Hangjongeren

“Wat zeg je? Waar woon je?” Een veel gehoorde reactie als ik vertel dat mijn huis in Kudelstaart staat. Het is een fijne rustige plek, aan de rand van het Groene Hart. Ik fiets zo de natuur in en als ik wil kan ik met een half uur in Amsterdam zijn. Kortom, ideaal. Natuurlijk zijn er de vliegtuigen die veelvuldig overkomen als ganzen die naar het zuiden trekken. En ik heb al eens de christelijke terreur op zondagochtend aan de kaak gesteld, wanneer op een onchristelijk tijdstip minutenlang de kerkklok wordt geluid om kerkgangers op te roepen voor het gebed. Terwijl iedereen toch weet dat die kerkdienst om tien uur begint? Maar verder valt het reuze mee met de geluidsoverlast. Dacht ik.

Ongeveer een jaar geleden maakte ik kennis met de Kudelstaartse ‘hangjongeren’. Een groep van tien jongens en meisjes die zich verzamelen op een speelpleintje voor mijn huis en daar luidruchtig te kennen geven dat ze aanwezig zijn. Niet alleen het rumoer dat ze maken met schreeuwen en gillen of het doelloos rondjakkeren op scooters is ergerlijk, ook het vernielen van speeltoestellen, brievenbuskleppen en deuren is irritant. En dan heb ik het nog niet over de pesterijen zoals het leeg laten lopen van fietsbanden en de troep die achteloos op straat achterblijft na een bezoek van de jeugd. Het woongenot heeft sindsdien een gevoelige tik gekregen.

De gemoederen liepen hoog op, merkte ik toen ik afgelopen maand aanschoof bij de Dorpsraad Kudelstaart in het Dorpshuis. Bewoners voelen zich onveilig, slapen slecht en maken zich kwaad. De jeugd is niet onder de indruk als ze worden aangesproken, scheldpartijen zijn aan de orde van de dag. Kern van de bijeenkomst was: wat kunnen we er aan doen? Al snel ontstonden twee groepen, de hardliners en de softies. De eerste groep pleitte voor een harde aanpak. Meer politie, opsluiten, verdrijven, een corrigerende tik, het kwam allemaal langs. De softies hadden het over het aangaan van de dialoog en te zoeken naar onderliggende oorzaken, wat door de hardliners werd bestempeld als thee drinken en de boel bij elkaar houden. Daar zijn Henk en Ingrid niet van, werd snel duidelijk. Vaak wordt vergeten dat ouders vroeger ook hangjongeren zijn geweest.

Wil je een probleem aanpakken, dan zul je je er in moeten verdiepen. Het ‘hangen’ levert ook een bijdrage aan ontwikkelingstaken die belangrijk zijn bij jongeren in de leeftijd van twaalf tot achtien jaar. Ze leren om sociale contacten en vriendschappen aan te gaan, ze ontdekken intimiteit en sexualiteit en ze geven vorm aan de veranderende houding ten opzichte van ouders en het besteden van vrije tijd. Ze leren onderhandelingstechnieken en ze experimenteren met grensoverschrijdend gedrag. De vraag is natuurlijk waarom dat zo nodig voor mijn deur moet.

Ik ben er van overtuigd dat de oplossing ligt in communicatie en begeleiding. Niet alleen van de ouders, maar ook van school, jongerenwerkers, buurtbewoners en overheid. Het zal niet eenvoudig zijn. Jongeren hebben een hekel aan autoriteit. Een de door de gemeente ingerichte ‘hangplek’ is niet erg populair. Een hele uitdaging dus. Overigens ben ik het wel met Henk en Ingrid eens als het gaat om het opleggen van boetes wanneer spullen worden gesloopt. Altijd handig als je weet wat het kost als je iets moedwillig kapot maakt.

Ik heb begrepen dat er ook ‘hangouderen’ bestaan. Die heb ik gelukkig nog niet hoeven wegjagen.

Lees vorig bericht

Van wie ben jij er eentje?

Lees volgend bericht

De arrogantie van de macht


Plaats reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *