Bloedheet

Pennenstreek 289. ‘Every Day I Have The Blues! Every Day!’ zingt de trompettist Michael Varekamp. En het is waar – drie dagen lang. Het hele weekend zindert jachthaven De Nieuwe Meer van de bloedhete blues. Letterlijk.

Vrijdagavond toont Christian Pabst wat er kan gebeuren als een meester-jazzpianist zich verdiept in de blues. In zijn spel wordt de hele moderne pianotraditie verenigd: de tremolo’s van Earl ‘Fatha’ Hines, de vondsten van Erroll Garner, de linkerhand van Fats Waller, de akkoorden van Bud Powell en Bill Evans en – niet te vergeten – de hamerende swing van Horace Silver en Horace Parlan. Er blijft geen pianotoets ongebruikt. Alle leden van het kwartet hebben hun inbreng bij de samenstelling van dit – voor hen splinternieuwe – bluesprogramma. De verbazend virtuoze Siciliaanse bassist Giuseppe Campisi, opgejuind door de alles kunnende drummer Erik Kooger en de slepende bluesgitaar van Linus Eppinger, het past wonderwel.

De blues: ‘het feest van leed’. Michael Varekamp brengt ons zaterdagavond terug naar de oorsprong – de zwarte achterbuurten van New Orleans, waar Louis Armstrong de ‘Dippermouth Blues’ en ‘Working Man Blues’ leerde spelen. Michael schakelt heen en weer tussen 1923, toen deze nummers werden opgenomen, de moderne rhythm-and-blues van na de oorlog, en de Hard Bop (‘Blues March’) van Art Blakey’s Jazz Messengers.

De bandleden gaan fantastisch mee met deze muzikale reuzesprongen. Erik Kooger drumt de tweekwartsmaat en het begrafenisfeest in New Orleans met dezelfde overgave als de snelle bebopnummers. De Belgische rietblazer Peter Verhas neemt als klarinettist de dixieland-partijen voor zijn rekening en toont zich op tenorsax net zo goed thuis bij de rhythm-and-blues als de bebop. Hetzelfde geldt voor de pianist Mark van der Feen die helemaal uit zijn dak gaat, en Harry Emmery die zijn contrabas weergaloos bespeelt – als een ritmegitaar soms.

“De toon is gezet,” zegt pianist Jos van Beest zondagmiddag, als saxofonist Rinus ‘Greenfield’ Groeneveld zijn eerste nummer heeft gespeeld. Het wil wel eens wat rumoerig zijn op De Nieuwe Meer, maar Rinus dwingt tot luisteren. Met zijn tenorsaxofoon vertelt hij zijn levensverhaal. Vreugde en verdriet, feest en rouw, geluk en ongeluk – Rinus haalt alles uit die toeter wat erin zit. Hij fluistert, kreunt, schreeuwt en gilt; hij geeft de richting aan en domineert. Het trio van Jos van Beest laat zich graag uitdagen (wat een lol!); het ondersteunt hem en inspireert hem. Bij Ray Charles’ klassieker ‘Georgia’ – prachtig ‘gezongen’ door Rinus – laat de saxofonist zich bij de cadens aan het slot ontvallen: ‘Dit is opgedragen aan Arnett Cobb’. En hij blaast hem precies zoals de legendarische kreupele saxofonist hem ooit heeft gespeeld. Tranen.

Dit zijn de blues. Tijdens een historisch jazzweekend op de Nieuwe Meer – terwijl het merendeel van de Aalsmeerse culturele elite zich bezighoudt met Plaspop.

Links:
 
Tekst Pierre Tuning, foto Marijke Mulder
 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

banner_martinez
adv desiree klein
mjk-advies
LJ-de-Vries
S4H
flower art museum
historische tuin
banner_martinez
adv desiree klein
mjk-advies
LJ-de-Vries
S4H
flower art museum
historische tuin