Waar zie jij jezelf over vijf jaar?

Ik denk dat iedereen die van het bestaan van ‘het sollicitatiegesprek’ heeft gehoord in ieder geval een aantal van de standaardvragen kan opnoemen. Zelf heb ik de twijfelachtige eer gehad al heel wat gesprekken achter de rug te hebben. Achteraf gezien was ik er, zeker in die eerste jaren, verschrikkelijk slecht in. Inmiddels, tientallen gesprekken later, ben ik wel oké. Ik zou mezelf niet goed in solliciteren durven noemen… Misschien is dat een teken aan de wand: ik ben zó slecht in mijn eigen kennis, ervaring en talent verkopen dat ik zelfs mijn kennis, ervaring en talent voor het verkopen van mijn kennis, ervaring en talent slecht weet te verkopen. Mocht u zich zorgen maken over die vorige zin, hij is technisch gezien correct, maar lastig te volgen: een microkosmos van mijn bestaan. 

De dans
Het is mijn ervaring dat sollicitatiegesprekken een vreemde dans zijn, waarin je als sollicitant een goed beeld van jezelf wenst te geven, maar niet té realistisch wilt zijn over wat je wel en niet kunt. Per slot van rekening moet je jezelf verkopen, maar ben je wel gebonden aan het feit dat je jezelf bent. Je bent (althans, in de meeste gevallen) niet perfect. Eerlijkheid over je eigen talenten en tekortkomingen is goed, maar je moet niet té eerlijk willen zijn, per slot van rekening zijn er ook andere gegadigden.

De dans van het sollicitatiegesprek is soms een haast onvoorstelbaar ritueel, waarbij beide kanten tegelijkertijd aan elkaar ieder kant proberen te verkopen. Natuurlijk, als sollicitant ben je daar namens jezelf, de andere kant van de tafel verkoopt de mogelijke werkgever en functie. Net als jijzelf zijn werkgever en baan ook niet perfect, maar ook dat word met de mantel der liefde bedekt. Aan beide kanten zit niemand bij een kennismaking te wachten op een overzicht van haken en ogen.

Al doende leert men
Zoals ik al stelde in mijn introductie, ik ben zelf wel oké in sollicitatiegesprekken. Er zijn zeker mensen beter in: de enige reden dat ik er zo veel heb mogen (lees: moeten) voeren is puur omdat er vaak geen raakvlakken waren. Afgewezen worden is het meest voorkomende en rottigste deel van op zoek zijn naar een baan, net zoals een blauwtje lopen het minst leuke deel is van flirten. Helemaal irritant is dat afwijzingen een bijna oneindig aantal vormen aan weet te nemen: soms via de telefoon, andere keren per mail. Ik heb zelfs een keer via WhatsApp te horen gekregen dat een gesprek geen vervolg zou krijgen!

Het vervelendste is dat je voor de resultaten overgeleverd bent aan de inzichten en agenda’s van anderen. Je kunt jezelf in een uur aardig presenteren, maar een volledig beeld van jezelf als professional geven is lastig, zeker in de beperkte setting van een vraag-antwoordsysteem. Wat het extra lastig maakt is dat je vaak het eerste gesprek niet voert met een toekomstige collega of leidinggevende, maar met een recruiter of iemand van HR: prima gesprekspartners, maar ze zitten vaak met een taakomschrijving tegenover je, en zoeken vrij rigide naar specifieke termen. Dit kan een goed gesprek voeren extra lastig maken, zeker als je in een veld zit waar terminologie snel en vaak veranderd.

Vallen en opstaan
Maar al doende leert men: er staat genoeg te lezen over hoe je het beste een sollicitatiegesprek kunt voeren online, maar uiteindelijk gaat het er vooral om een manier te vinden die bij jou past. Sommigen zijn geboren verkopers bij wie het eigen verhaal moeiteloos van de tong rolt, anderen worden door schade en schande wijs. Ikzelf behoor nadrukkelijk tot die laatste categorie. Bij mijn laatste succesvolle sollicitatie (inmiddels bijna anderhalf jaar geleden) was ik er nagenoeg van overtuigd dat het gesprek een onoverkomelijke ramp was, om een paar dagen later een positief antwoord te krijgen. Twee dagen na die positieve respons kwam er een mailtje binnen van een gesprek waar ik wél een goed gevoel over had: een standaard email die begon met “beste sollicitant” waarin ze aangaven dat er toch wel heel veel andere geschikte kandidaten waren.
 
Maar serieus, waar zie je jezelf over vijf jaar?
Waar ik bij ieder gesprek als een berg tegenop zie is de ‘waar zie je jezelf over x periode’-vraag. Ik ben er stellig van overtuigd dat er een soort geheime dienst bestaat die alle sollicitatiegesprekken afluistert en de interviewers boetes geeft als ze de vraag niet stellen: ik heb nog nooit een gesprek gevoerd waarbij een variant op de Vraag niet langs kwam. Er is ook geen goed antwoord op te geven, vijf jaar is een onmogelijk lange tijd om vooruit te kijken.

Afhankelijk van hoe de ander erin staat is ieder antwoord goed en slecht uit te lezen: zie je jezelf nog steeds het werk doen waar je voor op gesprek bent? Het ontbreekt je aan ambitie. Denk je leidinggevende te zijn voor het bedrijf? Dat is wel heel voorbarig. Ben je alweer ergens anders werkzaam? Niet loyaal. Ik zou willen dat ik het geheime goede antwoord had gevonden, lezer, dan zou ik dat graag met u delen. Zelf heb ik een rottig gevoel voor humor, dus mijn oplossing is meestal een absurd antwoord óf het te eerlijke antwoord: ik weet het niet. Vijf jaar geleden studeerde ik nog politieke wetenschappen en woonde ik bij mijn moeder: wie weet ben ik over vijf jaar wel de enige man op Mars die een groene driepotige kip Japans heeft weten te leren. Wie zal het zeggen?

 

Lees vorig bericht

Albert Heijn bereidt zich voor op uitbreiding

Lees volgend bericht

Column: Yannick Duport


Plaats reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *