Column: ‘Een time-out en vol hoop verder’

Zo gewoon en toch zo bijzonder. Wat een paar dagen Drenthe met een mens kan doen in tijden van corona is misschien met geen pen te beschrijven maar columnist van dienst Joop Kok slaagt daar toch in. Joops zintuigen gingen letterlijk en figuurlijk open door de rust en de natuur. Laat u lekker meevoeren in Joops gedachtewereld en zijn reisje naar het rustige Drenthe.

Door: Joop Kok. Toen ik in januari de eerste berichten las over een virus dat op oorlogspad was, dacht ik nog, het zal wel meevallen. Anderhalf tot twee procent kans om te overlijden wanneer je daar mee in aanraking zou komen. Ach iets meer dan een gewone stevige griep, het waait wel weer over, dacht ik.

Tot dat bleek dat het virus zo zijn voorkeuren had, met name voor ouderen. En was je erdoor gevloerd, dan was dat niet bepaald een pretje. Van ‘ontkenner’ werd ik al snel een ‘volgzame burger’ van de regels van de overheid. Het had ook wel iets komisch, de vrouw die ik kende van de sportschool en mij op het voetpad tegemoet kwam, schoot ineens tussen de geparkeerde auto’s door de rijweg op. Verontschuldigend lachte ze me toe toen ze mij op veilige afstand passeerde. Het boodschappen doen werd een hilarische dans van een man met winkelwagen. Helaas niet altijd goed begrepen als ik naar de serieuze blikken om me heen keek.

Op het moment dat het echt heftig tot me doordrong dat dit wel een heel slim virusje was en ik uit angst meer en meer geobsedeerd raakte door het nieuws, werd ik uit mijn roes gehaald door een weken daarvoor gemaakte afspraak. Samen met mijn vriendin naar een huisje in Drenthe dat ze gehuurd had van kunstenaarsvereniging Arti et Amicitiae. “Heb je er zin in Joop,” vroeg ze me toen we wegreden. “Geen idee, ik laat het maar op me afkomen.” Ergens halverwege de rit hadden we trek in koffie en namen we de afslag naar een wegrestaurant. Auto uit, tunnel onder de weg door en daar was de trap naar de entree. Restaurant gesloten, maar wel kon je in een hoek van de halruimte, bij een vriendelijke mevrouw, koffie en een hapje eten bestellen. Ineens was het er weer, die plezierige spanning van het op vakantie zijn, dat je ineens merkt dat je veel meer openstaat voor de directe indrukken in je omgeving. Alsof je naar een film kijkt waarin je tegelijkertijd meespeelt. In een decor van bomen, gestreeld door een twinkelend voorjaarszonnetje twee mensen naast elkaar aan de koffie in de deuropening van de laadruimte van een auto.

Welkom in Villa Belmonte! Bij zo’n naam krijg je visioenen van een uit terrassen opgebouwd landhuis temidden van een prachtig aangelegd landgoed. In werkelijkheid had het huisje de afmetingen van een tinyhouse, 50 vierkante meter, en lag het verscholen in een vakantiepark. En toch was het er goed toeven. Het huisje was handig ingedeeld en bood voldoende ruimte om je ook met een boek even terug te trekken. De tuin was omringd door bomen en struiken die niet alleen de gasten beschermden, maar ook de vogels. ’s Ochtends deden die met hun gezang hun uiterste best om te laten weten dat het tijd werd om op te staan en dat je geen last had van vliegtuiggeluid.

Uit het parkje liep je zo boswachterij Gees in. Een wonderschoon natuurgebied met prachtige luchten, heide, bossen, beekjes en vennen, overgaand in het lager gelegen Drentse coulissen-landschap. Dit was de reden waarom mijn vriendin daar graag naar toe wilde: het landschap ondergaan en met pastels proberen vast te leggen.

En ik? Ik had boeken meegenomen, maar van lezen kwam weinig. In de brochure had ik gelezen dat wat hulp in de tuin gewaardeerd werd. Nadat ik samen met mijn vriendin de omgeving had verkend en zij zich met haar tekenspullen in het landschap had genesteld, ging ik in de tuin aan de slag. Najaarsstormen hadden hun sporen nagelaten, overal lagen bladeren, afgewaaide takken en zelfs een omgewaaide den. Heerlijk om zo buiten bezig te zijn, van een corona obsessie geen last en mijn neus, die ieder voorjaar weer verstopt raakte, herstelde.

Het was een eenvoudige en overzichtelijke manier van leven. Zelfs als we er met de auto op uit gingen om Drentse bezienswaardigheden te bekijken bleef dat. Maar ja wat wil je, in Museumdorp Orvelte was op twee stratenmakers na, geen mens te bekennen en in het Hunebedcentrum in Borger had je alle ruimte om de met stenen geformeerde grafkamer van alle kanten te bekijken. Rijdend door het Drentse landschap kon ik mij wel voorstellen dat Van Gogh hierdoor gefascineerd was. Iets van het oerlandschap dat hij daar in zijn tijd aantrof, is nog voelbaar. Op de terugweg sloten we onze ‘vakantie’ af in hetzelfde wegrestaurant waar we gestart waren.

De wat extreme angst voor het virus is inmiddels verdwenen. Wel probeer ik, ook op de fiets, me aan de 1,5 meter afstand te houden. Met trouw op het fietspad blijven red je het niet. Twee naast elkaar fietsende jongeren die je in wilt halen en ook nog eens een fietser die je tegemoet komt, in zo’n geval neem ik de rijweg. Een gefrustreerde automobilist die me probeert te snijden, neem ik op de koop toe.

Het openbaar vervoer mijd ik, voor bijeenkomsten biedt Zoom uitkomst. Dat gaat nog niet altijd even goed. BouwLab dat met het thema ‘De Houten Eeuw’ afgelopen woensdag met Zoom de lucht in ging bood slechts ruimte voor 100 deelnemers en niet voor de 250 die zich hadden aangemeld. Aanstaande woensdag opnieuw een poging. Van Pakhuis de Zwijger kreeg ik zojuist bericht dat ze via de gratis online LIVECAST doeners en denkers samenbrengen en in gesprek gaan over de stad van morgen en de toekomst. Wat kunnen we van de huidige coronacrisis leren? Hoe ontwerpen we de ‘anderhalve-meter-maatschappij’? En hoe ziet de wereld eruit ná de crisis?

In zijn essay De toekomst van Nederland doet Rijksbouwmeester Floris Alkemade aan een oproep aan de verbeelding. Stop met doemdenken en begin weer met dromen, schrijft hij.

Lees vorig bericht

Foto 291: verzin en win

Lees volgend bericht

Aalsmeer/Aalsminder: Frank de Vries


Plaats reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *