Pierre’s Pennenstreken: ‘X Geboden’

Door: Pierre Tuning. Pennenstreek 402. Toen de schrijver Nescio (pseudoniem voor J.H.F. Grönloh 1882–1961) nog een ‘held’ was, schreef hij de X Geboden – uiteraard pas na zijn dood gepubliceerd. Zijn biograaf Lieneke Frerichs meent dat het omstreeks 1900 is geweest, toen hij ze schreef. Van 1901 tot 1903 was Grönloh betrokken bij de idealistische kolonie Tames, die hij met een aantal vrienden had opgericht in de buurt van Huizen. Dit was in navolging van de kolonie Walden, opgericht door Frederik van Eeden. Nescio was lid van de SDAP. Hij was dus duidelijk een idealist, al had hij zich in het dagelijks leven neergelegd bij de plichten van de moderne maatschappij.

Hoewel… Hij schreef toen wel, in een opwelling van boosheid, de Tien Geboden van de ‘god Carrière’. Als je de eigenzinnige spelling en de tijdgebonden attributen (‘steenen pijpjes’, ‘pandjesjas’, ‘Liefdadigheid’) buiten beschouwing laat – of vervangt door ‘sociale-huurwoning’, ‘Bestuursvoorzitter of CEO’ en ‘Goede Doelen’ – dan blijken zijn cynische geboden opmerkelijk toepasbaar op deze tijd:

De X Geboden
Alzoo spreekt God tot U en zijn naam is Carrière.

  1. Ik de Heer Uw God ben een aleenig God en mij zult gij dienen met geheel Uwe ziel en met geheel Uw lichaam en met geheel Uw willen en met al Uw weten en met al Uw werken.
  2. Gij zult U geen valsche goden maken als eerlijkheid, trouw, geweten, schoonheid of waarheid want alzoo komt gij ten verderve en honger en ballingschap zullen Uw deel zijn. Want ik ben machtig en mijne straffen zwaar.
  3. Eert hen die boven U gesteld zijn en doe wat hun aangenaam is, opdat het U welga.
  4. Ziet niet rechts en niet links maar vooruit want aan ‘t eind van den weg liggen de geldzakken die tot loon zijn voor hen die mij dienen in geest en waarheid.
  5. Toon nooit dat U iets onaangenaam is maar werk in stilte en verdraag alles totdat ge macht hebt verkregen. Want waardigheid is niets en geld is alles en een arme is een schooier en een rijke een heer en de wereld vraagt slechts naar centen.
  6. Draagt nooit vuile boorden en kapotte jasjes en rookt geen steenen pijpjes. Want de wereld wil dat niet en de zaligheid ligt in de pandjesjas.
  7. Eert het geld opdat gij geëerd worde wanneer ge geld zult bezitten voor den trouwen dienst van mij, Uw aleenige God.
  8. Leent nooit geld zonder rente, vraagt nooit 5% als ge 5½kunt bedingen, betaalt nooit f– loon als ge ‘t met f 0.90 afkunt, wees eerlijk als ‘t moet, bedrieg als ‘t moet, hebt nooit medelijden, geef geen cent als ge er niet indirect 2 door terug kunt krijgen. Maar ‘t voorzitterschap van ‘Liefdadigheid’ geeft aanzien.
  9. Bedenkt immer dat de fisieke kracht bij de massa is. Alzoo zult ge de massa in bedwang houden door fatsoen, door geloof, door politiekerij, door boekjes, scholen, dominees en kranten. En wie ‘t onderste uit de kan wil hebben krijgt ‘t deksel op z’n neus. Als ge zonder gevaar 1001 kunt bereiken wees dan niet tevreden met 1000 maar bereken ‘t gevaar met nauwkeurigheid.
  • Maar dit zeg ik U, laat nooit zien wat ge wilt noch wie gij zijt maar werk in stilte. Want in huichelen en knoeien ligt Uw heil en karakter is een frase. Dit zijn mijne woorden, van mij Carrière, god door de eeuwen, die de wereld heb verpest en verkankerd door mijne almacht. – Amen.

Terugblik
Tien jaar later blikt Nescio terug op zijn idealistische periode. In Titaantjes, dat na door het gezaghebbende tijdschrift De Gids geweigerd te zijn (voorgesteld werd, het woord ‘God’ te vervangen door ‘Zeus’!), in 1915 werd gepubliceerd in Groot Nederland. Voor mij de mooiste eerste bladzijde van de hele Nederlandse literatuur. Even fris en toegankelijk, alsof het gisteren werd geschreven:

Jongens waren we—maar aardige jongens. Al zeg ik ‘t zelf. We zijn nu veel wijzer, stakkerig wijs zijn we, behalve Bavink, die mal geworden is. Wat hebben we al niet willen opknappen. We zouden hun wel eens laten zien hoe ‘t moest. We, dat waren wij, met z’n vijven. Alle andere menschen waren ‘ze’. ‘Ze’, die niets snapten en niets zagen. ‘Wat?’ zei Bavink, ‘God? je praat over God? Hun warme eten is hun God.’ Op enkele ‘goeie kerels’ na werd iedereen door ons veracht. Heel stilletjes zeg ik daar nu bij: ‘En niet ten onrechte’, maar dat mag niemand hooren. Ik ben nu geen held meer. Je weet niet hoe je de menschen nog eens noodig kunt hebben. En Hoyer vindt ook dat je geen aanstoot moet geven. Van Bekker zie of hoor je niks meer. En Kees Ploeger praat van die rare kerels die ‘m op den slechten weg brachten.

Herkenbaar
Je weet niet hoe je de menschen nog eens noodig kunt hebben.’ Wikipedia zegt daarover: ‘Het boek heeft als moraal dat ieder mens zich uiteindelijk ten koste van zijn idealen aanpast aan de maatschappij en, ondanks zelfs de grootste walging van maatschappelijke eisen, hij daar toch altijd aan toegeeft, of hij wil of niet. De twee werken zijn dan ook een groot protest tegen de maatschappij, maar geven ook de tweestrijd weer tussen Nescio (de schrijver) en Grönloh (directeur van de Holland-Bombay Trading Company), die in een en dezelfde persoon wordt uitgevochten.’

Nou eerlijk zeggen: is dat herkenbaar of niet?!

Lees vorig bericht

Debo-bokaal als beloning en erkenning

Lees volgend bericht

Brijder Jeugd helpt ouders bij NIX18-afspraak


2 Reacties

  • Nou eerlijk gezegd vind ik dit nogal een boute constatering dat ieder mens zich uiteindelijk ten koste van zijn idealen aanpast aan de maatschappij en, ondanks zelfs de grootste walging van maatschappelijke eisen, hij daar toch altijd aan toegeeft, of hij wil of niet. Mijn inziens gaan individuen met idealen een innerlijke strijd aan met verschillende uitkomsten waardoor godzijdank een kleurenpalet van menselijke eigenschappen aanwezig zal blijven. Er zijn niet voor niets zoveel verschillende geloven en politieke stromingen. Maar dit wist Pierre natuurlijk allang.

  • onbekwaam tot enig goed en geneigd tot alle kwaad

Plaats reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *