KCA Jazzweekend: hevig en intens

Door: Pierre Tuning. Pennenstreek 451. Everyday I have the blues!’ Michael Varekamp schreeuwt het talloze malen uit op het gloeiendheetste hoogtepunt van het ‘Jazz Me Blues-weekend’ in Bacchus. ‘Everyday!’ roepen zijn bandleden hem na: ‘Everyday!’ Wat is dat, ‘de Blues’? ‘Het verdriet dat je hebt, als je vrouw wegloopt – en… het verdriet als ze terugkomt!’ zegt Michael.

‘Er bestaat in de jazzmuziek geen element dat meer elementair is dan de blues. Het is de krachtbron waaruit de jazz telkens opnieuw de gecompliceerdste en experimenteelste vormen geput heeft. De blues bestond al in zijn zogenaamde “landelijke vorm” toen er nog geen jazzmuziek was, in ieder geval reeds omstreeks het midden van de 19de eeuw. Een jazzcriticus heeft eens gezegd, dat de jazzmuziek niets anders is dan de toepassing van de blues op de Europese muziek. En men kan eraan toevoegen, dat de jazzmuziek zal ophouden jazz te zijn, als de blues eruit verdwijnt,’ schreef J.E. Berendt in 1953.

Zolang er muzikanten zijn als Hein ‘Little Boogie Boy’ Meijer, zal de originele blues blijven bestaan. De ‘landelijke vorm’ van de blues waarover Berendt schreef, is allang verhuisd naar de ‘hoods’ (de zwarte wijken ) van grote steden als Houston, Dallas, Los Angeles en Chicago. En het is vooral in de laatstgenoemde stad waar bluesfreak Hein zijn grote muzikale voorbeelden zocht: Muddy Waters, Howlin’ Wolf, Elmore James, Willie Dixon en zovelen meer…

Niet op het conservatorium, maar door van jongs af aan eindeloos te oefenen op zijn gitaar, mee te spelen, mee te zingen, af te kijken en bij te leren is Hein een bluesgitarist en -zanger geworden, zoals er geen tweede in Nederland te vinden is. Hij was nog heel jong toen hij naar Chicago afreisde om in de wereld van de blues te duiken.

Vrijdagavond in Bacchus kan Hein ons laten horen wat zijn levenslange fascinatie met de blues heeft opgeleverd. Schitterend expressief gitaargehuil, teksten die tot de meest creatieve Amerikaanse volkspoëzie gerekend kunnen worden (veel aanwezigen kenden ze al, maar ik heb ze nog eens nagelezen). Zoals 29 Ways van Willie Dixon:

Crawl through the window and that ain’t all
A lot of good ways I don’t want you to know
I even got a hole in her bedroom floor
I got twentieth nine ways just to make it to my baby’s door
(To my lovely baby’s door)
But if she needs me bad I can find about 2 or 3 more
(One, two and many more)

En dan de enthousiaste, attente bassist Jan de Boer die in zijn eentje (maar steeds gesteund door de gitaar van Hein) de ritmesectie vormt en de Rotterdamse (Vlaardingse) bluessaxofonist Jan de Ligt die van het begin af aan alles uit zijn instrument haalt wat erin zit – ik moet soms denken aan Eddy ‘Lockjaw’ Davis of… Rinus Groeneveld!

De blues zijn liedjes van liefde en verlangen, maar ook van vreugde en verdriet. ‘My Bleeding Heart’van Robert Johnson is onder meer vertolkt door Elmore James.  Robert Johnson zwierf in de jaren dertig in heel Amerika van kroegie naar kroegie, hield nogal van vrouwen – en werd in 1938 door een jaloerse echtgenoot doodgeschoten; hij werd 27 jaar… Elmore James, in 1918 geboren in Mississippi, leerde op zijn tiende blueszingen en gitaarspelen op een zelfgemaakte gitaar, trok een tijdlang op met Robert Johnsen, maar overleefde zijn leermeester ruimschoots (hij overleed in 1963).

My Bleeding Heart
People, people, people
You know what it means to be left alone
People, people, people
You know what it means to be left alone
No letter today
Not even a call on my telephone
Understandin’ in a little lovin’
A little lovin’ is all in the world I need

Hein vertelt over de legendarische Nick Holt, bassist van ‘Magic Slim and The Teardrops’, die vaak in Nederland is geweest en van wie hij veel heeft geleerd. Nick, die het busje van Hein veel te netjes vond: onder een hoop rotzooi kan je je pistool beter verbergen…

De rauwe zelfkant van de (Amerikaanse) maatschappij, virtuoos vertolkt door het trio van Little Boogie Boy. Het speelplezier kent geen tijd; voor je het weet is het half twaalf: ‘Is het al zo laat? Nog eentje, dan? Goed, daar komt-ie!’

Verjaardag
Minstens even hevig en intens is het verjaardagspartijtje van de zanger-trompettist Michael Varekamp. Precies op deze zaterdag 54 jaar geworden, en dat zullen wij weten! Het lijkt wel of alle vijf muzikanten extra hun best doen om het muzikale feest te doen slagen.

Het begint al met het letterlijk overdonderende slagwerk van Erik Koger, de snelste drummer ter wereld. Onvermoeibaar speelt hij allerlei ingewikkelde ritmes door elkaar en lijkt de beste Amerikaanse drummers naar de kroon te willen steken: Elvin Jones, Tony Williams, Jack DeJohnette… Hij jaagt de band op, alsof de hele Stommeer deelgenoot moet worden gemaakt van Michaels verjaardag.

Michael Varekamp zelf, in grootse vorm, klinkt als de reïncarnatie van Louis Armstrong. Met dezelfde uitstraling als Satchmo doet hij zijn aanstekelijke verhaal, vuurt zijn kompanen aan en speelt en zingt de longen uit zijn lijf. Uiteraard komen de bekende nummers van zijn grote voorganger aan bod, zoals Basin Street Blues en het stuk waarmee de jonge trompettist in 1927 zijn genialiteit bewees: Wild Man Blues – ‘de wildeman is een karikaturale figuur op het carnaval (Mardi Gras) van New Orleans,’ verklaart Michael.

Een grote verrassing is het verschijnen van tenorsaxofonist Efraim Trujillo, die twintig jaar geleden samen met Michael op tournee in Cuba blijkt te zijn geweest. ‘Echte jonge jongens waren we toen; jongens op ontdekkingsreis,’ mijmert Michael nostalgisch. Efraims avontuurlijke solo’s zijn een belangrijke bijdrage aan het muzikale feest. Hij wringt zich in allerlei bochten om het onderste uit zijn instrument te blazen. De saxofonist speelt al zo’n twintig jaar (na ‘Cuba’?) bij verschillende formaties in Bacchus (‘Ik kwam toen op de fiets uit Amsterdam’), maar ik heb hem nooit zo geïnspireerd gezien!

Ook bassist Harry Emmery is hier niet voor het eerst. Hij behandelt zijn contrabas

 als een gitaar, dan weer als een slagwerk of een viool of cello. Onnavolgbaar zoals hij zijn solo’s dramatiseert en zijn ondersteunende rol vervult bij de meest uitdagende ritmes en arrangementen. Als vaste bassist van Michael speelt hij (als verjaardagscadeau?) op het toppunt van zijn kunnen.

Ook ‘Legend’ Wiboud Burkens laat zich op het (Hammond)orgel niet onbetuigd. Hij speelt de sterren van de hemel en swingt als de kolere achter zijn ‘kist’.

Ook dit muziekfeest loopt pas om half twaalf ten einde. Je snapt niet hoe ze het volhouden – Erik Kooger raast maar door op zijn slagwerk; krijgt die man geen kramp in zijn polsen? Zaterdag 27 augustus: het is een verjaardag om nooit te vergeten.

Zonnige zondag blues
Na alle muzikaal geweld van de vorige avonden is het weldadig, zondagmiddag de vertrouwde bebop-sound van het Trinity Trio Plus One te beluisteren. Saxofonist Willem Hellebrekers zet het in low tempo gespeelde ‘Soul Station’ in, van Hank Mobley. Gevolgd door Sonny Moon For Two’, een relaxte blues van Sonny Rollins. Dan wordt het pittiger, met ‘The Chicken’, ooit gespeeld door Maceo Parker.

Het is fascinerend om te zien, hoe Elvis Sergo zijn hele lichaam gebruikt bij het ‘bedienen’ van het hammondorgel, hoe zijn voeten zich automatisch over de voetpedalen bewegen om, samen met slagwerker Dimitrios Kosmidis (inderdaad: geboren in Thessaloniki, Griekenland, maar al sinds 2008 woonachtig in Nederland) de hecht-swingende basis voor de solisten te vormen – terwijl Elvis zelf ook een van de solisten is! Het trio wordt versterkt met gitarist Folkert Tettero, wiens virtuoze spel Bacchus al vaak heeft geïmponeerd.

Buitengewoon boeiend is het, dit kwartet in de loop van de middag naar elkaar toe te zien groeien, want zo vaak hebben ze niet samengespeeld. De eerste set besluit met een cliffhanger: het bekendste stuk van pianist – en domineeszoon – Horace Silver dat uiteraard ‘The Preacher’ heet. De funky compositie geeft de organist en de saxofonist, en vooral de organist en de gitarist, de gelegenheid lekkere ‘duels’ met elkaar aan te gaan. Het is dorstig weer, in het zonnige zaaltje van Bacchus.

De start van de tweede set is weer van Horace Silver: het pittige ‘Funk In Deep Freeze’ – een mooi contrast met de weersomstandigheden. Het geeft het kwartet de gelegenheid om het funky sfeertje van voor de pauze weer op te pakken –we zien Elvis zich als een veelarmig waterdier achter zijn orgel bewegen, Folkert begint zich duidelijk steeds meer te manifesteren en ook Willem heeft zich vol overgave op de diepvries gestort.

Daarna gaan we weer de warmte in, om via het tropische ‘Cantaloupe Island’ van Herbie Hancock, het overbekende bebop-nummer ‘Billie’s Blues’ en de aangrijpende bluesy ballad ‘Willow Weep For Me’ bij het rockende ‘Cold Duck Time’ van Eddie Harris terecht te komen, een lekker koud rosé’tje voor deze zonnige zondag.

Maar dan hebben we het toetje nog niet gehad: ‘Cheese Cake’ van ‘Long Tall’ Dexter Gordon. Een standard die niet stuk te krijgen is. En een waardig besluit van een KCA Jazz & Blues Weekend dat ook niet stuk te krijgen was!

Foto’s Jaap Maars

Eén reactie

  1. Wat een prachtig verslag….
    Het lijkt wel of ik de muziek er soms doorheen horen kan.
    Ik heb heel veel gemist door daar niet bij aanwezig te zijn.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *





banner_martinez
adv desiree klein
mjk-advies
LJ-de-Vries
S4H
flower art museum
historische tuin
banner_martinez
adv desiree klein
mjk-advies
LJ-de-Vries
S4H
flower art museum
historische tuin