De kanteling van de Aalsmeerse bloemenbranche

Aalsmeerse bloemen en planten zijn door ondernemers over de hele wereld gebracht. Omgekeerd hebben deze producten Aalsmeer heel veel welvaart bezorgd. Hoe zal dit in de toekomst zijn, nu de lokale bloemenbranche definitief kantelt naar de handelsfunctie?

In deze columns blijf ik het zeggen: import ben ik in Aalsmeer. Dat blijf ik ook en dat snap ik goed, geboren in Broek op Langedijk en vanaf mijn tiende tot m’n negentiende opgegroeid in Sint Pancras.

Er is overigens een grote verwantschap tussen het Westfriese ‘Broek’ en Aalsmeer. Het Buurtse en Aalsmeerse dialect is ontstaan uit de Westfriese taal. De allereerste tuinbouwveiling is 125 jaar gestart in Broek op Langedijk, de eerste bloemenveiling 100 jaar geleden in Aalsmeer. Natuurlijk coöperaties, waardoor de tuinbouw zich kon ontwikkelen tot de topsector die het nog steeds is. En de potentie heeft om dat te blijven.

Tuinbouwproductie verdwijnt niet
In en rond de huidige Langedijk is de tuinbouw niet verdwenen, maar als ‘maakindustrie’ is het belang nog een schijntje van wat het was in mijn jeugd. Althans, in aantal ondernemers. Broek telt nu nog een paar tuinders, waarvan twee in de nog gedeeltelijk bewaarde vaarpolder (nog zo’n overeenkomst met Aalsmeer). Het is een nog leuker dorp geworden, al moest het daardoor wel door een soort saneringsproces heen.

Toen ik een jochie was, zo begreep ik van de al lang gepensioneerde tuinder Auke Dirkmaat, kwam er honderd man naar de jaarlijkse ledenvergadering van de Coöperatieve Aan- en Verkoopvereniging ‘De Goede Verwachting’ in Broek op Langedijk. Honderd tuinders die meer dan honderd bedrijfjes vertegenwoordigden en goed waren voor het inkomen van nog veel meer gezinnen. 

Toen wij in Kudelstaart kwamen wonen in 1985 waren er nog meer dan honderd seringenkwekers en zo’n zestig rozenkwekers in Aalsmeer. Er zijn nu nog twintig seringenkwekers en een paar rozenkwekers… Zoals de tuinbouwproductie verdween uit Broek op Langedijk, verdwijnt de sierteeltproductie uit de Greenport Aalsmeer. Gedeeltelijk althans.

Sector houdt perspectief
Is het erg dat de productie voor een groot deel uit Aalsmeer verdwijnt? Het is natuurlijk niet leuk dat leegstaande kassen staan te verslonzen in afwachting van een andere bestemming. Vaak wordt in de gesprekken hierover verwezen naar verdwenen industrieën, waarbij de textielsector en scheepsbouw als voorbeelden worden genoemd. Maar dan moet wel het complete verhaal worden verteld.

De textielindustrie, die tussen 1965 en 1970 maar liefst 12.000 werknemers moest afstoten, is gedeeltelijk getransformeerd naar een hoogwaardige bedrijfstak. Met de Universiteit van Twente als aanjager en Koninklijke Ten Cate als icoon, zijn er talloze bedrijven uit ontstaan die met componenten en materialen een wereldpositie hebben opgebouwd.

In deelsegmenten van de scheepsbouw, zoals sleepboten, luxe zeiljachten en motorjachten, hebben Nederlandse ondernemingen wereldwijd een positie in de top-5. In Aalsmeer huisvesten we er met Koninklijke De Vries ook een, goed voor een directe hoogwaardige werkgelegenheid voor 230 personen en een grote spin-off!

Tuinbouw: topsector
De Vries en ook die andere mooie scheepswerven in Aalsmeer worden gerekend tot de maritieme industrie, onderdeel van de topsector ‘Water’. Vorig jaar benoemde minister Verhagen van Economie, Landbouw en Innovatie ook ‘Tuinbouw en Uitgangsmaterialen’ tot topsector.

Greenport Aalsmeer E.O. maakt daar dus ook deel van uit. De afkorting voor en omstreken heb ik met hoofdletters geschreven om te benadrukken dat het ook gaat om de in de cluster actieve bedrijven in Amstelveen, Haarlemmermeer, Kaag en Braassem, Nieuwkoop en Uithoorn. En andere plaatsen, niet alleen in de regio, maar eigenlijk wereldwijd. Hoe de kern van deze Greenport zich verder zal ontwikkelen?

Meer nadruk op handel en logistiek, dat is een te verwachten trend. Een deel van de productie zal hier blijven, om de combinatie met de handelsfunctie optimaal te benutten. Veredelingsbedrijven, die via kruisingen nieuwe bloemen en planten maken, hebben ook een voorkeur om dicht bij de markt te zitten. Net als talloze dienstverleners en bedrijven of organisaties die zich richten op research & development en de toepassingen van nieuwe technologieën.

Kloppend hart
Zolang het hart van de sierteelthandel hier klopt, blijft de cluster zich ontwikkelen en dus beeldbepalend voor Aalsmeer. En welke kant het precies op gaat? Kwekers in en rond Aalsmeer oriënteren zich op algenproductie, ook wel het groene goud genoemd. Je kunt er eten uit halen, medicinale stoffen, ze gebruiken als vervanger voor olie in verf of er biobrandstoffen van maken. Het opwekken van energie is een extra kans voor de tuinbouw.

Hopelijk wordt Bloomin’Holland vanaf 2014 een nieuwe toeristische, zakelijke en educatieve trekpleister – en een nieuw verdienmodel voor bloemen en planten. En wellicht komen er nog meer cross overs met de creatieve industrie en ontwikkelt de bloemen- en plantenbranche zich ook richting lifestyle & leisure, ook daarvan zien we voorlopers ontstaan: de opwarming van het klimaat brengt de kamertuin dichterbij.

Eetbare bloemen en planten, ook zo’n marktkans die eraan zit te komen, wellicht in combinatie met citygardening. Flowers & Food staat prominent op de agenda van de Amsterdam Economic Board – flowers als de zuidelijke vertakking van de hoofdstad en food als de noordelijke, richting Zaanstad.

Aalsmeer, als voortuin van Amsterdam, dat voor de Floriade 2022 een kansrijk bidbook heeft uitgebracht. De sierteeltcluster is in Aalsmeer e.o. een welvaartsmotor. Kansen zat. Vooral als we vooruit denken en niet nostalgisch terugkijken en verlangen naar iets wat was. Daarvan kunnen we wel genieten: een Historische Tuin hebben we al in het mooie Aalsmeer.

 

 

Lees vorig bericht

Hoe realistisch is ouderenkorting nog?

Lees volgend bericht

Wat nou Aalsmeerse identiteit?


Plaats reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *