Zou ik…?

Handbal is mijn sport. Altijd geweest en zal het waarschijnlijk altijd wel blijven. Ik wilde op mijn elfde eigenlijk liever op voetbal, maar dat mocht niet van mijn vader: veel te ruw voor meisjes. Toen had hij nog nooit een pittige vrouwen handbalwedstrijd gezien…

Mijn moeder, die zelf op hoog niveau had gehandbald, raadde me aan dat eens te proberen. En zo kwam ik, niet bij de eerste de beste club, maar bij HV Aalsmeer terecht. Ik vond het er meteen geweldig, heb er zelfs vriendinnen voor het leven aan over gehouden, maar een ster…? Nee, dat was ik niet. Het talent van mijn moeder had ik niet geërfd. Als ik al eens een doelpunt wist te maken werd dat door mijn maatjes bejubeld alsof ik Olympisch goud had gewonnen en liep ik een week lang met een big smile rond.

Kortom: laten we het er op houden dat ik het vooral van mijn inzet moest hebben. Tijdens de wedstrijden dan, want trainen was ook al niet zo mijn ding. Dat heen en weer rennen in een zaaltje… Dus speelde ik ook niet op hoog niveau. Hoeft ook niet, we kunnen niet allemaal Estavana Polman (de ster van het Nederlands Damesteam) worden.

Via aspiranten 2, junioren 2 en dames 2 heb ik mijn actieve carrière afgesloten in dames 5. In algemeen beschaafd Aalsmeers beter bekend als waiven vaif. Duidelijk een team waar de derde helft even belangrijk was als de eerste twee. Onze pogingen om een goed resultaat neer te zetten werden door de toppers binnen de club dan ook wel eens afgedaan als ‘bezigheidstherapie’, maar daar zaten we niet mee. Net als ik er niet wakker van lag dat ik niet zo goed was. De lol die we met elkaar hadden was veel belangrijker.

Niet alleen voor ons, trouwens, ook topsporters hoor je regelmatig zeggen dat ze doorgaan zolang ze plezier houden in hun sport. En dat moet ook wel, want om zo goed te worden moet je wél trainen tot je een ons weegt. Kan me dus voorstellen dat mijn helden Sven Kramer en Roger Federer onmiddellijk hun schaatsen en tennisracket aan de wilgen hangen zodra ze het niet meer leuk vinden om dagelijks te trainen, want die gasten trainen écht hard. Gaan ook in een vat met ijsblokjes zitten als dat binnen het schema past. Geen haar op m’n hoofd die daar zelfs maar aan denkt, maar daarom zijn zij wereldtop en ik niet.

Schaatsen kan ik trouwens helemaal niet. Zodra ik m’n Noren aantrek voel ik al blaren op m’n hielen opkomen en m’n enkels houden het meestal ook heel snel voor gezien. Het moet ongetwijfeld heerlijk zijn om over het (natuur)ijs te scheren, maar het is niets voor mij. Ik beperk me tot een tochtje naar de koek & zopie of installeer me lekker voor de buis om naar Sven en consorten te kijken. Dat ik het zelf niet kan? Geen punt en niet belangrijk.

Tennis is misschien een iets ander verhaal. Dat doe ik wel zelf. Nu denk ik: was ik maar gaan tennissen toen ik 11 was, want daarvoor heb ik misschien meer aanleg dan ik ooit voor handbal heb gehad. Achteraf is alles makkelijk, maar héél soms baal ik er wel eens van. Al doe ik ook deze sport vooral om het plezier. De lol met mijn tennisvriendinnen op de zondagochtend of als ik met mijn vaste maat een toernooi speel. Vorig jaar hebben we zelfs een prijs gewonnen. Geeft toch wel voldoening. Want… zo ben ik ook wel weer… spelletjes zijn er om gewonnen te worden. Of het nu handbal, tennis of Triviant is, winnen is altijd leuker dan verliezen.

Maar hoever ga je daarvoor? Dat vroeg ik me af toen deze week bleek dat een aantal sporters was betrapt op dopinggebruik: ook een (Russische) schaatser en een bekende tennisster. Zou ik een pilletje nemen als ik daardoor misschien net wél de partijen kon winnen die ik nu (nog) verlies? Het is een gewetensvraag en natuurlijk duurt eerlijk het langst. Dus het is makkelijk om te (ver)oordelen. Maar heel diep van binnen en heel soms kan ik me best voorstellen dat je in de verleiding kan komen. Ik zal op mijn niveau nooit voor zo’n dilemma staan, maar als ik beter was en het ging om Wimbledon… zou ik dan? Blijft toch lastig!                

Lees vorig bericht

Benecke belast met beschoeiing

Lees volgend bericht

Column Marjon Labordus


Plaats reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *