Pierre’s Pennenstreken: ‘Jazz uitbraak’

Pennenstreek 349. Alles binnen de perken. Behalve de muziek. Publiek op anderhalve meter (pas op: niet meer dan 30), muzikanten op anderhalve meter (meer dan vijf kunnen er niet op het podium), handen ontsmetten, geen geloop, geen geknuffel, drankjes besteld aan tafel…

Dan begint het nostalgische verhaal van ‘Days of Wine and Roses’, ingezet door Benjamin Herman. De altsaxofonist in zijn smetteloze zomerpak laat meteen horen waar zijn muziek vandaan komt: 25 jaar geleden al speelde hij de muziek van Charlie ‘Bird’ Parker in cultureel café Bacchus, op 22 februari 1995 om precies te zijn – voor de aanvang van het concert wordt hij er nog even aan herinnerd.

Hij bespeelt nog steeds dezelfde Selmer Max 6 als toen. ‘Er zit eigenlijk geen grens op het volume. Dat is fijn aan dit instrument.’ Die sax heeft inmiddels heel wat beleefd. Denk alleen maar aan al die optredens van zijn New Cool Collective, waarmee hij meer dan twintig cd’s opnam.

Benjamin heeft in de Oude Veiling dus geen versterking nodig. Net als de concertvleugel van Jos van Beest, waar nu ‘eindelijk eens jazz op wordt gespeeld’ – aldus ‘pianotemmer’ Hans Kramer. Na vijf maanden gedwongen coronapauze rukt het beest zich los. Van Beest gaat los, achterna gezeten door bassist Hans Mantel; Vincent Koning plukt als een bezetene vingervlugge noten uit zijn gitaar, drummer Ben Schröder jaagt de boel nog eens in chase chorussen op, tot de sax van Benjamin het thema laat weerklinken – weet je nog wel: ‘Days of Wine and Roses’?

Dramatisch
De ballad ‘Angel Eyes’ is ook een zogenaamde ‘jazz standard’, maar wordt ingezet met een toewijding, alsof nooit iemand het eerder gespeeld heeft. Dramatische uithalen van Benjamins’ altsax, afgewisseld door de ‘bluesy snikken’ à la Charlie Parker, doen de tranen in je ogen springen. De gitaarsolo van Vincent laat de herinnering herleven aan Kenny Burrell die het in 1998 met Hammond-organist Jimmy Smith speelde, en Jos van Beest omspeelt het thema met brille en swingende akkoorden die tot luisteren dwingen. De nostalgische dramatiek wordt tot het einde toe volgehouden. Applaus; het volgende nummer. ‘Wat doen we?’

‘Satin Doll’ is traditioneel een showcase voor de bassist. Dat was het in 1953 bij Duke Ellington al, toen die rol was toebedeeld aan Wendell Marshall. Nu maakt Hans Mantel dat helemaal waar; hij klimt in zijn bas, vergroeit ermee, verdubbelt, verdriedubbelt het tempo, gooit alles wat hij heeft in de strijd. ‘Het is mijn vak,’ zal hij na afloop van het concert zeggen, ‘je geeft álles of je doet het niet!’

Elke standard krijgt van de band een opfrisbeurt. Het onvervalste Bebop-nummer ‘Au Privave’ krijgt van pianist Jos van Beest een solo met een grommend laag begin voordat deze naar een swingende climax toewerkt. En als Hans Mantel zich over zijn contrabas buigt, haalt hij er tonen uit die aan Ray Brown doen denken.

Voordat de band aan ‘Here’s That Rainy Day’ begint, wijst Jos ons erop dat de vijf bandleden weliswaar in verschillende combinaties met elkaar hebben samengespeeld, maar nog nooit in deze unieke samenstelling. Hij illustreert dit, door het nummer te beginnen als duet van piano en altsax, waarna de ritmesectie perfect invalt en allen deelnemen aan een uiterst sfeervolle vertolking van de ballad.

‘Ah, latin’, denk je, als drummer Ben Schröder begint. Maar spoedig gaat ‘I’ll Remember April’ over in een lekker swingende ‘four beats in the bar’, waarbij alle bandleden zich kunnen uitleven – en de drummer zijn sticks even weglegt om zijn solo met blote handen te beginnen.

‘Los gaan’
Na de pauze krijgt Jos van Beek het publiek weer met enige moeite bij de les. Maar als ‘There Is No Greater Love’ begint, is iedereen weer muisstil. Het is verbazingwekkend, hoe de band op dreef is en de muzikanten elkaar de volle ruimte geven – en zelf genieten van het samenspel.

Hoe begonnen de tv-optredens van Simon Carmiggelt ook weer? Met ‘In a Sentimental Mood’ van Duke Ellington. En wie horen we? ‘Johnny Hodges’ roept iemand. ‘Mis,’ zegt Benjamin, ‘het was Otto Hardwick.’ Jos begint het stuk op de ‘stride piano’, waarna de sax een sentimentele klaagzang begint, gevolgd door een dromerig samenspel van gitaar en bas. De pianist troost met snelle loopjes en keert terug naar de blues. Gitarist Vincent Koning staat in de spotlight bij ‘Stella by Starlight’, ooit ook heel mooi vertolkt door Ella Fitzgerald met gitarist Herb Ellis. Het krijgt een stomend ritme dat iedereen de gelegenheid om te schitteren. Vooral Hans Mantel valt op, die zijn bas lijkt toe te spreken als hij zijn indrukwekkende solo speelt.

Terwijl Jos begint Dizzy Gillespie’s ‘Night in Tunesia’ aan te kondigen, begint de band, uiteraard onder leiding van de drummer ditmaal, allang te spelen. Kijk en luister naar de stotende, razendsnelle sax, de fanatieke bas, de drummer die alles geeft wat hij in zich heeft. Tot de bijna gillende saxofoon van Benjamin er een einde aan maakt.

Bijna… Want we krijgen eerst nog, uiteraard: ‘Bye Bye Blackbird’! Een jazz standard uit 1926; maar alweer uitgevoerd, alsof we het nummer voor het eerst horen. Zoals alles klinkt, alsof de jazz net is uitgevonden. Terwijl de hele honderdjarige geschiedenis doorklinkt in elke geïmproviseerde noot. Zo spelen jazzmusici als ze eindelijk weer ‘los kunnen gaan’. Om nooit te vergeten, het tweede Zomerconcert in coronatijd, in De Oude Veiling. Nu het derde nog!

Tekst Pierre Tuning, foto’s Arjen Vos

 

Lees vorig bericht

Triatleten in wachtkamer voor EK

Lees volgend bericht

Bewoners Kloosterhof onwel door warmte


2 Reacties

  • Bedankt Pierre voor het verslag.
    Volgende keer hoop Ik er bij te zijn.

    Groet Hanny

  • Dat liefde voor taal en liefde voor muziek tot iets moois kan leiden, bewijst Pierre met deze pennenstreek, bedankt.

Plaats reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *