Pierre’s Pennenstreken: ‘Mediums’

Door Pierre Tuning. Pennenstreek 409. De mediums (ook wel ‘media’ genoemd) hebben mij gered. Het vak dat later mijn broodwinning werd, bestond nog niet. Toen ik geboren werd, moest de Slag om Stalingrad nog beginnen, waarmee de Duitse nederlaag in de Tweede Wereldoorlog werd ingezet.

(Let op: deze column is – net als de andere ‘Pennenstreken’ – multimediaal; als je op de hyperlink Slag om Stalingrad klikt, kan je ‘direct toegang tot archiefmateriaal’ krijgen: foto’s van ‘Infanterie in een straatgevecht buiten Stalingrad’, ‘Kaart van Stalingrad’, ‘Stalingrad: verwoeste stad na de oorlogshandelingen’ en ‘lees meer’: ‘BBC – Battle of Stalingrad’, ‘Aflevering van Andere Tijden over de Slag om Stalingrad en de documentaire die al in 1944 werd uitgezonden’, enz. enz.)

Als baby moet ik hebben gehuild om aandacht, voedsel en veiligheid. Het eerste, universele medium was de menselijke stem, waarmee ik een jaar later zou leren praten. In de box lagen lappenboekjes. Of die al vóór mij bekwijld waren of door mijzelf, weet ik niet. Er stonden plaatjes in, van ik meen, gereedschap en dieren: een hamer, een nijptang, een paard en een schaap. En een boer met een pet op.

Later echte boekjes. En tekenen, steeds tekenen. Voorlezen, eindeloos voorlezen. Tot ik alle teksten uit mijn hoofd kende, mijn moeder het zat werd en mij leerde lezen en schrijven. Zij leerde mij, linkshandige, goed een potlood vasthouden (en niet op die rare manier waarop je tegenwoordig met links ziet schrijven). En ik leerde letters schrijven, eerst hoofdletters. De eerste woorden waren OTO en mijn eigen naam: PJER. De goede spelling moest ik nog leren. Lezen en schrijven, tekenen. Twee media die mijn leven zouden bepalen. Met natuurlijk fotografie, bewegend beeld, film… De eerste film was Bambi, in de Oude Veiling. Ik was een jaar of vijf, zes, maar ik kon de ondertitels lezen.

Oude media
Ik heb in mijn leven het geluk gehad, ‘van dichtbij’ kennis te hebben gemaakt met alle ‘oude’ media. Boeken heb ik al genoemd. Maar neem nou het toentertijd veel gelezen Boek voor de jeugd (link!).Voor wie deze ‘link’ niet aanklikt: ‘een bijzonder boek alleen al door de omvang van 768 pagina’s met 165 bijdragen in de vorm van vertellingen, sprookjes, versjes en gedichten van tientallen auteurs en dichters.’

Meester Dijkstra, hoofd van- en leraar bij de Uloschool, leerde ons naar klassieke muziek luisteren (de Peer Gynt Suite van Grieg, Porgy and Bess van Gershwin, schoolconcerten in de Drie Kolommen). Tijdens een logeerpartij bij Herman Prenger (1921-2000), de toenmalige compagnon van mijn vader, kon ik zijn platenverzameling van Louis Armstrong beluisteren. Dat maakte mijn interesse in jazzmuziek wakker – verder ontwikkeld door Michiel de Ruyter die in Het Parool schreef (waarop wij geabonneerd waren) en die een jazzprogramma voor de AVRO-radio (later de VARA) presenteerde.

Na mijn mislukking als bloemenhandelaar in 1970 slaagde mijn sollicitatie bij het driemaandelijkse, Engelstalige tijdschrift Delta a review of arts, life and thought in the Netherlands, dat vanaf 1961 bestond. Ik werd ‘editorial secretary’, de enige fulltime medewerker van de redactie, die zetelde in de voormalige villa van de beruchte NSB-leider Rost van Tonningen in Amsterdam-Zuid. In elk door de graficus Dick Elffers vormgegeven nummer stond een artikel van of over een wetenschapper, was aandacht voor beeldende kunst, de kort verhaal van een bekende schrijver – met illustraties van bekende kunstenaars, een column (‘Kronkel’) van Simon Carmiggelt, een fotoreportage en een actuele ‘Letter from Amsterdam’. Kortom, een uniek overzicht (in het Engels!) van alle vormen van Nederlandse wetenschap en kunst, zoals er nooit is geweest – en dat ook nooit meer zal bestaan. Vandaar dat minister Van Doorn (PPR) van CRM, het tijdschrift meteen na zijn aantreden in 1973 ophief door de subsidie in te trekken.

Ik kon als bureauredacteur aan het werk bij de Wetenschappelijke Uitgeverij, die non-fiction boeken uitgaf (onder redactie van Martin Ros) op het befaamde adres Singel 262 in Amsterdam, waar ook de Arbeiderspers en Querido gevestigd waren. Na twee jaar kon ik terecht – weer als bureauredacteur – bij VARA’s Achter het Nieuws, Haagsche Kringen en Vara-Visie, tot de ruzies niet meer te harden waren en ik per 1 januari 1979 mijn vaste bestemming vond in de redactie van het NOS Journaal – dat door Ed van Westerloo was herschapen in een strakke journalistieke organisatie. Een verademing!

Digitaal
Zo heb ik het geluk gehad, de ontwikkeling van alle mogelijke media mee te maken. Bij de omroep werd aanvankelijk nog met 16 mm film werd gewerkt, waarvan de filmrolletjes moesten worden ontwikkeld, daarna gemonteerd, ‘nagesynchroniseerd’ en ‘ingesproken’. Toen kwamen de eerste enorme, logge Ampex-banden, later Betamax, de computerisering – en uiteindelijk werd alles digitaal. In 1998 heb ik een jaartje deelgenomen aan de experimentele internetredactie van het NOS Journaal. Ik was in die tijd ook bezig met een terugkeer in de gemeentepolitiek. Daarom werd het Gemeenteprogramma 1998-2002 (link!) van D66 Aalsmeer op internet gepubliceerd met ‘gifjes’, bewegende plaatjes. De Koninklijke Bibliotheek heeft het opgenomen in het Webarchief.

Nu schrijf ik columns (Pennenstreken) voor een digitaal medium. En ik maak zoveel mogelijk gebruik van de multimediale mogelijkheden. Natuurlijk vooral die van Wikipedia als een soort voetnoot, maar vooral ook van YouTube. Als ik schrijf over het liedje ‘Als je voor een dubbeltje geboren bent’, kan je het zien zingen door Louis en Heintje Davids. (link!) En niet te missen is het indrukwekkende Portret van Mike del Ferro, die zaterdag in Bacchus komt spelen. (link!)

Lees vorig bericht

Brand rubberbotendealer blijkt brandstichting

Lees volgend bericht

Luci Beumer benoemd tot ereburger


3 Reacties

  • De link naar het schitterende portret van Mike del Ferro blijkt niet te werken Het is: https://www.youtube.com/watch?v=UQWZLjwdsEY&ab_channel=vprovrijegeluiden

  • Twintig jaar geleden schreef ik over onze bekendste dorpsgenoot uit die tijd: “De Spookschrijver”:

    De grootste Aalsmeerse schrijver
    Was ongetwijfeld Jacques van Tol
    Maar nooit zal een straat naar hem heten
    Geen scholier zet hem op de Boekenlijst
    Hij werd geboren in het oosten van Oost
    Hij was de vader van Snip en Snap
    En schreef liedjes voor Louis Davids:
    De olieman, Naar de bollen
    Als je voor een dubbeltje geboren ben…
    Voor dubbel tarief mocht Davids
    Die liedjes onder zijn eigen naam presenteren
    Jacques van Tol was fout in de oorlog
    Terwijl de joden werden afgevoerd
    Leverde hij smerige antisemitische teksten
    Aan het NSB-radiocabaret Paulus de Ruiter
    Maar ook schreef hij, in het donkerst van de oorlog
    Als op het Leidseplein
    De lichtjes weer eens branden gaan…
    Ondanks zijn schrijfverbod na ‘45
    Was hij de maker van een revue
    Die werd opgevoerd in Bloemenlust
    Hij leverde stiekem teksten aan Heintje Davids
    Die zei: ‘Je ken niet altijd kwaad blijven!’
    En aan Wim Sonneveld het lied:
    Ome Thijs heeft een prijs in de voetbalpool…
    Jacques van Tol is een schoolvoorbeeld van
    Wiens brood met eet, diens woord men spreekt
    Dat zie je vaker in dit handelsdorp

  • ‘Als je voor een dubbeltje geboren bent’ waarvan Aalsmeerder Jacques van Tol m.i. de auteur is…

Plaats reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *