Hoe is het nu met… Kommer Baarsen?

Kommer en Lien Baarsen, beiden begin tachtig, genieten al weer vele jaren van hun pensioen. Na een leven als middenstanders in het hart van de Aalsmeerse gemeenschap verlieten ze in 2006 het welbekende ruime pand in de Dorpsstraat en streken ze neer in hun gerieflijk huis op de Uiterweg. In het gesprek met het opgewekte echtpaar Baarsen herleeft het dorpsleven van Aalsmeer en wordt een beeld geschetst van ‘vroeger’. Zeg Kommer Baarsen en de gemiddelde Aalsmeerder zal deze naam onmiddellijk associëren met alcohol in de ruimste zin van het woord.

Kommer en Lien Baarsen

We duiken deze middag in het verleden, beginnend bij de overgrootvader van Kommer die in de negentiende eeuw zijn woonplaats in hartje Brabant verruilde voor de Haarlemmermeer om er werkzaam te zijn bij de droogmaking van de polder. “Zijn zoon, mijn grootvader Kommer van den Heuvel, begon nu ruim honderd jaar geleden op de plek in de Dorpsstraat waar wij later onze zaak hadden, samen met zijn vrouw een café. Een heel andere tijd als nu, want het waren vooral oude jenever en bier die er werden geschonken. Het uitgebreide sortiment dat wij later voerden was toen nog ongekend. Mijn grootvader verkocht bijvoorbeeld Zuid Hollands Bier, een bekend merk in die tijd. Aan de overkant op de dijk zat een concurrerend café en dat verkocht Heineken. Opa had daar geen vergunning voor. Maar die café-eigenaar lustte zelf nogal te graag zijn eigen drank. Op een gegeven moment is opa naar Heineken zelf gegaan in het hoofdkantoor in Amsterdam en toen kreeg hij het voor elkaar om ook Heineken Bier te mogen verkopen.”

Was dat beter?
”O ja, opa noemde dat ZH bier: ziekenhuisbier.”

“Opa’s dochter trouwde met Klaas Baarsen die in de bloemen zat. Samen met zijn vrouw, mijn moeder dus, zijn ze de zaak gaan voortzetten. Omstreeks 1920 is het café veranderd in een slijterij en een drankengroothandel. Er kwam achter de winkel ook een fabriek en er werden eigen dranken zoals Van der Heuvel limonades, sodawater, cola ontwikkeld.“

De naam en faam van het bedrijf bleven niet beperkt tot Aalsmeer, want Kommer Baarsen vertelt over de bestellingen die bijvoorbeeld regelmatig werden afgeleverd op Schiphol. “Opa kreeg bijvoorbeeld eens een bestelling van de grote Plesman. Dan leverde hij  twaalf flesjes bier af op Schiphol en die bezorgde hij persoonlijk per roeiboot via de Ringvaart. Wij hebben ook nog jaren flessen sodawater gebotteld voor de KLM. Die flesjes gingen mee in de vliegtuigen.”

Jullie genoten een zekere faam met kruidenbitter, de bekende succesdrank die Poelbitter heet.
”Ja, voor die speciale drank kwam er uit Amsterdam van Jacob Hooij een baal met kruiden. Die lieten we dan veertien dagen trekken in de jenever. In 1963 zijn we met de fabriek waarin we allerlei dranken maakten, gestopt en lieten we alles maken in Utrecht.”

Jullie werden een begrip in Aalsmeer en concurrentie moet er nauwelijks zijn geweest.
“We waren inderdaad bekend. Bij Aalsmeerse verjaardagen waren wij vaak de leverancier. Het is op geen enkele manier te vergelijken met wat er nu gedronken wordt. Men dronk vroeger echt veel minder. Drank was echt een luxe.”

Aalsmeer kende in het verleden ook een flinke groep mensen met anti-alcohol-principes, de zogenaamde ‘blauwe knoopadepten’. Zo had een bewoonster op de Uiterweg in haar brandschone keuken de in kruissteek geborduurde vermanende spreuk aan de wand: ‘Elke borrel had een steen voor uw huis kunnen zijn’.

Kommer in zijn winkel in de Dorpsstraat

”Ja, dat soort mensen kwam wel eens langs in onze de winkel om met ons te praten. Ze bleven wel altijd vriendelijk.”

Jullie hadden een sterke troef in handen met de bekende slogan Komt Kommer Baarsen, komt kwaliteit. Die kon niemand in Aalsmeer ontgaan. En dan brachten jullie ook nog de al genoemde bekende Poelbitter op de markt. Is die naam zelf bedacht?

“De naam Poelbitter heb ik zelf bedacht, ja. Aan de slagzin Komt Kommer Baarsen komt kwaliteit zit een heel verhaal vast. Voor ons jubileum van het 75-jarig bestaan wilden we met iets bijzonders op de markt komen. Ik zag een advertentie van een reclamebureau dat zich aanbood met de spreuk: ‘wij kunnen alles’. Dat klonk goed dus ik heb ze gebeld en gezegd dat ik wel eens met ze wilde praten. Er kwam iemand langs van het bureau en ik zei: nou, jullie kunnen alles, bedenk maar iets bijzonders voor ons. Het was een inventieve figuur, heette Piet Halsema, de broer van Frans Halsema. Hij  heeft toen die slagzin bedacht.”

Jullie moeten vele jaren zonder concurrenten zijn geweest.
“Ja, inderdaad, Maar toen kregen al gauw de café’s volledige vergunning, zij mochten drank buiten hun zaak gaan verkopen. En nog veel later kwamen natuurlijk de supermarkten die volop bier en wijn gingen verkopen, iets wat bij de vroegere kruideniers onvoorstelbaar was.”

Baarsen kijkt terug op het oude Aalsmeer waar de kleinschalige kruideniers volop naast elkaar een goed bestaan hadden.  Naast zijn  drukke bestaan heeft hij altijd de tijd vrij kunnen maken voor maatschappelijke functies zoals het jarenlange bestuurslidmaatschap van de Aalsmeerse Ondernemersvereniging en zijn inzet voor Tafeltje Dek Je. Ook maakte hij 30 jaar deel uit van de Aalsmeerse Brandweer, een taak die ook zoon Olaf jarenlang heeft vervuld. Dat in het succesvolle bestaan van de onderneming ook echtgenote Lien een onmisbare rol heeft vervuld ligt voor de hand. Zij heeft daarnaast zelf ook tijd gevonden voor hobby’s zoals  beeldhouwen, schilderen en tekenen. Een tientallen jaren oude liefhebberij van beiden is het vogels kijken zowel in de eigen omgeving als in verre landen.

Kommer op de Kleine Poel met een paar kratjes Heineken’s Bier

“Daar hebben we altijd tijd voor gevonden en daar doen we nog aan. Naast ons huis op de Buurt hebben we ook een grote verscheidenheid aan vogels en we gaan er samen ook veel op uit om vogels te bekijken.”

Kommer Baarsen heeft in het verleden geijverd de Dorpsstraat tot een echte winkelstraat te maken. Zoals vele plannen in het centrum werd dit geen succes. Op de plaats van zijn winkel waar onder meer na Baarsens vertrek andere slijterijen en nadien een kringloopwinkel waren gevestigd, verrijzen nu binnenkort een twaalftal appartementen. Het idee van levendige winkelstraat lijkt verder weg dan ooit.

”Ja, het dorp is echt het dorp niet meer. En de Dorpsstraat als winkelstraat? Nooit wat geworden.”

Tekst: Leni Paul Foto’s Arjen Vos en privé-archief Kommer Baarsen

ALS_kadernota_partijen_v8

 

Lees vorig bericht

Column: Joop Kok

Lees volgend bericht

Watersport floreert maar niet overal hosanna-stemming


Plaats reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *