Column: Zonwering

In Nederland is het dan weer te heet, dan weer te koud. Te nat of te droog. Dus eigenlijk is het nooit goed. Met de mini-hittegolf van deze week, komt columnist Rinus Zuidervaart met een zeer toepasselijk verhaal. Zijn zonnescherm vertoont kuren. Dan denk je: je belt een monteur en het probleem wordt opgelost. Maar zo werkt het niet, lees maar…

Door: Rinus Zuidervaart In het licht van de eeuwigheid en corona en klimaatverandering vergetend, ging mijn probleem over iets triviaals. Namelijk een zonnescherm  c.q. rolgordijn voor mijn raam dat geheel autonoom, weer of geen weer, dag of nacht, naar boven en naar beneden ging. Zat ik thuis ongemerkt een beetje te schemeren dan deed het rolgordijn er eigenwijs een schepje bovenop door naar beneden af te rollen en mij compleet in het donker te zetten. Wanneer ik ‘nachts de slaap niet kan vatten en de afwasborstel in de gootsteen heeft besloten met veel bombarie los te ploppen, gaat de zonwering met veel geldingsdrang naar beneden.

Toegegeven, van binnenuit kan ik de zaak wel weer omhoog laten rollen maar dit is een ongelijke strijd. Nadat ik een soortgelijk schrijven als hierboven naar de verhuurder van mijn appartement heb gestuurd krijg ik binnen acht minuten mail retour; “bent u vanmiddag thuis?” luidt de slagvaardige respons.

De voordeurbel gaat. Twee mannen in overall en natuurlijk mondkapjes.

De conversatie verloopt door mondkapje en niet thuis te brengen dialect, moeizaam.

Deze klus vereist geen gereedschapskist kennelijk.

Een van de twee opent een raam en kijkt, bijna voorovervallend naar links en naar rechts.

Of daar buren wonen? Die vraag had ik voor deze circusact ook kunnen beantwoorden.

Wat volgt is een verhaal over een sensor op het gebouw die bij verschillende omstandigheden zijn eigen plan trekt

“Maar heren, het is nu prachtig weer, de zon schijnt, waarom is het gordijn omhoog?”

“Ja, ja, ja, ja, ja, soms vierjaargetijden, hè? Wij gaan es naar boven naar de regelkamer. Over een kwartiertje weer retour…”

“Goed, tot zo.” Ik wacht in sta-opstoel lijdzaam af.

Dat begrip kwartier had ik niet zo letterlijk moeten nemen maar als er na een half uur er nog geen teken van leven is, zie ik in gedachten de heren al naar een grote gele M rijden en zich te goed doen aan onverantwoord eten. Het eerst zo voorspoedig, slagvaardig optreden wordt negatief gecompenseerd door na precies één uur opnieuw aan te bellen. “We zijn eruit meneer, de sensor op het dak staat te gevoelig afgesteld. Dat kunnen wij niet veranderen, we geven het door.”

Ik hoor mezelf  ‘fijn’ zeggen. Ze draaien zich om en zijn snel uit het zicht. Ik zak in mijn nog warme stoel.

De zonwering gaat omhoog.

Ik hoor een piepje van een ontvangen e-mail op mijn smartphone. Afzender: de verhuurder van het pand.

“Geachte Hr/Mw, kortgeleden is er een monteur van ons bij u geweest. Bijgaande vragenlijst kost u nog geen vijf minuten…”

Het is voor nu mooi geweest…

Rinus Zuidervaart is parttime ‘bewoner’ van de gemeente Aalsmeer. Vermaakt zich als cliënt op de dagbesteding van Ons Tweede Thuis, locatie Mendel, met onder meer schaken en computerzaken. Heeft een neus voor taal en laat zich inspireren door Godfried Bomans. Verzamelt op zijn eigen tijd en in zijn eigen tempo columns van gebeurtenissen uit zijn leven.

Lees vorig bericht

Aanleg rotonde stilgelegd vanwege bodemonderzoek

Lees volgend bericht

Foto 348: verzin en win


Plaats reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *