‘Lichtpuntjes jeugdhulp aandikken geeft flow’

Hoe oud hij is, wil presentator Rob Oudkerk van de jongen weten. Zestien. “Dan ben je de jongste. Het gaat hier over jou. Heb je met jeugdzorg te maken?” Nee. “Hoor je er weleens verhalen van anderen over?” Nee. “Je bent een voorbeeld van een jongere waar alles goed mee gaat! Dan heb ik niks aan je,” concludeert de ingehuurde zorgmanager van de gemeenten Amstelveen en Aalsmeer.

Het gaat dinsdagnamiddag op de tweede gemeentehuisontmoeting over jeugdhulp. In de burgerzaal is zo'n zeventig man verzameld. Ouders van kinderen die zorg nodig hebben, leerkrachten, professionals van zorgorganisaties en politiek en maatschappelijk betrokkenen.

Wat wil de gemeente met de meeting? Burgemeester Jobke Vonk legt het kort uit: “praktische handreikingen” krijgen om mede aan de hand daarvan een goed jeugdzorgbeleid voor Aalsmeer te kunnen inrichten per 1 januari 2015. Dat is het moment dat het rijk die zorg overhevelt naar de gemeenten. Het gaat Vonk dinsdag allereerst om tips van ouders.

Zoektocht naar hulp
Oudkerk schiet dan ook direct een van de ouders aan. Een moeder met twee kinderen van wie eentje met een beperking. “Nu krijgt hij een pgb (persoonsgebonden budget – red.) en kan hij naar de zorgboerderij. Dat is het enige wat hij heeft. Ik hoop dat dat straks zo blijft.” Ze had zelf moeten zorgen dat het pgb er kwam. “Ik moest zó'n papierwinkel invullen.”

Van de drie kinderen van een andere moeder is er een autistisch en kampt een ander met een chronische nierziekte. “Met medische problemen kun je naar een ziekenhuis. Met autisme blijft het een zoektocht welke hulp bij je past.” Ze zou liever eerder hulp hebben gehad, geeft ze aan.

Een derde moeder heeft een zoon met leer- en socialecontactproblemen. “Hij heeft een hoog IQ en daarom geen recht op hulp. Ik zou willen dat er meer individuele hulp is zodat hij zich kan redden op school. Hulp met dingen die andere kinderen automatisch aanleren.”

Twaalf man over één kind
Ouders en zorgvertegenwoordigers komen met uiteenlopende aanbevelingen. Een greep daaruit. Weg met de bureaucratische rompslomp rond zorgaanvragen. In een vroeger stadium problemen bij jongeren signaleren. En zeker ook: blijven monitoren hoe het gaat als er hulp geboden wordt. Laten zorgverleners en andere betrokken goed samenwerken zodat je “voorkomt dat je met twaalf man om tafel over één kind zit te praten”.

En verder: zorg voor voorzieningen of clubs voor kinderen met een verstandelijke beperking (die ontbreken, zo wordt verteld). Meer keuzevrijheid voor ouders om het pgb te gebruiken. Het zorgdossier van het kind bij de ouders stallen, in plaats van bij een instantie laten slingeren. Meer zeggenschap voor ouders bij jeugdhulp.

Ouders moeten over een eigen informeel platform kunnen beschikken, zo bepleit een professional. “Vóór ouders dóór ouders. Daar kunnen ze, vanuit hun betrokkenheid, zaken delen en signaleren buiten de officiële instanties om,” zegt hij. Voordeel ervan is het laagdrempelige, als ouders onder elkaar. Maar zien ze dat zitten? De eerste moeder: “Waar zou ik de tijd vandaan moeten halen?” Een ander: “Als je er behoefte aan hebt, máák je tijd.”

Meepraten kleuters
En de jongeren zelf? “We praten hier veel 'over' ze, maar moeten ook 'met' ze praten over hulp die ze nodig hebben,” brengt iemand naar voren. Een ander stelt dat scholen vroegtijdig eventueel benodigde zorg “góéd moeten oppikken”, juist mede door bijvoorbeeld kleuters te raadplegen. “Ook kleuters kunnen behoeften zelf al best aangeven.”

Het brengt Oudkerk tot de gedachte dat een raadhuisontmoeting voor jongeren “waar het niet zo goed mee gaat” wellicht zinvol is. En dan zonder te veel volwassen betweters die zo'n bijeenkomst kapot praten. “Het zou niet verkeerd zijn ze uit te nodigen,” vond hij.

Lichtpuntjes aandikken
“We kijken te veel naar wat er misgaat. Ook al gaat het slecht met een kind, er zijn altijd lichtpuntjes,” meent een zorgbeleidsmedewerker. “Die moet je aandikken en dan vérder kijken.” Kortom, let op de “positieve dingen”. Want, haakt een ander erop in, “die geven een flow.”

Na zeventig minuten over en weer reageren meldt de burgemeester “verrast” te zijn door zoveel inbreng uit de zaal, “met name van ouders”. Ze roept ze op om “medeouders” te stimuleren hun adviezen door te spelen aan de gemeente. “We hebben tips gekregen waar we wat mee kunnen,” zegt Vonk. “Daar kunnen we ver mee komen.”

Lees vorig bericht

Vuilniszakken AB voor B&W voor ‘lijken in kast’

Lees volgend bericht

Geen ontkomen aan: te weinig reizigers, te hoge kosten


Plaats reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *