Hoe lang nog bestaat Aalsmeer?

Er was een tijd dat ik dagelijks op de motor naar Amsterdam reisde. Heerlijk overzichtelijk. Via de N201 direct naar de A4, van de A4 naar de ring en bij afslag 116 naar Amsterdam-Oost. De A4 was voor mij de verbindingsweg met de rest van Nederland, zoiets als Route 66 voor Amerika.

Sinds het omleggen van de N201 is daar verandering in gekomen, zijn er tussen mij en de A4 zoveel omwegen aangebracht dat ik niet langer meer het gevoel heb dat Aalsmeer bij de rest van Nederland hoort. Het wordt me vooral duidelijk als ik na een lange zoektocht op de omgelegde N201 richting the Shack in Schiphol-Oost rijd. Ieder gevoel van het bestaan van Aalsmeer ontbreekt, ik zou net zo goed ergens in het Roergebied kunnen rijden, of op een tolweg in Frankrijk. Rij ik vanaf de A4 via afslag Rijsenhout naar Aalsmeer, dan moet ik, geconfronteerd met het Poortgebouw van ‘Park-Rijk’ businesspark plotsklaps rechtsaf slaan. Aalsmeer als een afslag op weg naar een businesspark.

Het zijn de eisen van de toekomst en de globalisering, die van Aalsmeer een banlieue maken.  Er gaan stemmen op om in het kader van het promoten van de recreatiemogelijkheden van Aalsmeer ons te richten op de eisen van de hedendaagse internationale vakantieganger. Die krijgt allerlei fantasieën bij het woord Amsterdam, maar niet bij Aalsmeer, evenmin bij de naam Westeinderplassen. Geen probleem, dan maken we toch gebruik van de bekendheid van Amsterdam en noemen we de Westeinderplassen toch West Lakes Amsterdam! Nog even en ook Aalsmeer krijgt een nieuwe naam: West Lakes Amsterdam District.

Als ik deze week bij Jop Kluis langs ga om te horen wat hij te zeggen heeft over mijn optreden bij Radio Aalsmeer, biedt hij mij in plaats van een antwoord een plek voor een boottocht over de plassen. Ik hou van de Westeinder, leerde er zwemmen, schaatsen, waterskiën en zeilen. Liet er mij door meeslepen in geval er liefde in het spel was en zocht er in mijn kano troost wanneer ik met de andere zijde van diezelfde liefde werd geconfronteerd.

Op zo’n zwoele avond als deze kan ik zo’n aanbod moeilijk afslaan. Eenmaal op het water lijkt de wereld te veranderen, krijg ik oog voor zaken die ik anders over het hoofd zie en komen er gevoelens boven die op de een of andere manier samenhangen met de essentie van het bestaan. Zeker als de duisternis het avondlicht verdrijft en de bomen nog slechts als silhouetten tegen de hemel afsteken. Op zo’n moment voel ik mij een onderdeel van het heelal, is het alsof mijn huid tussen mij en de wereld is weggevallen.

Wanneer we vanuit de Westeinder Dijksloot het open water bij de Blauwe Beugel indraaien, verschuift het perspectief. De scherpe weerspiegeling van de straatlantaarns in het bewegingsloze water roepen een romantisch beeld op van het menselijk bestaan. De tocht via de Ringvaart en de Hansensloot laat zien dat de inzet van veel geld niet automatisch leidt tot een beeld of sfeer dat inspireert of de ziel beroert.

Eerder het tegenovergestelde. Alles tot en met de buitenverlichting is zo vreselijk aanwezig: see me, feel me, touch me. Tegen zoveel opdringerigheid ben ik nauwelijks opgewassen en ik ben blij als we langs panden, schuren en loodsen varen die zo doodgewoon normaal zijn. Maar hoe lang nog? Hoe lang nog zijn ook hier de eisen van de toekomst te weerstaan? Eisen die te maken hebben met overlevingsdrift, de zucht naar geld en drang tot manifestatie. 

Wanneer we de boot zo rond het middennachtelijke uur hebben afgemeerd, biedt Jop me nog een ‘afzakkertje’ aan. Onze keuze valt, hoe kan het anders na zo’n tocht, op een whisky waarvan de smaak en geur verwijzen naar gerookt hout en verrijkte turf. Gezeten op het binnenplaatsje doet Jop mij een bekentenis: ‘Joop, ik hoop niet dat je me het kwalijk neemt, maar de reden waarom ik me bij AB heb aangesloten heeft te maken met de Bovenlanden. Voor mij is het één niet los te zien van het ander.’

Het ontroert me, de gedachte dat de liefde voor de Bovenlanden tot de politiek heeft geleid. Eenzelfde ontroering voor Nico Borgman die de omgekeerde weg heeft bewandeld.

Op weg naar huis vraag ik me af hoe lang Aalsmeer nog weerstand kan bieden tegen de eisen des tijds. Maar is dat nodig? Is in het verleden de identiteit van Aalsmeer juist niet bepaald door zijn vermogen om zich aan de veranderende markt aan te passen? Maar tot hoever kun je gaan? Waar ligt de grens dat de identiteit verdampt? De ambtenaren komen niet langer uit Aalsmeer, ligt het ‘ver’ van de verbindingsweg Nederland, dreigt de Lidl een tegenpool te worden van het gemeentehuis en dreigt Green Park Aalsmeer een afvoerputje te worden van het parkeerprobleem van Schiphol.

Ik ben ervan overtuigd dat, op het moment dat de Bovenlanden het slachtoffer worden van de vraag om vermarkting, dat het moment is dat Aalsmeer niet langer bestaat.

Joop Kok is architect en cultuurliefhebber. Is weer gaan studeren, cultureel erfgoed. Kenner van Aalsmeerse gebouwen. Toch nog de politiek ingegaan, fractieassistent bij PACT. Milder geworden de laatste jaren. Niet verlegen om een mening. Eigenwijze vent.

 

Lees vorig bericht

Conclusie veiligheidsbeleid: Aalsmeer veilige gemeente

Lees volgend bericht

Een Aalsmeerse socialist


Plaats reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *