Reissneeuw

Vier centimeter sneeuw. Dat is alles wat er nodig was om de normaal gesproken relatief comfortabele en rustige twee en een half uur durende reis tussen Aalsmeer en Arnhem te veranderen in een bijna zes uur durende ijskoude tocht, waarvan het grootste deel zich afspeelt in een kille, koude stationshal in Utrecht.

Mocht u dit lezen in de toekomst en denkt u nu ‘ik heb geen idee waar hij het over heeft’, op 3 februari 2012, tussen 10 en 12, sneeuwde het. Het sneeuwde behoorlijk; geen gigantische sneeuwstorm, maar hard genoeg om een winterdoek van een paar centimeter over de omgeving te draperen. De NS, die een dag eerder nog verklaarde er klaar voor te zijn en extra winterteams achter de hand te hebben, brak. Ze braken eerst bij Amsterdam, waar slechts twee sprinters met een uur vertraging reden. Aangeraden route naar Utrecht ging plots via Breukelen. Dat mag. Dat kan. Er liggen veel wissels en andere breekbare spullen in het spoor bij Amsterdam.

Op station Breukelen stond ik met zo’n dertig anderen in een glazen kooi te wachten of er ooit nog een trein zou komen. Het kleine beetje moed dat er op dat moment nog in me te vinden was, zonk me in de schoenen; het zou lang gaan duren vandaag. Heel lang. Na een uur te hebben gewacht kwam de sprinter naar Rhenen, die zou stoppen in Utrecht, onaangekondigd en zonder visuele hints aanrijden. De enige reden dat de aanwezigen op station Breukelen de trein in gingen, was omdat erbinnen verwarming aanwezig was. Zo gingen we van een uur -1° naar de heerlijke +20°. Iedereen was dankbaar en blij, en helemaal zielsgelukkig waren we toen de trein ook nog eens de goede kant op bleek te gaan. Alle in die sprinter opgebouwde reserves liepen leeg toen de stationshal van Utrecht Centraal in zicht kwam: vol.

Zelfs toen ik nog studeerde in Utrecht en met regelmaat de gigantische stationshal doorliep, was hij nooit zo vol. Overal waren mensen, zelfs in de hoeken waar normaal de daklozen hun tassen neerzetten. De situatie was zo hopeloos dat de NS liet weten wat er wél reed, in plaats van wat er niet zou vertrekken. Ik kwam om half vier aan op Utrecht. Het duurde tot zeven uur die avond voor er een stoptrein richting Arnhem vertrok.

Wat vreemd en tegelijkertijd heel leuk is, is hoe gemoedelijk de sfeer is in zo’n stationshal. Niemand die ik heb gezien was echt kwaad of overstuur. Men legde zich erbij neer; het sneeuwt een paar centimeter en er staat geen trein meer op de rails, hoe kan het ook anders? Een soort nuchtere verslagenheid maakt zich van alle aanwezigen meester. ‘Nu we hier toch zijn kunnen we ons net zo goed vermaken,’ lijkt men te denken. Toen een paar uur later eindelijk een stoptrein waar ik al die tijd op had gewacht aan kwam rijden, was het bijna jammer dat ik de andere gestrande reizigers moest verlaten. Een en al gezelligheid, die compleet in het water gevallen rit. Morgen weer naar huis, kijken hoe lang Arnhem-Aalsmeer kan duren als de sneeuw bevroren is.

 

Lees vorig bericht

Seks, drugs en de maan is van kaas

Lees volgend bericht

Aalsmeer en ik


Plaats reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *