Honderd jaar Doopsgezinde verhalen

Annigje Leighton bij het geopende archief van de Doopsgezinde gemeente.

Door: Anna Maria Mantel-Giannattasio. Een verdwenen handtasje, een kerkblad van vijftig cent, een handgeschreven brief van een beroemde architect en oog in oog met heel veel stoere Aalsmeerse vrouwen die ooit het verschil maakten.

Samen met Annigje Leighton-van Leeuwen dook ik vorige week in het archief van de Doopsgezinde Gemeente Aalsmeer. Het werd een ochtend vol verrassingen. Het was zo’n echte herfstochtend. Grijs, regenachtig en eigenlijk best geschikt om binnen te blijven. En dat deden we dus ook.

Oktober is de Maand van de Geschiedenis. Een mooi moment om terug te kijken, want van het verleden valt een hoop te leren. Bovendien hebben we volgend jaar iets te vieren. Dan staat de karakteristieke Doopsgezinde kerk in de Zijdstraat er precies honderd jaar.

Waar te beginnen?
We beginnen vol goede moed. Kasten die op slot zitten gaan open. Er komen mappen, oude foto’s, schriftjes met hanenpoten, vergeelde krantenknipsels en dikke boeken tevoorschijn. Soms klinkt er een nies vanwege het stof. En minstens zo vaak roepen we tegen elkaar: ‘O, moet je dit eens zien!’

Maar waar te beginnen? Er is zoveel dat we eigenlijk niet weten wat we eerst moesten bekijken.

De eerste verzamelde uitgaven van Levenslicht.

Een blad om van te genieten
Een van onze mooiste ontdekkingen is Levenslicht, het maandblad van de Doopsgezinde Gemeente Aalsmeer. Maar liefst honderd jaar aan Aalsmeerse verhalen. In 1935 kostte een abonnement twee keer vijftig cent per jaar. Voor dat geld kreeg je een prachtig inkijkje in het leven van de gemeente en ook het Aalsmeer van vroeger.

En wat schreven ze toen leuk. Niet alleen over de kerk, maar ook over uitstapjes, de jeugd, de dromen. Maar ook heel eerlijk over de kleine en grote beslommeringen van het dagelijks leven. Over mensen en hun sores.

Zo lezen we over het Doopsgezind Meisjeswerkgezelschap dat op 15 juli 1930 een dagje naar Bergen aan Zee ging. Om zeven uur ’s morgens vertrok de bus van Maarse & Kroon. Tenminste, dat was de bedoeling. Twee dames ontbraken nog.

Het kwam gelukkig goed. Onderweg werd gezongen, in Heiloo werd koffie gedronken en daarna volgde een wandeling van drie uur door de duinen. Een van de dames kreeg zomaar een banaan cadeau van een verkoper. Tropische verassing in die tijd. Later raakte ze haar handtasje kwijt. Ook dat kwam weer terecht. Om tien uur ’s avonds was iedereen terug in Aalsmeer. Volgens de secretaresse was het een dag om nooit te vergeten.

Wij moeten er bijna honderd jaar later nog om lachen. Sommige dingen veranderen gewoon niet. Een dagje uit met een groep blijft een avontuur.

De jeugd, toen ook al een onderwerp
We bladeren verder en ontdekken dat de jeugd in de jaren ’30 volop meedeed. Prachtig. Er waren zondagsscholen, meisjesverenigingen, jongerenkringen en jeugddiensten. Er werden uitstapjes georganiseerd en er was veel aandacht voor de vraag hoe je jonge mensen bij de gemeente kon betrekken. Klinkt ook als nu.

Opvallend vind ik een groot boek met foto’s van de vrouwen die zich hebben ingezet. Dit waren onze overgrootmoeders en oma’s die stoer de camera inkeken. Eén brok levenslust en zelfverzekerdheid.

We kijken elkaar aan. Dit gaan mooie maanden worden om uit te pluizen hoe deze levens waren. Bij geschiedschrijving lees je vaak over de mannen en hun functies, carrière en hun heldendaden. Maar dit zijn de vrouwen die alles aanpakten en oplosten.

De Doopsgezinde vrouwen van toen.

Een brief van de architect
En dan komt er plotseling een document tevoorschijn waar we toch even wat langer bij blijven zitten. Een handgeschreven toelichting van de beroemde architect J.F. Staal. De man die onze kerk aan de Zijdstraat ontwierp. Hij had de prijsvraag gewonnen en mocht aan de slag.

Op het papier staat zijn adres aan de Weteringschans in Amsterdam. In zijn eigen handschrift legde hij destijds uit hoe hij het nieuwe kerkgebouw voor zich zag. Hij dacht na over de vorm van de kerkzaal, het licht, de ramen, de kleuren en de manier waarop de verschillende ruimtes bij elkaar moesten passen.

En natuurlijk moest er ook gerekend worden. Onder zijn verhaal stond een hele begroting. Tot op de cent nauwkeurig. Het totaal kwam uit op 74.657 gulden en 60 cent.

Hoe bijzonder om zo’n brief in handen te hebben. Bijna honderd jaar geleden zat Staal achter zijn tekentafel en dacht na over een gebouw waar veel mensen uit Aalsmeer nu nog altijd samenkomen. Hij kon toen onmogelijk weten hoeveel mensen daar in de loop der jaren zouden zingen, trouwen, rouwen, discussiëren, lachen en elkaar ontmoeten. Hij ontwierp de kerk. De mensen gaven haar een leven.

Geen straf
Na een paar uur lijken we nog maar nauwelijks begonnen. Er liggen nog stapels boeken, foto’s en brieven die we niet eens hebben aangeraakt. Nee, het gaat geen straf worden om dit te digitaliseren. Oké, misschien een beetje. Door naar het verleden te kijken, begrijp je alles nu beter. Dat is het mooie van de Maand van de Geschiedenis.

Je ontdekt niet alleen hoe het vroeger was, maar ook hoeveel van toen nog altijd bij ons hoort. Aalsmeerders zijn mensen met een eigen willetje en dat lezen we ook tussen de regels ook door. Aan het einde van de ochtend gaan de boeken weer dicht. De kasten nog niet allemaal, want we moeten beslist terug.

Het jubileumjaar komt al snel. Nog veel te lezen, te lachen en te ontdekken. En die dames die in 1930 met de bus naar Bergen aan Zee gingen? Die hadden waarschijnlijk nooit kunnen bedenken dat twee vrouwen in 2026 nog zo zouden genieten van hun dagje uit.

Dat is toch het aardige van geschiedenis. Soms hoef je alleen maar een kast open te maken om weer even bij elkaar op bezoek te komen.

(Foto’s: AMG)

3 reacties

  1. Fantastisch zo,n duik in het doperse verleden. Komen de ” mannenbroeders” in een volgend stukje aan bod?😊

  2. Wat heerlijk dat je in de geschiedenis bent gedoken en leuke feitjes deelt!

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *