Verkassen richting Ikeastan

Soms, als ik in gesprek ben met iemand, voel ik me een beetje schuldig over het gebrek aan spektakel in mijn leven. Ik maak, althans volgens mij, geen bijzonder interessante dingen mee. Ik red geen levens, doe geen bijzonder grote aankopen zoals een auto of een huis en mijn vriendenkring bestaat ook uit grotendeels verstandige, rustige mensen met wie ik eigenlijk nooit ruzie heb.

Het schuldgevoel is niet het soort waarbij het gevoel is dat ik iets verkeerd heb gedaan, maar meer het idee dat ik iets meer zou moeten doen. De discussie rondom de boete voor langstudeerders maakte het gebrek aan buitenschoolse activiteiten extra duidelijk; het ging niet over op schema lopen, maar door domme pech en wat slechte planning een half jaar achterstand oplopen. Het ging om jaren in bestuursfuncties, uitwisselingsprojecten en lange stages. Allemaal dingen die ik niet heb gedaan en waar ik  geen enkele behoefte toe voel. En toch knaagde het als ik moest uitleggen dat ík de langstudeerboete krijg omdat ik twee jaar hbo Journalistiek heb gedaan.

In ieder geval, ik was dus met iemand in gesprek en plots hoorde ik mezelf zeggen “Misschien ga ik wel m’n master doen in het buitenland, in Scandinavië of zo.” Het gekke is, dat was totaal nog geen idee op dat moment. Maar een week later echode ik soortgelijke woorden naar mijn moeder toe, die het een fantastisch idee vond. En drie weken later wist ik niet wat ik meemaakte toen ik op een paar sites rondkeek naar universiteiten in Noord-Europa en mezelf bijna een schouderklopje gaf. Goed idee, bij nader inzien.

Om een lang verhaal iets korter te maken, ik ga naar alle waarschijnlijkheid naar Zweden om daar de laatste twee jaar van mijn studie te volbrengen. Absolute zekerheid is er nog niet, maar de voorzichtige planning is komend schooljaar voor bijna vijfduizend euro de bachelor afronden en dan richting Ikeastan te verkassen. Zodra ik daar ben heb ik geen flauw idee wat er gaat gebeuren, maar dat zie ik wel zodra het gebeurt.

Wat ik wel merkte bij mezelf was dat ik toch een dorpeling ben wanneer het gaat om waar ik wil gaan wonen en studeren. De keuze gegeven tussen het gigantische Stockholm (1,2 miljoen inwoners, dat zijn er een miljoen meer dan ik dacht) neig ik sterk naar het veel bescheidener Uppsala. Nog steeds vrij groot (ongeveer zo groot als Amstelveen, Aalsmeer en Uithoorn bij elkaar) maar het ziet er allemaal een stuk vriendelijker uit. De Aalsmeerder in me ziet de grote boze stad en trekt een gezicht alsof hij een zuur snoepje aan het eten is. Te druk, te veel en de woonruimte is er te duur. Zelfs als het gaat om extra onafhankelijkheid lukt het me niet helemaal de behoefte aan wat dorpse gezelligheid te onderdrukken. Het zal me pijn doen te weten dat er in Zweden geen IJscoman langs zal komen op dinsdag en zaterdag. Hoewel het bestaan van de IJscoman zelfs mijn vrienden uit grotere steden in lachen deed uitbarsten.

Dat zijn de dingen die ik ga missen aan Aalsmeer, denk ik. De IJscoman en het geven van de namen van mijn opa en oma zodat men weet van welke Eveleensen ik er eentje ben. In algemener zin het wonen in een dorp waar ik in de supermarkt mensen gedag zeg die ik niet ken, maar van wie ik wel weet dat we samen al een kwart eeuw bij elkaar in de buurt wonen. Wie weet kom ik na twee jaar buitenland wel opgelucht weer thuis. Ik heb er zin in, dat is al heel wat voor mij.

Lees vorig bericht

Afscheid

Lees volgend bericht

Seks, drugs en de maan is van kaas


Plaats reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *