertegen wapenen maar raakt de herinnering eraan nooit kwijt. Dankzij deze geur die via de luchtkoker door het complex trok, ging er bij de omwonenden dus een belletje rinkelen. Meneer was niet zoals gedacht werd op vakantie…

Bij de directe buren geen sjoechem, iets verder op de galerij is wel iemand thuis. Deze meneer vertelt dat zijn overleden buurman erg op zichzelf was en dat hij hem ‘voor de corona’ voor het laatst gesproken had. “Hij vertelde toen dat hij officier was geweest in het Surinaamse leger, maar of dat waar is… Volgens de politie was hij 52 jaar oud, al leek hij wel wat ouder. Hij heeft hier denk ik ongeveer tien, twaalf jaar gewoond,” aldus deze bewoner die zegt het ergens wel te kunnen begrijpen dat het lang kan duren voordat iemand je mist als je alleenwonend bent.

In het trappenhuis ontmoet ik een bovenbuurman met Afrikaanse roots. Ook bij hem ben ik de brenger van het slechte nieuws. De consternatie van zaterdag heeft hij niet meegekregen. Enigszins ontdaan vervolgt hij zijn weg. In de centrale hal zie ik een mededelingenbord met onder meer informatie van en over Eigen Haard. Ik lees geen bericht dat er een medebewoner van de flat is overleden.

Telefonisch spreek ik later nog een andere bewoner die aangeeft zijn buurman inderdaad een tijdje niet gezien te hebben en onlangs net als anderen een aparte geur te hebben geroken. Maar om dan meteen alarm te slaan…

De gebeurtenis houdt me bezig en ik vraag me af of de omwonenden iets te verwijten valt. Toen onze eigen alleenwonende buurman enkele jaren terug oud en ziek was, waren we gespitst op geluiden aan de andere kant van de muur. Een harde nies was een levensteken. Of een doorgetrokken wc. Misschien gingen er ook wel eens dagen voorbij dat we helemaal niets hoorden. De tijd vliegt soms zo snel dat je het je niet eens bewust bent. Maar het feit dat je je buren kent en in elk geval weet of ze een sociaal netwerk hebben, kan een groot verschil maken. Het is gissen naar de omstandigheden waaronder de Surinaamse officier zijn laatste adem uitblies. Ik hoop vurig voor hem dat de overstap naar gene zijde hem plotseling en pijnloos overvallen is. De gedachte aan een dagenlange doodsstrijd zonder dat hij hulp kreeg terwijl hij van alle kanten omringd was door medebewoners vind ik onverteerbaar.

(Foto’s Arjen Vos)

Arjen Vos hanteert sinds zijn middelbare schooltijd de camera, en later ook pen en toetsenbord. Mede-oprichter en thans hoofdredacteur van AalsmeerVandaag. Altijd geïnteresseerd in mensen. Chaotisch, jongensachtig, vader van vier kinderen.

10 reacties

  1. Sinds Corona zijn we banger geworden om elkaar te benaderen, het valt mij op dat mensen die bij een kraam op de markt staan te wachten op hun beurt, keurig afstand bewaren. Ook zijn de mensen bevreesd om nieuwsgierig te worden gevonden. Bemoei je met je zelf en niet met mij stralen veel mensen uit. Een gewoon goede morgen wordt vaak niet beantwoord. Het leuke van dit medium is dat er wel goede geschreven teksten verschijnen, laten we proberen om dat ook weer verbaal te uiten.

  2. Goed geschreven, de realiteit is dat het soms zo is dat mensen op zich zelf willen zijn of psychiatrisch patiënt zijn, met verschillende ziekte beelden.
    Tegenwoordig ook mensen met dementie die zo lang mogelijk thuis moeten blijven.
    Het omgaan met deze mensen vergt inlevingsvermogen en geduld.
    En dat is soms moeilijk .

  3. Trieste situatie. Ik vind dat stukje over de geur alleen niet zo nodig, richting de overledene en zijn nabestaanden..

  4. Spot on!!
    Arjen wat heb je dit uit je hart geschreven, zichtbaar gemaakt! Pijnlijk om te lezen want met het wijzen, wat ik ook geneigd ben te doen, gaat alleen de wijsvinger naar de ander de rest van mijn vingers wijzen naar mijzelf! Ik zou best graag verandering willen, maar hoe? Iets van samenwerking, terug naar gemeenschap(pelijk)..

  5. Wat heb jij dit trieste bericht bijzonder mooi en inlevend geschreven, Arjen! Je bent behalve een top-fotograaf inmiddels ook een dito schrijver! Hierdoor komen de eenzaamheid en triestheid ervan keihard binnen en ga ik nu mijn buurman op een bakkie vragen…

  6. Wat een triest verhaal, inderdaad meer opletten op alleen staande mensen. Ik app elke morgen met een man van 91 in Hilversum. Als hij mij niet antwoord bel ik zijn zoon. Ook op de camping waar hij vorig jaar stond hielden wij hem in de gaten.

  7. Wat een triest verhaal en dat in 2023. Het zou toch zo moeten zijn dat wij meer op elkaar moeten letten. Afspreken met elkaar als alleen wonende om af en toe eens op het raam te kloppen of te bellen. Twee keer per week hallo ok je bent er. Heel simpel. Laat daarbij een kleurtje geen rol spelen. Wees er voor elkaar dat maakt het leven veel leuker. Eenzaam lijkt mij heel erg. Arjen top dat jij er aandacht aan geeft.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *





banner_martinez
adv desiree klein
mjk-advies
LJ-de-Vries
S4H
flower art museum
historische tuin
banner_martinez
adv desiree klein
mjk-advies
LJ-de-Vries
S4H
flower art museum
historische tuin