Nieuwe columniste heeft oog voor het kleine

Door: Arjen Vos. Vandaag verwelkomen we een nieuwkomer in het columnistencollectief. Een rasechte Aalsmeerse die vreugde beleeft aan het buiten zijn en volop kan genieten van ‘het gewone’ en ‘het kleine’, juist die dingen waar je in de haast van de dagelijkse beslommeringen z0maar aan voorbij zou lopen. Haar mijmeringen over de natuur, het dorp en de mensen om haar heen en haar verwondering erover, vloeien regelmatig uit op papier en vanaf vandaag ook op dit digitale podium. Ze presenteert zich onder de naam Belle Fleur.

De witte stoel

Ik trek de gordijnen langzaam open. De morgen is nog pril en smetteloos en belooft zelfs nog mooier te worden. Het licht is beetje bij beetje aan het verkleuren en iets in dat licht suggereert al het aankomend seizoen. Als je goed kijkt zie je in de overdrijvende wolken een hemelsblauw, dat langzaam overgaat in poederroze. Zo mooi zie je het op geen enkel schilderij of het moeten de wolken van Salomon Ruyschdael zijn. Niet dat ik veel verstand van bomen heb, maar de boom, die ik onderweg naar mijn wandelplek tegenkom moet wel een kastanjeboom zijn. Hij heeft wat sommige bomen van nature hebben. Hij staat als de poot van een gigantische olifant, onverzettelijk op de grond. Mijn oog valt op de krans van elfenbanken, gedrapeerd rondom de dikke stam van de boom. Ik parkeer mijn fiets even aan de kant van de weg en neem de tijd voor bewondering en het maken van een foto.

Tijdens mijn dagelijkse wandeling in een van de nog schaarse landelijke plekjes van Aalsmeer-Oost spot ik langs de kant van de weg niet alleen de eerste blauwe druif, zo klein als een couveusekindje, maar zie ik ook de eerste voorzichtige sneeuwklokjes. Het geluid, dat achteraf van een nachtegaal blijkt te zijn, doet me besluiten stil te staan. Een argeloze wandelaar ziet me bezig de vogel te traceren. We maken een praatje. Hij blijkt niet alleen een vogelaar, maar heel in de verte ook nog familie van me te zijn. Een verrassende ontdekking. Zulke ontmoetingen maken de wandeling nog mooier. Zo valt er veel te beleven op de Jac. Takkade.

Na enig speurwerk ontdek ik, dat Jacobus Tak een man van gewicht was. Van 1853 tot 1878 is hij burgemeester van Aalsmeer en van 1850 tot 1878 doet hij het burgemeesterschap van Uithoorn er ook nog bij. Uithoorn heeft hem nooit geëerd met een straatnaam of monument. In Aalsmeer leeft hij voort in de schilderachtige kade die uitmondt in het Amsterdamse Bos . Als ik langs de graskant aan kom wandelen maakt zich steevast een paard los uit de vriendengroep die daar staat te grazen. Zij herkent mij direct en komt met trage tred mijn kant op. Ze krijgt dan een pluk gras en als beloning krijg ik een forse lik over mijn hand. Ik krab haar nog even over haar rug, waarna zij haar dikke achterste naar mij toekeert en schommelend weg sjokt. Haar naam is Luna weet ik.

In een boom dicht langs het wandel- en fietspad zie ik een witte ligstoel, met dikke schroeven tussen de takken bevestigd. Een klein houten trappetje geeft toegang tot de zitplaats, waarbij gebruik kan worden gemaakt van twee handvatten, eveneens aan de takken van de intussen gehavende boom vastgeklonken. Die dienen houvast te bieden aan degene die van plan is in de boom uit te rusten. Op de terugweg is de wonderlijke rustplaats niet meer leeg. Ik zie een man, een dikke zestiger in de stoel zitten. Hij nodigt mij uit ook eens een tijdje in de stoel plaats te nemen. Hoewel het uitzicht over het weidegebied geweldig is zie ik er de meerwaarde op dit moment niet van in. Bovendien is het een hele klim. Ik bedank hem vriendelijk voor de uitnodiging en vervolg mijn wandeling. Onderweg spreek ik nog een moeder van een van de kinderen, die dagelijks langs de plek met de stoel fietst. Zij maakt zich zorgen om zijn aanwezigheid. Hoewel de man in kwestie vast geen kwaad in de zin heeft is het spijtig dat zo’n prachtige boom op deze ruwe manier beschadigd wordt.

In de Ringvaart ligt nog altijd een motorbootje zonder motor. ‘Assie Terrassie’ staat er op de zijkant van het vaartuigje te lezen. Ik vraag me elke keer af van wie het bootje is en zie dan in gedachten een reeks mannen de revue passeren. Jonge mannen, die vrij, onbezonnen en jolig in het leven staan. Mannen zoals je ze tegenkomt bij de Pramenrace. Anders verzin je zoiets niet.

De stal van Wennekers is het voorlopige eindpunt van mijn dagelijks wandeling. Nog een half uurtje heb ik nodig voor de terugweg. Net op tijd om bij de lunch van twaalf uur aan te schuiven.

(Foto’s Belle Fleur)

Belle Fleur houdt van de natuur, van wandelen, van buiten zijn. Elke dag. Bloemen spelen een belangrijke rol in het dagelijks leven. Erover schrijven ook. Zingen, schilderen en lezen maken het leven compleet. Een Aalsmeerse in hart en nieren.

Lees vorig bericht

Oekraïense gasten welkom in Oud-Katholieke kerk

Lees volgend bericht

Foto 386: verzin en win


5 Reacties

  • Deze nieuwe columniste komt met haar schrijfstijl tot bloei in deze column.
    Zij weet tekstueel een fraaie sfeer te scheppen die je a.h.w. meeneemt op haar wandeling.
    Een aanwinst voor het collectief!
    Blijf ons deelgenoot maken van je bevindingen en ze op deze wijze in woorden vangen.

  • Al lezend ben ik met je meegewandeld. Ga je nog meer van die leuke wandelingen maken Belle Fleur? Dan wandel ik weer met je mee!

  • Leuk geschreven column, idd veel mensen maken gebruik van dit unieke weggetje om zo naar het Amsterdamse Bos te gaan.
    Laten we trots zijn op dit landelijke fiets/wandelpad en hopen dat de Gemeente Aalsmeer de omgeving niet volbouwt met grote loodsen.
    Dit zijn ze wel al van plan op het weiland aan het einde van de Rietwijkeroordweg met uitzicht op de Takkade!
    Hierop kan nog bezwaar ingediend worden bij de Gemeente!

  • Wat een heerlijk stukje! Daar wordt ik blij van op deze zonnige maar koude zaterdagmorgen.

  • Wat een frisse aanwinst! Schrijf zo door Belle Fleur…

Plaats reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *