Column: ‘Wanneer zelfs geen vrouwenhand werkt…’

Je moet er maar zin in hebben: met dit warme weer zo diep te graven als columnist Erik Kreike doet. Wat een inspanning. Maar hij graaft wel een parel van een verhaal op over twee Aalsmeerse vrouwen van lang geleden. Deze pioniers op het gebied van rozenkweek prikkelen de fantasie en Erik is dan ook terecht nieuwsgierig of iemand aanvullende informatie heeft.

Door: Erik Kreike. ‘Bruggetjes, slooten, watertjes, weer een bruggetje – en daarachter een weelde van wuivende bloemen…. zoo doet Aalsmeer zich voor aan wie op een zonnigen ochtend uit Amsterdam naar het bloemencentrum trekt. De wind vaart door de boomen alsof een vlucht vogels opvliegt en een felle plek zon valt op de ruiten van de bloemkassen.’

Het is een tekst die zo van de website van Floriworld, Westeinder Rondvaart, Flower Festival of Visit Aalsmeer had kunnen komen.  De spelling doet wat ouder aan denkt u misschien; dat klopt. Bovenstaand citaat komt van de voorpagina van het dagblad De Locomotief voor Den  Zondag van zaterdag 14 November 1931, uitgegeven te Semarang, Noord-Java, Nederlands-Indië.

Ik zocht in de archieven voor een stukje inspiratie voor deze column. Uitgangspunt: hoe verhouden Aalsmeerders zich door de geschiedenis heen tot de hitte. Die vraag was even zo simpel als filosofisch: Vrouwtje bloot, handel dood. Deze uitspraak vind je, in varianten, terug van eind jaren ‘40 tot een paar jaar geleden. Artikelen over spotgoedkope bloemen, handel die doordraait, kortom; kommer en kwel wanneer het kwik omhoog springt. Dit had dus een hele korte column kunnen zijn… Had gekund.
(Zie het artikel onderaan de advertentie van Sparnaaij. Tip: lees het hele artikel!)

Een kwekerij in het wilde westen
De beschrijving waar deze column mee begon was de inleiding van een diepte-interview met twee Aalsmeerse kwekers van onder meer rozen. Twee dames wel te verstaan die Mejuffrouw Ostendorp en Waller genoemd worden.  Twee voor mij volstrekt onbekende namen. Al lezend voltrok zich in mijn hoofd een kleine tijdreis naar een Aalsmeer dat ik ken van dé Schoolplaat; het Aalsmeer van mijn grootouders. En toch ook mijn Aalsmeer zo blijkt. De dames runnen een kwekerij met verschillende kassen, een tuinhuis en een wild-west huisje dat dienstdoet als woning. Hier kweken ze van alles: Rozen (Briar Cliff, Hadley en Columbia), orchideeën, trekseringen, lathyrussen en snijgroen. Dat laatste brengt de dames overigens het meeste op tot hun eigen verbazing. Hadley en Columbia… Direct ging er een lampje branden: de Hadleystraat en het Columbiahof. In de Hadleystraat ben ik zelfs geboren, nooit wetende dat Hadley een roos was; dat is de eerste winst. Het Aalsmeer van nu krijgt toch meer kleur met deze kijk van vroeger. Maar er is meer…

(Dé schoolplaat van Aalsmeer: Bloemenfabrieken te Aalsmeer. Welke overigens een van de duurste van de hele set is vanwege de verzamelwoede van de inwoners van een zeker dorp…)

Mysterie van de grond
De meest tot de verbeelding sprekende passage uit het stuk gaat over de overgang van buitenrozen naar kasrozen.  Het leeuwendeel van de rozen werd ooit in de buitenlucht gekweekt. Maar van de een op de andere dag hield dat op.

“Vroeger hadden wij een buitenroos, Ulrich Brünner, en op een gegeven ogenblik wilde Ülrich Brünner hier niet meer groeien. Wat wij ook probeerden, het hielp niet. En niet alleen op onze kweekerij ging het zoo, ook bij anderen hoorden wij hetzelfde. In geheel Aalsmeer vertikte Ulrich het opeens. Waarom? Niemand weet het, dat is een mysterie”.  Het leest als een Agatha Christie thriller…

Maar dus ook begin jaren ‘30 waren er Aalsmeerders, gelijk nu, die van de een op de andere dag hun bedrijfsvoering drastisch moesten omgooien. “Het gaat met de aardbeien net zoo; vroeger was Aalsmeer een centrum van aardbeiencultuur en den laatsten tijd willen de aardbeien niet meer groeien, de grond weigert eenvoudig!”.  En aan de bodemkwaliteit ligt het niet zeggen ze, daarover kregen ze zelfs complimenten, zoals van de Belgen die tijdens de mobilisatie (vermoedelijk ten tijden van de Eerste Wereldoorlog (‘14-’18)) in de kassen van de dames werkten. Maar als de grond weigert, helpt zelfs geen vrouwenhand…

Doorpakkers
Hoe komen twee dames (wat de relatie tussen de twee is wordt nergens geduid, noch de leeftijd), in de Aalsmeerse kwekerscene terecht? Een snelle zoektocht naar foto’s van Veiling Bloemlust [hierboven] bevestigd mijn vermoeden: een mannenwereld. Na wat zoekwerk vond ik nog twee artikelen. In juno en oktober van datzelfde jaar (1931) halen ze ook respectievelijk de Gooi- en Eemlander en de Telegraaf. Dus hoe publiciteit werkte wisten de dames wel. In die eerste krant staat het antwoord op mijn vraag: de Nederlandsche Vereeniging van Werkende Vrouwen is op bezoek bij de dames en een lid vraagt of ze uit een Kwekersfamilie komt. Niets blijkt minder waar, ze was onderwijzeres maar moest vanwege ziekte worden afgekeurd. Na lang zoeken hoorde ze via-via dat er in Aalsmeer wat kassen te koop stonden. Zo werd mejuffrouw Ostendorp kweker. Dat ging als beginners met vallen en opstaan en er werd hulp gevraagd aan buur-kwekers. “Maar Mettertijd is ‘t beter gegaan en laatst hebben we nog eens een aardig compliment gehad, tenminste we hebben dat als een compliment beschouwd”.

Doorpakkers waren het. Vallen en opstaan. Afgekeurd worden en opnieuw beginnen. Van buitenrozen naar binnenrozen. Als vrouwen in een mannenwereld èn lid van een vereniging die streed voor het recht op betaalde arbeid voor vrouwen en ze stimuleerden hun carrière juist goed te plannen. Met waarschijnlijk de nodige schuine gezichten van dien. En dat zo’n 90 jaar geleden. Aalsmeer is nu zeker geen saai dorp. Toen ook niet…

Toegift & navraag
De column is klaar, dus vervolgt u uw weekend alstublieft snel. Maar als oud-postbode, geschiedenisgek en vrijetijds-stadsgids, wil ik toch graag weten wáár deze dames hun kwekerij hadden. Wie ze waren en hoe het ze verging. Ik had wat aanknopingspunten om te komen tot de locatie!
In het artikel maakt de journalist terloops melding van een door De Bazel ontworpen tuinhuis op het perceel van de kwekerij. De Bazel is een architect die, om maar een voorbeeld te noemen, het Amsterdamse Stadsarchief heeft ontworpen. En een kleine zoektocht bracht mij zowaar bij de bouwtekeningen van dit tuinhuis, zie hiernaast. Op navraag bij het archief of er ook een adres bekend is krijg ik een negatief antwoord. Wel dat ze zeker weten dat de opdrachtgever ‘Dekker’ de in Westzaan geboren Klaas Dekker (1849-1922) is die in 1885 een houthandel begon in Den Haag. Hij komt vaker in het archief van De Bazel voor. Vermoedelijk als houtleverancier maar dus ook als opdrachtgever. Heeft deze houthandelaar drie jaar voor zijn dood een mooi stuk land gekocht om dit tuinhuis op te zetten om tot rust te komen? In het adresboek van 1925 wordt geen Dekker genoemd die in Aalsmeer woonachtig is. Dus zijn erfgenamen hebben de boel vermoedelijk verkocht. Direct aan de dames Ostendorp en Waller? En wat is er daarna gebeurd? Wie het weet mag het zeggen, de hoofdredacteur heeft mijn nummer!

Bronnen:
De Gooi- en Eemlander. 28 juni 1931. Hilversum. – Een belangrijke excursie. Elkander’s werk leeren kenne is eerbied hebben voor elkander’s werk.
De Locomotief.  14 november 1931. Semarang. – Hollandsch Rozenland – Kranig Werk van Hollandsche Vrouwen in Aalsmeer.
De Telegraaf. 27 oktober 1931. Amsterdam. – Het mysterie der rozenmode. Bloemenbeurs van Aalsmeer.
Het Nationaal Archief – De Coöperatieve Vereniging Centrale Aalsmeer Veiling is opgericht in 1912 en vei…  [via https://www.nationaalarchief.nl/onderzoeken/fotocollectie/ade905ba-d0b4-102d-bcf8-003048976d84]
Het Nieuwe Instituut. – BAZE1020 – Ontwerp voor een tuinhuis voor dhr. Dekker te Aalsmeer, 1919.
Via: https://zoeken.hetnieuweinstituut.nl/nl/archieven/scans/BAZE/1.2.2.2/limit/25

 

Lees vorig bericht

Foto 307: verzin en win

Lees volgend bericht

‘Poolparty’ op Westeinder


7 Reacties

  • Erik. een heel leuk Aalsmeers verhaal!!
    Zo blijf je toch Aalsmeerder!!

  • Leuk stukje Erik, hopelijk met een vervolg groet van je postmentor 😁

  • Leuk uitgeplozen, Erik!
    Jouw verhaal over de rozenkwekende dames doet mij denken aan Mary Mac Gillavry en haar vriendin en collega Alie van der Heyde die in 1928 een rozenkwekerij begonnen op de Aalsmeerderweg(308) en dat vijftig jaar wisten vol te houden.
    In de volksmond had men het in Oost vaak over ‘de dames’.
    Misschien waren de namen Ostendorp en Waller wel pseudoniemen?

  • Heel leuk en interessant stuk geschreven Erik! Hou ons op de hoogte wil je!

  • Leuk geschreven Erik, zoals je begrijpt kan ik je niet verder helpen 😉 maar zo leren we toch steeds weer wat erbij over de geschiedenis.

  • Wat een leuk stukje Erik. Grappig verteld. En weer wat geleerd. Zoals meestal van jou.

  • Altijd leuk, stukje Aalsmeersche geschiedenis!

Plaats reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *