Aalsmeerse joffers

Leni Paul kwam met de primeur. Op 16 januari onthulde ze op deze site dat het klooster aan de Stommeerweg zich opmaakt voor de komst van nonnen. Na ruim negentig jaar onderdak te hebben geboden aan monniken van de orde der Karmelieten, nemen over enkele weken twaalf jonge nonnen uit een Italiaans Benedictijns klooster er hun intrek. Het uit 1921 stammende klooster wordt daar momenteel voor in gereedheid gebracht.

Behalve de kapel, krijgt het sanitair een flinke opknapbeurt, zo las ik. Daar kan ik me wel iets bij voorstellen. Als ik non was, zou ik ook gruwen bij de gedachte gebruik te moeten van een toilet waarop vele jaren in lange jurken gehulde mannen hun behoeften hebben gedaan. Want denk erom dat er door al dat gedoe met die monnikspijen heel veel over die wc-brillen heen is gepiest. Om over de rest maar te zwijgen…

Over ‘zwijgen’ gesproken. De nonnen, ook wel ‘slotzusters’ genoemd,  in de leeftijd van 30 tot 50 jaar, schijnen geen woord te spreken. Niet dat ze doofstom zijn of zo, maar ze mogen het gewoon niet. Ze doen de hele dag niks anders dan bidden en mediteren. Af en toe mogen ze wat schoffelen tussen de kropsla in de kloostertuin. Echter, over de heg een kletspraatje maken met de buren in de Baccarastraat, is ten strengste verboden.

Dat belooft een dolle boel te worden in het klooster. Maar niet heus. Eerlijk gezegd, begrijp ik dat stilzwijgen niet zo goed. Onze Lieve Heer heeft ons niet voor niks een mond gegeven, dat zouden religieuzen toch moeten weten. Nee, allemaal mondje dicht, anders zwaait er wat. In voorkomende gevallen, bijvoorbeeld als de pizzakoerier een bestelling komt afleveren, is er aardse hulp en bijstand van een Nederlands sprekende non uit België. Probleem ook weer opgelost.

Na ruim negentig jaar dragen de Karmelieten het klooster dus over aan de Benedictijnen. Wist u trouwens dat het klooster tien jaar eerder is gebouwd dan de rooms-katholieke kerk ernaast? En het weer daarnaast gelegen ‘Boomkwekerskerkhof’ al in 1875 is aangelegd en niets te maken heeft met de kerk en nog minder met het klooster? Goed, dit terzijde. Het aantal geestelijken in de orde der Karmelieten liep de laatste jaren zo terug, dat er in het klooster uiteindelijk nog maar twee bewoners over waren: pastoor Henny Post en broeder Wim Ernst.

Onlangs hebben beide karmelieten het klooster verlaten en wonen nu in een ‘gewoon’ huis aan de Zwarteweg. Ik weet niet precies waar, maar als dat in de buurt is van de hoek met de Stommeerweg, zou dat leuk zijn. Want hier heeft in vroeger eeuwen namelijk ook een klooster gestaan. Veel is er niet over bekend, alleen dat het in de tijd van de Reformatie is verlaten en afgebroken. En dat er een boerderij tot het klooster behoorde, die rond 1800 is vervangen door een nieuwe.

Toen die ‘nieuwe’ boerderij in 1930 moest plaatsmaken voor de aanleg van de Hadleystraat en de bouw van een woonhuis met kantoor voor de notaris, werden nog restanten van die oude uit 1600 daterende boerderij gevonden. Onlangs is het inmiddels ruim tachtigjarige notarishuis op de hoek Stommeerweg-Hadleystraat grondig verbouwd. Op de gevel prijkt echter nog steeds de naam ’t Kloosterhuys, herinnerend aan het klooster en de bijbehorende boerderij die hier vroeger aan de rand de Stommeer hebben gestaan.

Jammer dat over dat klooster zo weinig bekend is. Dat geldt echter niet voor het klooster waarmee in feite de geschiedenis van Aalsmeer begint: de Abdij van Rijnsburg, gesticht in 1133. Precies 880 jaar geleden. Niet echt een jubileumgetal, zoals in 1983, toen het 850-jarig bestaan van Aalsmeer uitbundig werd gevierd. Voor een feestje moeten we dus nog twintig jaar wachten, tot 2033, wanneer Aalsmeer 900 jaar bestaat. Dan pas kunnen de rood-groen-zwarte vlaggen weer uit.

De historische link tussen Aalsmeer en dat Rijnsburgse klooster is algemeen bekend. De naam Aalsmeer duikt voor het eerst op in een oorkonde uit 1133. In dat jaar werd door Petronilla van Saksen, weduwe van Graaf Floris II (bijgenaamd ‘de Vette’), de Abdij van Rijnsburg gesticht. Omdat de kloosterlingen, adellijke nonnen uit Oost-Saksen, toch ergens van moesten leven, schonk Petronilla al haar bezittingen, waaronder het grondgebied, de rechtspraak en de tienden van Aalsmeer, aan de abdij.

Nu, 880 jaar later, herhaalt de geschiedenis zich. Opnieuw nemen nonnen ‘bezit’ van Aalsmeer. Zowel toen als nu gaat het om jonge nonnen, afkomstig uit het buitenland en behorende tot de orde der Benedictijnen. Er is echter één groot verschil. In 1133 hoefden ze hun kaken niet op elkaar te houden. Integendeel. De nonnen van toen, ‘joffers’ genoemd, wijdden zich behalve aan hun kloostertaken ook aan meer wereldse zaken, waaronder het ontvangen van gasten, uit rijden gaan en zelfs jagen. Hun feesten waren zelfs berucht.

Jammer dat de geschiedenis zich wat dát betreft niet herhaalt.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

banner_martinez
adv desiree klein
mjk-advies
LJ-de-Vries
S4H
flower art museum
historische tuin
banner_martinez
adv desiree klein
mjk-advies
LJ-de-Vries
S4H
flower art museum
historische tuin