Wil van der Wal: ”Ik laat de kaas niet van mijn brood eten“

Wil van der Wal, laatste bewoonster van ‘De Gribus’

Door Leni Paul. My house is my castle, vrij vertaald; mijn huis is mijn vesting. We moeten er onwillekeurig aan denken als we binnenstappen in het huis van Wil van der Wal,  de 63-jarige bewoonster van de rij huizen op de Bilderdammerweg. De overige woningen werden al gesloopt. “Ik heb hier een heerlijke woning”

Wie de Bilderdammerweg oprijdt wordt onmiddellijk getroffen door de alleenstaande woning of beter gezegd door de volop bloeiende tuin die als een bloemrijke oase de aandacht trekt van de passanten. We hebben een afspraal met mevrouw Wil van der Wal die zich duidelijk als de spreekwoordelijke vis in het water voelt en ons graag rondleidt in de woning en door haar tuin. Over de sloop van haar huis verkeert ze niet in onzekerheid, in die zin, dat ze weet dat binnenkort ook haar woning zal worden afgebroken. Er werd al veel geschreven over de mogelijkheden en moeilijkheden en het laatste woord tussen woningbouwvereniging Eigen Haard en de gemeentelijke instanties is hier volgens haar nog niet over gesproken. Nadat Wil van der Wal -van Veen hier veertig jaar geleden in het huis kwam wonen heeft ze samen met haar enkele jaren geleden overleden man een particulier ‘paleisje’van weten te maken. Onherkenbaar en duidelijk afwijkend van de overige huizen die hier destijds in de jaren twintig zijn verrezen gaven de echtelieden een eigen stempel aan de woning.

Gribus, een begrip
“Het heette de ‘Gribus’ zegt Van der Wal met nauwelijks verholen trots. Het waren destijds woningen voor de financieel minder bedeelden en daarom noemde men het de gribus.” Er bestaan vage plannen deze wijk straks na vernieuwing wederom de naam Gribus te geven. AalsmeerVandaag vindt dat, eerlijk gezegd, een minder goed idee, want gribus heeft in diverse dialecten en in het bargoens nu niet bepaald een geruststellende klank. Zo gebruikt men bijvoorbeeld op diverse plaatsen in de Betuwe het woord gribus voor ‘rommel’, had en heeft het nog steeds in onze omgeving de betekenis van bouwvallige huizen in een achterbuurt en duidde men er in plat-Amsterdams tot het begin van de vorige eeuw een prostituée mee aan. En nu maar hopen dat de strtaatnaamcommissie in onze gemeente  een minder omstreden naam zal gebruiken als straks in de voormalig Gribus een niewe wijk zal zijn verrezen.

We krijgen van de bewoonster, die door een slopende ziekte haar functie bij een Kudelstaartse orchideeënkweker heeft moeten opgeven, een rondleiding door het brandschone huis. Of eigenlijk door twee woningen, want  haar overleden man (“hij had twee gouden handen”) wist van de eenvoudige zogenaamde arbeiderswoning een gastvrije, mooie woning te maken waarbij Wil van der Wal spreekt van een winter- en een zomerhuis. De voorkeur van de bewoonster gaat duidelijk uit naar de zogenaamde barokstijl : druk bewerkte glinsterende kroonluchters, kastjes vol glimmende liefdevol verzamelde herinneringen en hier en daar fleurige droogboeketten. Zelfs boven de ruime badkuip (“alles aanglegd door mijn man”) prijkt een veelkleurig boeket van kunstbloemen.

Paradijsje
“Ik voel me hier gelukkig” zegt de 63-jarige bewoonster die ons graag haar eigenhandig aangelegde en door haar zelf onderhouden fleurige tuin laat zien. Volop zomerbloemen, maar ook een grote hoeveelheid winterbloeiende struiken. Er is een vijver, een stenen beeldje van een engeltje aan de muur die de bloemenzee genadig overziet. In het midden van de tuin een sierlijke vijver, destijds aangelegd door de overleden echtgenoot. Onze fotograaf legt de zomerse weelde gretig vast en het is duidelijk, dat de bewoonster aan deze inmiddels  gesloopte wijk moeite heeft haar wat ze noemt “paradijsje, mijn hutje op de hei waar ik gelukkig ben”, te verlaten. 

Er werden haar inmiddels diverse woningen ‘aangeboden’, echter vele die door haar slopende ziekte, minder geschikt werden geacht. “Ze boden me een huis aan waar ik een paar trappen op moest. Dat kan ik door mijn ziekte niete meer, dat laat ik ook duidelijk weten. Ik laat de kaas niet van mijn brood eten.” En nu? Ongetwijfeld blijven we Wil van der Wal volgen in haar zoektocht naar een “bloemrijk paradijsje” zoals ze haar vertrouwde woonplek noemt.

(Foto’s Jaap Maars)

Lees vorig bericht

Foto 403: verzin en win

Lees volgend bericht

Open Dubbeltoernooi Kudelstaart


1 Reactie

  • Wil,
    Heel fijn dat we door deze bijdrage van jou aan “Aalsmeer vandaag” een prachtige herinnering houden aan dit wijkje, aan jou , en aan die vele fijne andere bewoners die hier zo lange tijd mochten wonen.
    Waar dat ter zijner tijd ook zal zijn, vele goede jaren gewenst.
    Ans

Plaats reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *