Vandaag 100 jaar geleden: einde tyfusepidemie in Aalsmeer

Door: Jan Willem de Wijn. Een eeuw geleden kende Aalsmeer een epidemie met elf doden in drie weken. Het dorp was zijn eigen Wuhan. Met massale inentingen onder de bevolking. Met een schuldvraag en een opstandige bevolking die zich tegen de gemeenteraad keert. Het lijkt een scenario dat zich in 2021 afspeelt in plaats van een eeuw eerder, in 1921. Een reconstructie. Slecht begin, goed slot.

Dagblad De Telegraaf is de eerste die op 4 februari 1921 melding maakt van het uitbreken van tyfus in Aalsmeer. “In de afgelopen week hebben zich in de gemeente Aalsmeer 28 gevallen van typhus voorgedaan.” De oorzaak lijkt te liggen in het drinken van ongekookte melk en ongekookt drinkwater en slootwater. Drie dagen later meldt De Telegraaf: “Reeds meer dan 50 patiënten zijn aangetast.” Op dat moment zijn al twee dorpsgenoten aan de ziekte bezweken. Opvallend: het gaat dan vooral om personen beneden de middelbare leeftijd. De epidemie grijpt snel om zich heen. Op 14 februari gaat het al om vier sterfgevallen en om zo’n 40 gezinnen met één of meer patiënten. Begin maart is de tyfus over z’n hoogtepunt heen, maar dan al is binnen een maand een elftal Aalsmeerders aan de ziekte bezweken.

Inentingen
Dat de epidemie tot stand is gekomen, komt vooral ook door ingrijpen van het gemeentebestuur. Eind februari blijkt dat veel mensen gebruik hebben gemaakt van het aanbod om zich te laten vaccineren. “In totaal wordt het aantal ingeënte inwoners op ruim 3.500 geschat. Ieder persoon wordt driemaal met een tussenpoos van zeven dagen ingeënt.”

Oorzaak afval?
Als het stof van de epidemie is neergedwarreld, komt de schuldvraag aan de orde. Al snel gaat de beschuldigende vinger naar het Amsterdamse huisvuil dat in 1921 in Aalsmeer wordt gebruikt voor landaanwas en plempen van open water. De Tribune van 29 maart kijkt terug: “Hoewel niet bewezen was dat de typhus een gevolg van het door straatvuil verontreinigde boezemwater was, zond de verontwaardigde bevolking een adres aan de gemeenteraad, waarin op stopzetting van den aanvoer werd aangedrongen.” Maar de gemeenteraad schipperde, want wilde niet aan zo’n definitieve totaaloplossing. De bevolking liet zich echter niet met een kluitje in het riet sturen. “Thans echter scheen het Aalsmeersche publiek het gekonkel moede en wilde niet langer z’n gezondheid voor de winst van enkelen in de waagschaal stellen.” Het college van B&W gaat op 10 maart door de bocht en de unanieme raad “besluit tot een algehele en onmiddellijke stopzetting van de vuilnisaanvoer.” Twee dagen later wordt door B&W een bericht gezonden aan de Amsterdamse collega’s. En de rest is geschiedenis.

Afbeelding boven: de oever van de Westeinderplassen in de jaren ’20 (Nood-Hollands Archief)
Afbeelding onder: krantenknipsel van 26 februari 1921 uit het blad ‘Voorwaarts’

Jan Willem de Wijn is historicus en onder meer actief voor de stichting Oud Aalsmeer

Lees vorig bericht

Groene oevers langs Stommeerkade worden ecologische verbinding

Lees volgend bericht

Column: ‘Tussen ijsdwang en ijspret’


2 Reacties

  • Het boompje stond er kenelijk al in 1921. De watertoren moest nog gebouwd worden …

  • Totaal niet te vergelijken met elkaar

Plaats reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *