Broederliefde

Ik kan het niet helpen: ik kan niet tegen veranderingen. Noem het autisme of conservatisme, het maakt me geen bal uit. Ik vind dat alles moet blijven zoals het is. De lijfspreuk van de gemeente waarover ik twee weken geleden schreef, is ook die van mij. Eigenlijk wil ik daarmee zeggen: blijf af van mijn herinneringen en de mogelijkheid om ze op een fysieke plek te koesteren! Best egoïstisch natuurlijk, maar ik zit nu eenmaal sentimenteel in elkaar.
 
Vlak voordat ‘mijn’ Mavo De Wiekslag in de Gerberastraat begin jaren ’90 werd gesloopt, heb ik ruim de tijd genomen om er afscheid van te nemen. En na een uurtje zwijmelen heb ik een aantal letters van de muur veilig gesteld. Als tastbare terugblik op vijf mooie jonge jaren. Ze sieren nu een stukje schutting van onze tuin. En de ruimte boven deze column.
 
Om dezelfde reden kan ik er bijzonder slecht tegen als ik deze dagen langs de Zwarteweg fiets en ik daar tussen de winterkale bomen het eerste veld (dat is het veld naast het hoofdveld) van VV Aalsmeer zie veranderen in een zwart puisterig weiland. Dagelijks verdubbelt zich hier het aantal molshopen. De buizerd die ik zo af en toe op de lat van het steeds groener wordende doel tref, heeft er een pracht van een jachtveld aan. Dat veld was ooit míjn veld. Dat doel was míjn doel. Ik verdedigde het in mijn herinnering als een adelaar, een vliegende keep voor wie elke bal moest eindigen in mijn grijpgrage vingers. Hoe vaak ik daar als jonge jongen niet te vinden was. Niet alleen op zaterdag van vroeg tot laat, ook door de week trok het veld als een magneet. Ik woonde op 300 meter afstand en hoefde de N201 maar over te steken om mijn geliefde grasmat te kunnen betreden. Illegaal natuurlijk, langs de sloot via het hek waarin mijn broer en ik een goed gecamoufleerde doorgang hadden gecreëerd.
 
Eindeloos hebben we daar balletjes getrapt. En tegen gehouden. Wereldgoals gescoord. Onmogelijke reddingen verricht. Allemaal op echt gras met echte grond waar je kleren vies van werden maar omdat het toch je ouwe trainingspak was, vond je moeder dat niet erg.
 
Op zekere avond in het vroege voorjaar hadden we niet gemerkt dat de langzaam donker wordende luchten iets anders aankondigden dan alleen de invallende avond. Als je ogen langzaam aan het donker wennen, kun je het best nog lang op het veld volhouden wisten we. Maar deze donkere wolken beloofden meer dan alleen de nacht. Pas toen de eerste neerslag kwam zagen we er de ernst van in. Enorme hagelstenen kletterden op ons neer. We konden zo gauw geen andere schuilplek bedenken dan een hoekje van het doel. Daar kropen we heel dicht tegen elkaar aan. Mijn broer en ik. Onder de schuin aflopende dwarsbalk bedoeld om het net naar achteren te houden. Het idee dat het doelnet als een soort tentdoek die ijzige duiveneieren wel voor ons zou tegenhouden, was natuurlijk te onzinnig voor woorden. Maar het feit dat ik daar verstrengeld met mijn grote broer in de rechterhoek van het doel lag, zorgde ervoor dat ik me beschermd voelde en niet of nauwelijks geraakt werd. Hoe lang we daar als een kluwen wormen geschuild hebben weet ik niet. Het leken uren. Het waren misschien maar tien minuten. Heerlijk was het. Zo beschermd te worden door mijn grote broer. Die ik bewonderde om zijn veel betere voetbalspel dan ik zelf in huis had.
 
Een paar jaar later nam hij me op een geheel andere manier in bescherming. Ik was eerste jaar A-junior, hij net senior. We speelden thuis tegen een inmiddels opgeheven club uit Sloterdijk met een aantal zeer korte lontjes. Na het door mij gecontroleerd achter laten rollen van de bal, verloor hun spits alle zelfbeheersing. Hij plantte zijn voetbalschoen met een goed gemikte karatetrap weinig zachtzinnig tegen mijn rechterwang. Mijn broer, een van de toeschouwers en staande langs de lijn aan de andere helft van het veld, kon dit niet laten gebeuren. Hij stormde het veld over om mijn belager te lijf te gaan. Daarmee vloog de vlam helemaal in de toch al kokende pan van de Amsterdamse heethoofden. Het hele team keerde zich als één man tegen mijn broer die niet anders kon dan het op een lopen te zetten. Het sportpark af, de Hornmeer in. Sommige van hen wrikten zelfs stenen uit het pad om daarmee de achtervolging in te zetten. Een bizarre toestand. Maar mijn broer, hij wordt volgende maand 50, was voor mij en mijn teamgenoten een held.
 
Arjen Vos hanteert sinds zijn middelbare schooltijd de camera, en later ook pen en toetsenbord. Mede-oprichter en thans hoofdredacteur van AalsmeerVandaag. Altijd geïnteresseerd in mensen. Chaotisch, jongensachtig, vader van vier kinderen.
 
 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

banner_martinez
adv desiree klein
mjk-advies
LJ-de-Vries
S4H
flower art museum
historische tuin
banner_martinez
adv desiree klein
mjk-advies
LJ-de-Vries
S4H
flower art museum
historische tuin