Column: ‘Wat blijft? Wat gaat voorbij?’

Door: Erik Kreike. Epke, Sven en Ireen. Het zijn voornamen die geen achternaam meer nodig hebben. Ze verwierven eeuwige roem door olympisch goud te winnen en gingen zodoende de geschiedenisboeken in. Eeuwige roem die ze toch op zijn minst een actieve herinnering oplevert voor de komende generaties. Zij blijven ons bij.

Elk kind denkt er wel eens aan: beroemd worden als voetballer, model of leider van het vrije westen. Dat laatste kan vooral aan mij liggen natuurlijk. Maar ook van een stervoetballer blijft niet elk doelpunt in herinnering achter. Van sommige schaatsers zijn één verkeerde wissel of één rondje te vroeg stoppen zelfs bekender dan alle gewonnen gouden medailles bij elkaar. Wat ik maar wil zeggen: er gaat veel meer voorbij dan er blijft hangen.
Wat blijft er dan wel hangen? En kun je daarop sturen? Als groot liefhebber van het programma Verborgen Verleden (een Nederlandse versie van het Britse Who Do You Think You Are?) zie ik wel patronen. In dit programma gaan bekende Nederlanders op onderzoek naar hun familiegeschiedenis. Zo bleek Jochem Myjer van een Romeinse keizer af te stammen, Ruben Nicolai van Willem van Oranje en Herman Finkers van een Amsterdamse molenaar. Maar buiten deze grote historische figuren om kom je bij familiegeschiedenissen vaker uit bij bronnen die toch een wat weerbarstig beeld geven.

Alledaagse narigheid
Meer alledaagse maar veel voorkomende gebeurtenissen (zoals, geboorte, doop, huwelijk en overlijden) kun je terugvinden bij de Burgerlijke Stand, die sinds 1811 bestaat of in kerkelijke archieven die zomaar eeuwen terug kunnen voeren. Maar wie daarbuiten goed zoekt ziet dat vooral narigheid goed is geboekstaafd. Lijsten vol gerechtelijke uitspraken; veroordelingen en faillissementen uit de voorbije tweeëneenhalve eeuw zijn prima terug te vinden. Les: je (zakelijke) succes moet je zelf goed archiveren. Je misstappen worden voor je vastgelegd. En wat de kranten als bron betreft: de vuistregel blijft toch: nieuws is pas nieuws als het slecht nieuws is.

Tenzij het sport betreft! Al gaat het nog zo slecht in de wereld, sport gaat door. Neem nou de oorlogsjaren ’40-’45. In vier van de vijf jaren werd er een landskampioen gehuldigd in de nationale voetbalcompetitie en er werden twee Elfstedentochten verreden. En ook in de afgelopen lockdowns was sport onverminderd populair getuige de kijkcijfers van onder meer Formule 1 en de Olympische Spelen.

Hondenbaan

En Aalsmeer dan? Ik ben helemaal geen autoriteit op het gebied van het lokale handbal, waterpolo of voetbal dus daar ga ik me niet aan wagen. Maar stukje bij beetje doe ik wel steeds meer kennis op over twee andere belangrijke en befaamde regionale competities.
Zo verhaalt de Telegraaf van zondag 6 september 1903 bijvoorbeeld over het Concours voor trekhonden uit Ouder- en Nieuwer-Amstel, Amsterdam, Uithoorn, Duivendrecht enz. dat drie dagen eerder plaatsvond. Over actieve herinneringen gesproken: heeft u de winnaars paraat? Ik zal u een eindje op weg helpen:
Tijdens deze, haast Olympische, krachtmeting werden in de categorie Reuen de volgende prijzen uitgereikt;
1: Pluto (eigenaar C.F. Sartori uit Amsterdam)
2: Bruno (eigenaar Jan Verburg uit Amstelveen)
3: Prins (eigenaar G. Ameide uit Amstelveen) & Puck (eigenaar H. Hermans uit Aalsmeer)
4: Bruno (eigenaar A. Wilhelmus uit Amstelveen) & Bruno (eigenaar A. Kreike uit Aalsmeer).

Er vallen me aan paar zaken op: allereerst toch weer een (Italiaanse?) Amsterdammer die wint, maar dat zal wel logisch zijn. Ook mooi dat de winnende hond Pluto heet, ruim 25 jaar vóór Walt Disney op het idee komt een hond de naam Pluto te geven. Daarnaast was Jan Verburg blijkbaar de enige die met zijn voornaam in de krant wilde. En als laatst was Bruno blijkbaar de populairste hondennaam van het Amstelland, toch een beetje ‘t Epke van toen.

En al zoekend naar mijn achternaam in de krantenarchieven luidt dus de conclusie: wat blijft, is een gedeelde vierde prijs op het trekhondenconcours. Wat verdwijnt, is de voornaam.

Lokale roem
Toch hoor ik u denken: zo’n obscure hondenwedstrijd dik een eeuw geleden… Niet zo gek dat die prijswinnaars niet zijn opgeslagen in ons collectieve geheugen. En al zijn ze terug te vinden, natuurlijk is dat zo. Daarom kruipen we nu wat dichter naar onze tijd. Een evenement dat net als het trekhondenconcours een wedstrijd van formaat is, in september wordt gehouden en daarnaast óók regionale allure heeft: Dé Aalsmeerse Pramenrace. De vraag is simpel: wat was de top 4 van het eindklassement van de eerste Pramenrace in 1987? De (waarschijnlijk) Aalsmeerder Courant van 10 september 1987 verhaalt het als volgt:

Onder grote belangstelling verrichtte peur-relations-man namens DIP de prijsuitreiking op één van de pramen. Derde en aanmoedigingsprijs was voor de ‘Terrible Six’: een potje wormen. Tweede prijs voor de ‘Witte van Leeuwens’: een fles Aalbitter. De eerste prijs ging naar ‘de Dippers’ die Henk van Leeuwen spontaan aan zichzelf uitreikte met de woorden “Je denkt toch niet dat we zo’n race uitschrijven als we niet zeker weten dat we winnen?

En die 4e plaats? Tja, die was er niet. Want ondanks dat mijn eigen team de vorige editie het laatste, of hoogste startnummer, 385(!), had waren er niet meer dan drie pramen bij in 1987.

Dus, een lange column kort: Wat blijft? Soms een wedstrijd voor jezelf uitschrijven en winnen, soms je hond Bruno noemen en soms het laatste startnummer hebben. Wat gaat voorbij? De rest. Net als mijn columns voor AalsmeerVandaag. Dank voor het lezen en reageren in de voorbije jaren en wellicht tot ooit!

*Noot bij bron: overigens ook vrij opmerkelijk dat in de categorie “Teven” alleen een derde prijs werd toegekend… Niettemin van harte Niro uit Aalsmeer!

Bronnen: De Telegraaf van zondag 6 september 1903
De Aalsmeerder Courant (óf Witte Weekblad óf Nieuwe Meerbode) van 10-9-1987 via/via.

Erik Kreike groeide op in Aalsmeer-Dorp, studeerde politicologie, kan vanuit zijn Kwakelse dakraam de watertoren zien (bij helder weer en als de bomen kaal zijn…) Hij is bestuurslid van het Uithoornse CDA, beleidsadviseur economische ontwikkeling bij gemeente Kaag en Braassem en presentator van Radio Aalsmeer Politiek.

Dit was de achtste en laatste column van Erik. Omdat hij voor het Uithoornse CDA als nummer 2 op de kieslijst zo goed als zeker toetreedt de gemeenteraad, wil hij de focus vooral op zijn woonplaats richten. Wij zijn Erik bijzonder dankbaar voor zijn bijdragen waarbij hij vaak fraaie vondsten uit het verleden boven water wist te halen en die met een fijne pen tot interessante columns wist te componeren. Wij wensen Erik het allerbeste toe in Uithoorn/De Kwakel. 

Lees vorig bericht

Brand in hooiberg legt verkeer plat

Lees volgend bericht

Foto 379: verzin en win


1 Reactie

  • Erik dank voor je columns, altijd met plezier gelezen. Gebruik de scherpte ook in je politieke loopbaan. Succes!!

Plaats reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *