Een tandeloos rapport over recreatie en toerisme

“Aalsmeer heeft te weinig toeristen, te weinig attracties en te weinig verblijfs-mogelijkheden,” aldus het College bij de behandeling van de agenda recreatie en toerisme.

Het College wil de markt alle ruimte geven om iets aan dat gemis te doen. Zij hoopt op een vliegwieleffect van de markt, met name van Floriworld.

Waar in het verleden het vertrouwen over ons aller welzijn bij God werd gelegd, heeft er in dit tijdperk van ontkerkelijking en geloof in menselijk kunnen een verschuiving plaats gevonden naar een geloof in de markt; een even irrationele gedachte. Een noodsprong die het gemis moet verhullen dat het College geen zicht heeft op wat er precies in Aalsmeer ontbreekt en hoe dat is op te lossen.

Wanneer ik tijdens mijn vakantie in de Savoie een dorp binnen rijd waar onder de plaatsnaam de toevoeging ‘Ville Fleurie’ is te lezen, kan ik het niet laten om bij mijn bezoek aan de toeristenbalie te verklaren dat ook ik uit een bloemendorp kom. Bij mijn vraag wat in dit dorp geteeld wordt kijkt de juffrouw mij meewaardig aan. Ze schenkt, nadat ik heb aangegeven daar wel trek in te hebben, koffie in en gaat er voor zitten om mij uitleg te geven.

Kijk het zit zo, de naam ‘Ville Fleurie’ is het officiële kwaliteitslabel van de jaarlijkse Franse ‘Nationale competitie voor bloemrijke steden en dorpen’, en heeft als doel de ontwikkelingen te stimuleren van onder andere samenleving, tuinbouw, toerisme, lokale economie en milieubescherming. Het is een competitie die de afgelopen veertig jaar enorm aan populariteit heeft gewonnen.

Verwonderd kijk ik haar aan, zo lang al? Dat een dergelijk initiatief nooit een opvolging heeft gehad in Nederland? Dat Aalsmeer als bloemendorp dat nooit hier in Nederland heeft geïntroduceerd? Ze ziet me wegzakken in gepeins en roept me tot de orde met de vraag ‘Wat hebt u voor professie?’ Ik ben architect. Ooh, dan zou u eigenlijk onze vakantiewoningen moeten bekijken die niet ver van hier zijn gerealiseerd. Zonder mijn reactie af te wachten neemt ze me mee naar buiten en wijst naar een brug die elegant de rivieroevers met elkaar verbindt.

Het lijkt mij voor u zeker de moeite waard om eens aan de andere zijde van die brug te gaan kijken. Met een blik van ´Dit was het’ kijkt ze me aan. Ik bedank haar en neem afscheid. Boven op de brug, die als een boog over het water is gespannen, kijk ik terug naar het dorp. Ik zie volop bloembakken, met klimop begroeide gevels en een steiger waar toeristen beschermd door parasols romantisch aan het water van een maaltijd genieten. Voor me zie ik een soort van grote vijver met een steiger vol kano’s trapfietsen en fluisterboten. Langs een van de oevers van de vijver zie ik houten woningen op palen, deels boven het water.

De aanblik van de vrolijke kleuren van de bootjes en de ogenschijnlijk eenvoudige maar uiterst geraffineerde architectuur van de woningen brengen mij in een goede stemming. Toch, kan ik het niet laten om een vergelijking met mijn eigen dorp te maken. Wat heeft dat eigenlijk te bieden? Is het haar in het verleden niet veel te goed gegaan? Ze heeft zich in het verleden nog nooit hoeven te bekommeren om haar aantrekkingskracht, ze leverde producten als graan, vissen, heesters, aardbeien, seringen en rozen, net wat de markt wilde. Bloemen waren handelswaar en niet meer dan dat. Bij iedere bloem die ‘zo  maar’ ergens stond dacht de Aalsmeerder ‘Wat zonde’ die kan geld opbrengen.

Na mijn verblijf in Frankrijk word ik in Nederland verwelkomd door prachtige heldere wolkenpartijen. Ineens begrijp ik waarom Nederlandse schilders daar zo geobsedeerd door waren en meesters werden in het schilderen van luchten. Het via de van Cleeffkade binnenkomen in Aalsmeer is meer dan shocking. Geen terrassen, geen planten, geen mensen, ik voel geen enkele gastvrijheid. Het is dat ik er woon, maar als ik tijdens één van mijn vakantietochten een dergelijk dorp zou binnenrijden, dan wist ik het wel: Gauw Wegwezen.

De gedachte is al lang niet nieuw en wordt waarschijnlijk raadsbreed gedragen: doe iets met het Stokkeland, geef Aalsmeer een entree. Een infocentrum van de Bovenlanden, bootjesverhuur, VVV kantoor, een theehuis, noem maar op. Historische Tuin, nu al een trekker voor het toerisme, buit dat uit, vergroot het gebied en maak het aantrekkelijker, maak van de boerderij een museum waar je kan zien hoe men in het verleden woonde, en gebruik de ruimtes voor thematentoonstellingen, bijvoorbeeld hoe de Aalsmeerder zich vroeger kleedde. Dat spreekt niet alleen de Aalsmeerse burger aan, maar ook de wereldreiziger en de Japanner die samen met een aangeklede pop op de foto wil. Kijk naar het culturele gebeuren in Aalsmeer, de kunstroute, uniek en zo nodig naar een hoger plan te trekken. Aalsmeer als Openluchtmuseum van de architectuurstromingen uit de eerste helft van de 20e eeuw, doe er iets mee.   

Het is opvallend hoe het College zich, in de traditie van Aalsmeer, afhankelijk opstelt naar de markt. De tijden dat daar nog alle ruimte voor was, is voorbij. Het gaat nu om het zelf richting geven aan de markt. Aalsmeer heeft absoluut schoonheid, maar het College weet niet hoe daar mee om te gaan. 

Joop Kok is architect en cultuurliefhebber. Is weer gaan studeren, cultureel erfgoed. Kenner van Aalsmeerse gebouwen. Toch nog de politiek ingegaan, fractieassistent bij PACT. Milder geworden de laatste jaren. Niet verlegen om een mening. Eigenwijze vent.  

2 reacties

  1. Hallo Joop, Je hebt helemaal gelijk. Als inwoner beleef en beschouw je je eigen leefomgeving anders dan een passant. Jij gaat naar Frankrijk en dan heb je een bepaalde verwachting van een dorpje. Beetje vervallen, oude gebouwen, terrasje, vandaag niet? dan maar morgen… etc. Gaat een amerikaanse toerist naar amsterdam dan gaat hij voor wat cultuur, nachtwacht, maar vooral voor de wiet, en het rode district. Een rus en chinees komen om te shoppen. Zelf zijn wij ooit eens in Groningen op vakantie geweest, men viel in Delzijl bijna dood van het lachen toen wij vertelden dat we er op vakantie waren… “wat is hier nu te beleven?”. Maar wij vonden het daar prima vertoeven. Je moet Aalsmeer als toeristenolaats niet bekijken door een Aalsmeerse bril. Wat wij nostalgisch mooi en gezellig vinden is wellicht zeer lokaal gebonden… Amsterdam wordt overlopen door toeristen. Omliggende gemeenten zijn om hulp gevraagd. Ga eens onderzoek doen naar de behoefte. Ga eens kijken naar welke toeristen er komen, hoelang ze blijven, wat ze leuk vinden. Stel een ambtenaar toerisme aan… Ik kijk bij mij in de zaak naar wet de klant aantrekkelijk vindt, niet wat ik aantrekkelijk en leuk vind.

  2. Joop. het gezegde -het gras bij de buren…….. – , daar zit altijd wel een waarheid in. Waarom zien we de raadsbreed gedragen gedachten over: Het moet beter, zo weinig vertaald in politieke amendementen en of moties, ter verbetering van groen Aalsmeer. Wordt er een poging gedaan vorige week tijdens de raadsvergadering om iets voor de recreatie te doen,, dan wordt dat amendement en die motie,door uw eigen raad teruggebracht, tot een slap nietszeggend aftreksel.
    Een actieve raad dicteert, en het college voert uit.
    Overigens, zo somber is het ook niet in Aalsmeer. Ik en met mij vele andere, wonen er nog steeds met heel veel plezier!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *





banner_martinez
adv desiree klein
mjk-advies
LJ-de-Vries
S4H
flower art museum
historische tuin
banner_martinez
adv desiree klein
mjk-advies
LJ-de-Vries
S4H
flower art museum
historische tuin