Opening Kunstroute

Wij staan hier in de loods van Otto halverwege de Uiterweg – de Buurt – die eeuwenlang een doodarme doopsgezinde uithoek van Aalsmeer was. Uithoek / Uiterweg: het woord zegt het al. Geld voor kunst had niemand. Pas aan het begin van de vorige eeuw begon enige kunstbeoefening tot stand te komen. Dat was alleen in verenigingsverband.

De ‘zingschool’ van bovenmeester Braak van de ‘Buurtse school’ – opgericht om de kerkzang te verbeteren – ontwikkelde zich tot Koninklijk Toonkunstkoor Aalsmeer. (Cees Stieva heeft de geschiedenis van dat koor gelukkig nog voor zijn dood prachtig kunnen beschrijven.)

De ‘rode’ familie van mijn moeder – die een Spaargaren was, een lid van de familie ‘Stop’ – zong in ‘Kunst en Strijd’. Er was hier een fanfarekorps met de bijnaam ‘De Spijkerbak’ en er was een toneelvereniging met de opwekkende naam ‘Vreugde Zij Ons Doel’.

Van activiteiten op het gebied van de beeldende kunst heb ik zelden iets vernomen. Wel heeft er in de raadzaal een schilderij gehangen van een grote uitslaande brand die de boerderij van Topsvoort – achter de walviskaken – in de as legde. Ik weet niet of het er nog hangt, want ik ben al een tijdje niet meer in de raadzaal geweest, die straks voor een miljoen verbouwd gaat worden.

In het boek Aalsmeer, een schilderachtig dorp staan nog meer afbeeldingen van de Buurt, bijna allemaal van 1920 of later. De jaren ’20 waren letterlijk een bloeiperiode. Omstreeks het Olympische jaar 1928 kwamen de beeldbepalende Aalsmeerse gebouwen tot stand: de CAV (nu Crown Theater), de Doopsgezinde Kerk en de Watertoren. De veiling Bloemenlust werd belangrijk uitgebreid.

 

Sponsors

Maar ik begrijp dat het niet de bedoeling is om er hier een nostalgische middag van te maken. Dat kunnen we beter aan Dick Piet overlaten. Vorige week heeft een grote grijze golf Aalsmeerders genoten van films die in hun jeugd of zelfs voor die tijd werden gemaakt. In het kader van de Feestweek, in de feesttent op het Praamplein. Wie daar oog voor had, zag zich omringd door een overweldigende hoeveelheid reclame. Alom billboards van bekende en onbekende firma’s; als je daarvoor de moeite nam – en dat heb ik gedaan – zag je meer dan zeventig sponsornamen op de drie projectieschermen voorbij trekken. Op de folder van de Kunstroute worden zegge en schrijve zeven sponsors bedankt – en dan heb ik de Gemeente Aalsmeer en KCA nog meegeteld.

Na het feest komt de kater, na het carnaval komt Aswoensdag, na de Feestweek komt de Kunstroute – maar als je het zo zegt, is dat wel erg negatief. Je kunt beter zeggen dat na allerlei uiterlijk vertoon het innerlijk aan de beurt is. En – zoals iedereen tegenwoordig om zich heen kan zien: alles draait tegenwoordig om uiterlijkheden – en geld natuurlijk, altijd dat rotgeld. De mensen zijn zoals ze lijken; laten we vooral niet dieper graven. Je ziet het aan de sponsoring: de vrije markt zoekt de schone schijn, de hapklare brokken, leve de lol.

Rijkdom

De Uiterweg is een schatrijke uithoek van Aalsmeer geworden. Hoe vaak zien we niet een trekker-met-oplegger de Buurt opkomen – en weer moeizaam leeg achteruit kruipen over de Aardbeienbrug – omdat er weer een megalomane villa of een van meerdere garages voorziene boerderette wordt opgetrokken. Er zijn aan deze weg nog gelukkig wel een stuk of acht eilandjes overgebleven waar kunstbeleving de boventoon voert – belangrijker dan het huis, de tuin, de boot en de auto. Dat zijn de acht Buurtse deelnemers aan deze Kunstroute; wij kunnen straks van het resultaat van hun verrichtingen genieten. Maar laat ik Uiterwegbewoonster Katelijne van Otterloo niet vergeten, een van de beste zangeressen van Nederland, die zich niet te goed voelt om straks de akoestiek in deze loods te trotseren.

Ik kan mij vergissen, maar ik ontwaar tussen de miljonairs die ons hier op de Buurt omringen, een schrikbarend gebrek aan mecenassen. Dat is wel eens anders geweest. Geert Mak beschrijft het binnenhuis van de 17de-eeuwse lakenkoopman en amateurdichter Jan Six: ‘We lopen langs tientallen beeldhouwwerken, meer dan honderdvijftig schilderijen – waaronder, naast stukken van Rubens en Frans Hals, ettelijke werken van Tintoretto, Titiaan en Rembrandt.’  

Zo extravagant hoeft het tegenwoordig niet. Maar er is ook een eigentijds voorbeeld. Vorig weekend nog werd in de duinen van Wassenaar het splinternieuwe museum Voorlinden geopend, met de kunstverzameling van de industrieel Joop van Caldenborgh. Wim Pijbes – van het Rijksmuseum – is er directeur geworden. Zoiets zie ik in Aalsmeer – met al zijn rijkdom – niet zo gauw gebeuren.

‘Curator’

Er is in onze samenleving een klein hoekje overgebleven, waar kunst wordt beoefend. Vaak door begaafde amateurs. En ook dit jaar is KCA erin geslaagd, in deze Kunstroute een breed scala aan kunstuitingen te presenteren. Expositieruimten en projecten op drieëntwintig locaties, van het einde van de Uiterweg, de Aalsmeerderweg en Hornweg tot aan de Watertoren en – nu nog wel – de Roerdomplaan. Muziek ook, en poëzie: de stichting Kunst en Cultuur Aalsmeer heeft het weer voor elkaar gekregen.

Ik las in de kranten dat deze loods van Otto is gevuld met de favoriete kunstenaars van ‘curator’ Gijs van den Haak. Het woord ‘curator’ wijst op ‘bewindvoerder van een failliete boedel’. Maar ondanks alle bezuiniging op en versnippering van het kunstbeleid, is KCA nog steeds niet failliet. Het enthousiasme en de veerkracht van zoveel kunstliefhebbers is niet stuk te krijgen. Er valt dit weekend veel te genieten – en dit is nog maar de start van het nieuwe seizoen, met cabaret, jazz en klassiek, literatuur – en nog meer exposities. Wij zullen elkaar nog vaak tegenkomen. Veel plezier!

Pierre Tuning is journalist. Vele jaren redacteur bij het NOS Journaal. Gerespecteerd raadslid van D66, later PACT, inmiddels geen lid meer. Liefhebber van jazz, steekt dat niet onder stoelen of banken. Polijst zijn teksten. Houdt van een biertje. Eigenwijze kerel.

Lees vorig bericht

‘Let’s Go’ met boekennieuws

Lees volgend bericht

Voorbij


Plaats reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *