Amazing Amateurs

‘Amazing amateurs’ zou je kunnen vertalen met ‘verbazingwekkende amateurs’. Het is beslist niet uitzonderlijk als amateurs verbazing wekken. – En dan heb ik het even niet over gemeenteraadsleden die immers ook allemaal amateurs zijn!

De inspanningsfysioloog Raymond Verheijen heeft bijvoorbeeld gezegd: ‘Steeds als het er op lijkt dat het amateurisme bij Ajax dan eindelijk zijn hoogtepunt heeft bereikt, blijkt het toch weer erger te kunnen.’

CDA-leider Van Haarsma Buma ‘vindt de internationale terreurbestrijding van een tenenkrommend amateurisme.’ Buma vindt dat minister Van der Steur ‘buitengewoon aan het klungelen’ is. Volgens het CDA is het amateurisme van de internationale samenwerking hemeltergend.

‘Amateuristische bestuurders vertilden zich aan de nieuwbouw van ROC Leiden.’ De commissie-Meurs, die onderzoek deed naar het Leidse vastgoeddrama, constateert in haar rapport Ontspoorde ambitie dat alle hoofdrolspelers in het Leidse vastgoeddrama de hun toebedeelde rol slecht gespeeld hebben.

Het dramatische ongeluk met twee bouwkranen in Alphen aan den Rijn had makkelijk voorkomen kunnen worden. ‘Men is ontzettend onprofessioneel en belachelijk amateuristisch te werk gegaan.’ zegt kraanexpert Richard Krabbendam.

 

Nou, daar kunnen de hier verzamelde amateurs het mee doen!

Maar het woord ‘amateur’ heeft gelukkig meer betekenissen dan ‘prutser’ en ‘knoeier’. Het betekent ook – en in de eerste plaats – ‘liefhebber’. ‘Een amateur,’ aldus Wikipedia, ‘is iemand die een bepaalde vaardigheid op niet-professionele basis uitoefent. Amateurs vindt men onder andere in de kunst, sport, wetenschap, op allerlei vakgebieden en bij sommige kerkgenootschappen. De term amateur heeft soms ook een negatieve connotatie, waarbij wordt gedoeld op de mindere kwaliteit van de uitvoering.’

Let hier op het woord ‘soms’; want die ‘mindere kwaliteit’ is zeker niet altijd het geval – en hij geldt zeker niet voor deze tentoonstelling.

Amateurs of professionals… in de kunst is er iets bijzonders aan de hand. Want in de kunst is iedereen amateur – of professional. Want de financiële scheidslijn die tussen kunstbeoefenaars wordt getrokken, zegt helemaal niks.

Zeker is, dat ook de zeldzame beeldend kunstenaars, musici, acteurs, schrijvers en filmers die een soms dik belegde boterham verdienen, als amateurs zijn begonnen. En – voeg ik eraan toe – amateurs zijn gebleven. De goeie, tenminste, zijn kunstenaars die het niet in de eerste plaats om het geld doen, maar uit liefhebberij. Misschien is een beter woord dan ‘liefhebberij’: ‘passie’, of ‘hartstocht’.

Want, om het hoogdravend te zeggen, kunstbeoefening is een manier om jezelf en je plaats in de wereld beter te leren kennen.

Door iets te maken wat uit jezelf komt, kom je dingen over jezelf te weten waarvan je nooit vermoed had dat ze bestonden. Je kunt jezelf op een afstand beschouwen, waardoor een innerlijke dialoog tot stand komt. En als je anderen deelgenoot maakt van je product, ontstaat er een wisselwerking tussen de interne en externe dialoog.

Ikzelf schrijf al sinds mijn schooltijd stukjes en doe pogingen om gedichten te maken. En als ik nu teruglees wat ik heb geschreven, herinner ik me zo ongeveer wie ik toen geweest moet zijn – en wat me intussen is overkomen.

Wat ik vijftig jaar geleden geschreven heb, zou ik nu nooit meer kunnen schrijven – en vijftig jaar geleden had ik nooit kunnen schrijven wat ik nu schrijf.

Dat is helemaal niet zo bijzonder. Ik denk dat het iedereen zo vergaat, of hij of zij nu schildert, beeldhouwt, componeert, filmt of fotografeert. Dat zegt niets over kwaliteit. Het medium dwingt je om jezelf tegen te komen en niemand anders dan jij bepaalt of wat je maakt beter of mooier is dan je vorige product. Je bepaalt je eigen ontwikkelingsgang.

Wat we hier om ons heen zien, is een momentopname. Dat is eigenlijk jammer, want het zou nog interessanter zijn, de ontwikkeling van het hele oeuvre van de hier aanwezige kunstenaars te zien, van hun eerste kindertekening af. Maar ik vrees dat de ruimte in het Oude Raadhuis dat niet toelaat. Veel zal ook in de loop van de tijd verloren zijn gegaan, misschien behalve in de hoofden van de kunstenaars zelf.

We zullen het dus helaas moeten doen met wat we hier om ons heen zien. Gelukkig kunnen we daar onze eigen gedachten op loslaten. En in de kunstwerken die andere mensen gemaakt hebben kunnen we altijd iets van onszelf herkennen.

Ik las dat ‘ook dit jaar de deelnemers weer prijzen kunnen winnen. Zowel van een vakjury als van een publieksjury.’ Aalsmeer doet mee aan het heden ten dage zo populaire prijzencircus. Ik wil de toekomstige prijswinnaars feliciteren, maar zo’n prijs zegt mij niks. Het suggereert dat de kunstenaar bezig is het publiek of een jury te behagen. Maar kunst is geen wedstrijd. Kunst vertolkt, plechtig gezegd, ‘de strijd des levens’, de strijd tegen de tand des tijds.

Nederlandse kunstschilders die tussen 1807 en 1940 de Prix de Rome hebben gewonnen, zijn: Abraham Teerlink, Jacobus van Looy, Jan Dunselman, Paulus Philippus Rink, Henri Goovaerts, Herman Gouwe, Jan Sluijters, Tjeerd Bottema, Nel Klaassen, Dick Broos en Jan Hul. Wie kent ze nog? Ja, Jan Sluijters is beroemd geworden omdat hij totaal anders is gaan schilderen dan toen hij die prijs kreeg…

Maar Vincent van Gogh zit er niet tussen.

Ik feliciteer alle deelnemende kunstenaars met deze prachtige expositie.

Pierre Tuning is journalist. Vele jaren redacteur bij het NOS Journaal. Gerespecteerd raadslid van D66, later PACT, inmiddels geen lid meer. Liefhebber van jazz, steekt dat niet onder stoelen of banken. Polijst zijn teksten. Houdt van een biertje. Eigenwijze kerel.

Lees vorig bericht

Toekomst atletiekbaan gegarandeerd

Lees volgend bericht

Column: Pierre Tuning


1 Reactie

  • Pierre, Ik ben het helemaal eens. De mooiste prijs die een kunstenaar kan ontvangen, is als de mensen van zijn of haar werk ontroert raken. Mijn werk is daarom ook nooit te koop, maar te leen. Dat is de mooiste prijs!!
    .

Plaats reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *