Daar zouden ze wat aan moeten doen

Op de mat vind ik een brief van de gemeente Aalsmeer. Of ik mee wil doen aan de gemeentepeiling 2017. Dat wil ik wel. Dus op een goed moment zit ik achter mijn computer een vragenlijst in te vullen. Grote kans overigens dat dit u bekend voorkomt, want er zijn 5.000 Aalsmeerder/Kudelstaarters uitgenodigd om de enquête in te vullen. De vragen gaan over de leefbaarheid van Aalsmeer en Kudelstaart. Over het groen, het openbaar vervoer, het verkeer, de wegen, overlast, de plantsoenen, culturele evenementen, de buren, de buurt, onze mooie Westeinderplassen, de politiek…..noem maar op.
 
Die vragenlijst heeft mij vooral iets over mezelf geleerd. Ik heb gemerkt dat ik weinig op of aan te merken heb op onze mooie gemeente. Ik ben blij met de infrastructuur, blij met de plantsoenen, het groen en het onderhoud van dat groen, blij dat er veilige wegen zijn, blij met mijn buren, met mijn buurt, met die mooie Westeinderplassen. Eigenlijk heb ik maar één negatief signaal afgegeven, namelijk dat het vliegtuiglawaai me in de weg zit. Maar ook weer niet zo heel erg. En dat heeft me aan het denken gezet. Een goede vriend van mij bestaat namelijk bij de gratie van meningen. Hij heeft overal een mening over. Hij is heel breed georiënteerd, dus zijn meningen zijn niet van de lucht. Kijk, het is makkelijk om een mening te hebben over Trump, Wilders, Poetin of Danny Blind. Daar heb ik zelfs een mening over. Maar als het gaat om de kleur van de banden van auto’s (je zou depressief worden van die kleur zwart), of over het jaargetijde wanneer Albert Heijn de pepernoten of de paaseitjes in de schappen legt (herkent u al iets?), of dat paaseieren geen paaseieren meer mogen heten maar zoekeieren, dan ben je toch een gevorderde roeptoeter. Hij zou zijn mening wel klaar hebben over de talloze vluchtheuvels in Kudelstaart, de hondenpoep, en de gevoelstemperatuur van het water van de Westeinder rond deze tijd. Dat ik me daar niet druk over kan maken, maakt hem alleen maar stelliger in zijn meningen. Iemand moet die strijd toch aangaan, dus dan doet hij dat maar.
 
Vandaag ben ik uw columnist van dienst. Een columnist heeft in mijn ogen per definitie een mening. Mooi is dat. Schrijf ik een column, terwijl ik eigenlijk wars ben van meningen. Ik ging twijfelen of ik wel een goede columnist kan zijn zonder uitgesproken meningen. Totdat mijn lief mij attendeerde op columnisten als Martin Bril en Remco Campert. Grote namen van mannen die het observeren tot kunst hebben verheven. Zij aanschouwen de wereld, zien in de details de schoonheid en weten dat op literair niveau te verwoorden. Ach die lief van mij, roze bril op. Ik haast mij om het misverstand te ontzenuwen als dat ik mij überhaupt zou kunnen meten met deze giganten van het geschreven woord. Maar ik herken wel de blik op de wereld die mij vaak ontroert, de observatie van het simpele gewone leven waarin zich drama’s en geluk afspelen. Als je het maar ziet.
 
Onwillekeurig moet ik dan denken aan Han (als je het hebt over iemand met een stevige mening…). Hij had vaak zulke droogkomische opmerkingen. Ik herinner me dat hij de angel uit een discussie kon halen door simpel te roepen “dááár zouden ze wat aan moeten doen”. Ik heb besloten om die tekst iedere keer als mijn vriend zich weer eens druk maakt, toe te voegen. Of het de vriendschap ten goede komt? Ik weet het niet.
 
Overigens, de zwanen broeden weer.
 
Paul Bras is werkzaam in de psychosociale sector. Zette enkele jaren geleden radicaal een punt achter zijn carrière in de banken- en autobranche. Filosofisch type. De goedheid zelve. Warhoofd. Miste bruine kroeg in Kudelstaart – reden om (weer) naar 'de grote stad' te verhuizen. Maar… hij kwam weer terug. Monter.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *





banner_martinez
adv desiree klein
mjk-advies
LJ-de-Vries
S4H
flower art museum
historische tuin
banner_martinez
adv desiree klein
mjk-advies
LJ-de-Vries
S4H
flower art museum
historische tuin