Het huis van Hengelo

Wanneer we het centrum van Hengelo naderen verschijnt ineens tussen de daken van de woningen de toren van het raadhuis van Hengelo. Een gevoel van sensatie overvalt me, dicht tegen de grens van Duitsland verschijnt een beeld dat doet denken aan Florence en Siena. De euforie van de aanblik ondergaat een tempering wanneer naast de toren van het raadhuis ook de kerktoren opdoemt. Burgemeester Nobel, door wie ik samen met Dick Kuin ben uitgenodigd, valt het ook op. “Vinden jullie niet dat die twee torens elkaar beconcurreren?” Voor we tot een gesprek komen is het beeld al verdwenen en de auto geparkeerd.  

Keurig netjes op het pleintje voor het raadhuis. Als we zijn uitgestapt valt me direct het verschil op met Aalsmeer. Daar grenst het raadhuis aan een ‘gigantisch’ plein, dat van Hengelo komt er bekaaid vanaf, nauwelijks ruimte om te parkeren. Maar of dat een nadeel is betwijfel ik. Zo opgenomen tussen de bebouwing ervaar je deze toch wel wat vreemde eend wat makkelijker dan wanneer het aan een plein volop de aandacht zou krijgen

In de tijd dat ik studeerde was het gebruik van elementen uit het verleden ‘not done’. Architectuur moest eigentijds en functioneel zijn. Berghoef was minder dogmatisch en minder lui. Hij dacht na over hoe je een functie vorm geeft. Het is niet zo dat de vorm als vanzelfsprekend uit de functie is te herleiden, als dat zo was hadden we allemaal dezelfde auto, hetzelfde broodmes en hetzelfde theekopje. Hij was zich daar van bewust en koos ervoor, alhoewel misschien kon en wilde hij wel niet anders, om gebruik te maken van de rijke Italiaanse taal van de architectuur. In de muziek is dat niet vreemd, artiestenkomen er vooruit dat ze zich laten inspireren door de Motown uit Detroit, jazz uit New Orleans, de blues uit Mississippi en noem maar op. Niemand kijkt er vanop. Maar in de wereld van de architectuur ligt dat anders, daar wordt originaliteit gesuggereerd. Wanneer je een beetje thuis bent in die wereld dan zie je overigens dezelfde mechanismes als in de wereld van de muziek: voortbouwen op wat anderen ontwikkeld hebben en overnemen wat goed scoort. Kijk maar om je heen en je ziet bij de huidige ver- en nieuwbouw de kleuren wit, zwart en grijs, dat is volop in de mode. En wat te denken van de notariswoning, dat is inmiddels junkfood.  

In het café-restaurant waar we hebben afgesproken, legt de projectmanager uit wat de kernwaarden van het gebouw zijn en hoe ze daar bij het verbouwen mee om zijn gegaan. In alles wat hij over het gebouw en Berghoef zegt proef je warmte. Hij houdt van beiden. Vol enthousiasme laat hij ons, na een eenvoudige lunch, de verbouwde winkel zien die door Berghoef als één van de ankerpunten in de stad, was ontworpen. Het is een eenvoudig maar ingewikkeld gedetailleerd gebouwtje. Het is, refererend aan de lokale bouwtraditie, opgebouwd uit vakwerk gevels. Het heeft een draagstructuur van hout en een invulling van metselwerk. Hij is zichtbaar trots op het resultaat van de renovatie.

Een tweede ankerpunt is de portico. In feite niets anders dan een hap uit het gebouw waardoor de publieke buitenruimte gekoppeld wordt aan het gebouw. De stad dringt als het ware het gebouw binnen. Het is een ‘truc’ die je ook vaak ziet bij de entrees van winkels en bedrijven. Een overgang van binnen naar buiten om de drempel voor de bezoeker zo laag mogelijk te maken. Bij Berghoef ging het vooral om de verankering van het gebouw zelf, niet om te verleiden.

Eenmaal binnen word ik overweldigd met indrukken. Kunst geïntegreerd in het gebouw, lokale vakwerk constructies, referenties naar de renaissance, invloed van de Bossche school, maar wat bovenal indruk maakt is de centrale hal. Een verdieping hoger en wat groter in afmetingen dan hier in Aalsmeer. Het oogt losser en informeler, ondanks de rijkdom van de marmeren vloer en het podium dat tevens een tussenbordes is voor de trap. Het zal te maken hebben met de erkers van de trouwruimte en de technische bedieningsruimte die buiten de galerij de ruimte in zweven. Het krijgt hierdoor iets lichtvoetigs. 

Dat zo rond het plein al die activiteiten naast elkaar plaats vinden is nu vanzelfsprekend, we zien het zelfs als een mogelijkheid om de gemeenschapszin te bevorderen. In de tijd van Berghoef was dat anders, daar werden de representatieve en administratieve functies nog van elkaar gescheiden. Zijn kennis van de Scandinavische raadhuisbouw had hem echter tot andere gedachten gebracht. Hij werd daarin gesteund door de burgemeester van Hengelo. Die deed een opmerkelijk moderne uitspraak, namelijk dat het raadhuis in eerste instantie een huis is voor de bevolking, waarbij college- en raadsleden geen geprivilegieerde positie innemen. Zij zijn gekozen uit het midden van de Hengelose bevolking om hun belangen te behartigen. Vanzelfsprekend kwam er maar één ingang naar een centrale hal van waaruit alle ruimtes te bereiken zijn. Het publiek moest het gevoel krijgen, dat het zijn stadhuis was. Trouwstoeten, concerten, exposities, voorstelling, plechtigheden: de centrale hal zou een brandpunt van het gemeenschapsleven kunnen zijn. Het vijftigjarig jubileum-boek dat mij wordt aangeboden bevestigt de betekenis die het gebouw voor de bevolking van Hengelo heeft gehad. 

Vol bewondering en trots op wat Berghoef in Hengelo heeft nagelaten namen we afscheid. Thuis realiseer ik mij hoe je als mens maar al te vaak gevangen zit in de denkbeelden van het moment. Ik hou van minimalistische strakke architectuur en verwierp de verwijzingen naar de traditie in de architectuur van Berghoef. Nu ik mij meer in zijn werk verdiep, rest mij bescheidenheid. Maar wat een rijke ervaring, wandelen met twee burgemeesters, twee ambtenaren en Dick Kuin door het raadhuis van Hengelo. 

Joop Kok is architect en cultuurliefhebber. Is weer gaan studeren, cultureel erfgoed. Kenner van Aalsmeerse gebouwen. Geeft met die achtergrond rondleidingen door het centrum van Aalsmeer. Milder geworden de laatste jaren. Niet verlegen om een mening. Eigenwijze vent.   

Lees vorig bericht

Gemeente wijst minima de weg

Lees volgend bericht

Jones trots op vermelding in Gault&Millau


1 Reactie

  • Mooie column over een mooi gebouw in mijn geboortestad. Ben je nog in de toren geweest bij de witte wieven? Ik zal nooit vergeten dat ik daar door de vader van mijn schoolvriend (die als directeur van de GGD daar werkte) als 10 jarige daar een rondleiding kreeg. Ook vergeet ik nooit dat ik in de trouwzaal daar getuige mocht zijn voor het huwelijk van mijn broer of de uitvoering van het koor van mijn vader die op de monumentale trappenpartij stonden in de burgerzaal. Aalsmeer heeft weliswaar een kleinere variant maar ik vond het een eer om daar te hebben mogen werken aan de door Berghoef ontworpen B&W tafel die ovaal was zodat niemand aan het hoofd zat. Goed dat we dit monument behouden voor de toekomst; het markeert een tijdperk en is beeldbepalend voor Aalsmeer; het zou de gemeente sieren als we bij de heropening een berghoef tentoonstelling houden waarbij een klein hoekje permanent maken voor deze Aalsmeerder!

Plaats reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *