Terug naar de Buurt

Hoe ziet onze gemeente eruit in de ogen van een oud-bewoner die inmiddels al geruime tijd ‘in den vreemde’ is gevestigd en daar is ingeburgerd? We spraken met Ineke Persoon (66), een rijzige gestalte met een volle bos halflang haar. Hoewel 40 jaar geleden vertrokken uit haar geboorteplaats spreekt ze nog feilloos onze taal. In ‘Terug naar Aalsmeer’ vertelt ze hoe ze nu aankijkt tegen haar voormalige woonplaats.

“Mijn ouders waren Westlanders en kwamen naar Aalsmeer om een wat wonderlijke reden: mijn vader hield van vliegtuigen en wilde dicht bij Schiphol wonen. Eigenlijk had hij piloot willen worden.”

Het lot beschikte anders: De Westlandse teler ging onder andere anjers, seringen en sierpepers kweken op de Uiterweg waar hij ongetwijfeld toen de enige kweker uit het Westland was. Een streng katholiek gezin met acht kinderen dat neerstreek op de Uiterweg.

Ineke: “Mijn moeder was huisvrouw, dat was zo in die tijd. Ze had ook genoeg te doen met zes meiden en twee jongens. Ja,streng katholiek, ik was en ben de oudste en ging na de lagere school thuis aan de slag. Ze wisten niet zo goed wat ze met me aan moesten. Ik kon niet naar de huishoudschool, want er was hier geen katholieke huishoudschool.”

Ze was 19 toen ze aan de slag kon bij Aviflora, de bloemenwinkel op Schiphol.

”Gezellig, die bloemen lagen me wel. Ik ging al gauw een cursus doen bij Boerma, destijds leraar bloemschikken op de tuinbouwschool. Boerma was net als zelfstandige begonnen met zijn instituut. Ik ging daarnaast ook wel op kwekerijen werken, onder andere bij Maarse op de Bennebroekerweg in Rijsenhout. Daar ontmoette ik een Australiër die later met mijn zus Joke ging. Joke en haar man vertrokken in 1978 naar Australië. Ik had ook nog een tijdje in een kibboets in Israël gewerkt, een fantastische tijd. In 1981 ben ik mijn zus in Australië gaan opzoeken, Ik was achtentwintig, ontmoette toen in Australië Garry, nog steeds mijn partner en ik ben daar toen ook gebleven. Dus ik ben nu bijna veertig jaar weg uit Aalsmeer.”

Land van aanpakkers
Ze schetst de beginjaren in haar nieuwe vaderland. We krijgen een beeld van een woest en ledig land met mogelijkheden voor wat Ineke noemt ‘aanpakkers.’

“Land genoeg in Australië, toen en ook nu nog. En weinig voorschriften. Echt een werelddeel voor pioniers. In het begin was het er best zwaar, je moest alles zelf opbouwen. Joke en haar man hadden een stuk land, gingen dat ontginnen en bouwden daar een schuur op. Garry en ik hebben tien jaar bij hen gewoond en daarna hebben we zelf daar in de buurt een stuk grond gekocht en zijn daarop gaan bouwen. We hebben heel veel bos en we wonen er vierhonderd kilometer boven Sydney, in de vrije natuur.”

En was er een inkomstenbron? “Garry was meestal bezig op het stuk grond en zit al jaren bij de vrijwillige brandweer. Ik ben in de bloemen gegaan, heb op een kwekerij gewerkt en in een bloemenwinkel. Australië is echt het land van de free enterprise. Wie je bent en wat je kan is belangrijk en men zag al snel dat ik wat van bloemen wist. Dus ik heb altijd wel werk gehad en ik ben er op vijfenzestig en een half jaar gepensioneerd. Vandaar dat ik nu sinds augustus hier al kan zijn.”

En kwamen de familieleden uit Aalsmeer in die jaren wel langs?
“O, ja. Mijn vader is helaas jong gestorven, maar mijn moeder kwam wel op bezoek. En zussen en broers ook. Ikzelf kwam niet zo vaak naar hier, het is een dure en verre reis, maar nu ik dus gepensioneerd ben kan ik wat langer komen en blijven. En ik reis ook veel door Australië. Garry en ik hebben geen kinderen, zus Joke heeft twee kinderen en kleinkinderen en die bezoeken we wel. En Garry is druk met zijn brandweer.”

Permanente angst voor brand
Dan was hij dit jaar waarschijnlijk wel druk met de bosbranden. “We zaten daar gelukkig nog wel ver vandaan, maar eigenlijk hebben wij zelf ook altijd de angst voor branden. Wij wonen in een enorm groot bos en we hebben altijd dozen met spullen klaar staan want de bedreiging dat er branden komen is altijd aanwezig.”

Ineke heeft zich verdiept in de boeiende geschiedenis van haar nieuwe vaderland en geeft ons een inkijkje in het wel en wee van de gemeenschap Down Under waar, zo begrijpen we, in de verre geschiedenis naast Britse kolonisten ook Nederlanders een rol hebben gespeeld. Ook krijgen we een beeld van de Aboriginals die, zo horen we, nog steeds een aparte groep vormen in de Australische gemeenschap.

“Het zijn verschillende gemeenschappen, ik ben blij dat ik in een blanke huid heb,” aldus Ineke.

Je bent hier nu bijna een half jaar weer terug in Aalsmeer. Hoe voelt dat? Zou je hier voor altijd willen terugkeren? Haar antwoord komt snel. “O, nee, alleen al om het weer zou ik hier niet altijd willen zijn. Bij ons is het het hele jaar door     aangenaam weer, heet en droog. Ik heb bewondering voor jullie dat je in dit vaak zo sombere weer kan wonen. Wij zijn eigenlijk altijd buiten. En die drukte hier, ook op de Uiterweg. Wat me ook verbaast zijn die nieuwe huizen die hier op de Buurt worden gebouwd. Die passen hier helemaal niet. Ik kijk mijn ogen uit.”

Ineke is ook verbaasd over de slechte staat van de Uiterweg.“Ik schrok van het wandelpad. Levensgevaarlijk, het is onregelmatig en smal, vol kuilen en als het heeft geregeld volop water waar je niet omheen kan. En als er dan ook nog kliko’s staan, een verschrikking. Ondoenlijk om ongestoord te wandelen. En ik vind de mensen ook minder beleefd dan vroeger. Dat ons-kent-ons is er natuurlijk ook hier op de Uiterweg inmiddels wel af.”

Ineke’s tijdelijke woonplek is een recreatieark op een jachthaven op de Uiterweg. “Prima, maar ik schrok van de toeristenbelasting die ik moet betalen. Ook als oud-Buurtbewoner en dat hakt er flink in. Ik wil graag weten waarvoor dat bedrag door de gemeente wordt gebruikt. Ik vind het onbillijk. Ik ben nu al maanden een tijdelijk inwoner die economisch bijdraagt aan Aalsmeer. Ik heb hier in het dorp een elektrische fiets gekocht en ik doe nu al maanden al mijn boodschappen hier. Ja, ik voel het toch of ik ervoor gestraft word dat ik hier tijdelijk woon.”

Tekst Leni Paul, foto’s Jaap Maars en Ineke Persoon

 

Lees vorig bericht

Op bezoek bij de honderdjarige

Lees volgend bericht

Ziekenboeg handballers steeds voller


Plaats reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *