Aalsmeer blijft bloemendorp, maar wel anders

Dat lezers en inwoners Aalsmeer niet meer zien als bloemendorp, dat kan ik me wel voorstellen. In veel gebiedjes liggen kassen te verrommelen, met bomen die door het dak groeien. Zuchtend hopen eigenaren op een andere bestemming, liefst lucratieve woningbouw. 
 
Er zijn inderdaad veel iconen verdwenen. Zoals het indertijd wereldvermaarde proefstation, weggereorganiseerd door de overheid. En het beroemde bloemencorso, verdwenen door bestuurlijk onvermogen. En de bloemenvaktentoonstelling, die ooit op de 'consumentendag' het recordaantal van 22.000 (!) bezoekers trok (die allemaal een tientje betaalden zie ik de penningmeester nog glunderend vaststellen). Dat is nu een zakelijke beurs. En Royal FloraHolland is dan wel niet verdwenen, maar merkwaardig maar waar, als grootste werkgever zo goed als onzichtbaar.  
  
Desondanks is Aalsmeer nog altijd een bloemendorp, alleen anders. De Greenport Aalsmeer telt vele parels van bedrijven en heeft een grote economische en maatschappelijke impact. Als we er voor het gemak vanuit gaan dat driekwart van de bloemen- en plantenexport via Aalsmeer gaat, kom je uit op een omzetwaarde van € 4,5 miljard. De werkgelegenheid wordt geraamd op 50.000 directe en indirecte personen.
 
Tja, de romantiek, die is grotendeels verdwenen. Aan één kant gelukkig. Als je De Historische Tuin bezoekt lijkt het allemaal zo idyllisch en mooi. De geur van vroeger roept herinneringen op aan vervlogen tijden. Het lijkt mooi… maar het was bij velen armoe troef. 
 
Voor de soms verstokte Aalsmeerders vergelijk ik de schijnbare teloorgang van het bloemendorp met ontwikkelingen in mijn geboortestreek, Langedijk. Daar herinnert museum De Broeker Veiling (bezoektip) aan een rijk verleden. Maar echt rijk is dat verleden niet, want de honderden tuindertjes van toen verdienden hun brood onder slechte omstandigheden. En dat brood was maar één keer in de zeven jaar belegd als de kool, het meest geteelde groentegewas, eindelijk weer eens geld opbracht. In de jaren zestig en zeventig werd het gebied verkaveld en stopten bijna alle tuinders om te gaan werken bij onder meer 'De Krips' (chips, nu bekend als Lays).
 
Er zijn nu nog een paar kleinschalige en enkele zeer grootschalige, internationaal  actieve tuinbouwbedrijven actief. Dus -net als in Aalsmeer- is tuinbouw die er nog steeds. En anders. Met internationaal werkende veredelaars, waaronder de wereldmarktleider in uien De Groot & Slot, in dat segment groter dan Monsanto. En de grootste groenteverwerker van Europa Vezet, waar 1600 mensen werken (en zestig vacatures heeft) . Dat zijn maar twee tuinbouwgerelateerde voorbeelden als onderdeel van Seed Valley, het Silicon Valley van de internationale tuinbouw. 
 
Zo blijft ook Aalsmeer een bloemendorp. Met de grootste bloemen- en plantenhandelaar ter wereld als icoon, het familiebedrijf Dutch Flower Group. En  vele andere importerende en exporterende groothandelaren waar je trots op kunt zijn. Plus wereldwijd actieve veredelaars en toonaangevende producenten van snijbloemen, kamer- en tuinplanten. 
En met het pas geopende Floral Art Museum tegenover de Watertoren, een fantastisch initiatief en zeer zeker een bezoek waard. Met straks het nieuwe FloriWorld, een attractie die honderdduizenden bezoekers kan trekken. 
 
Dat zijn toekomstige iconen. Bloemen zitten in de genen van Aalsmeer. Kijk maar eens naar de kunstkasten, vaak beschilderd met bloemen. Bezoek de kunstroute in september, met op de Uiterweg weer typisch Aalsmeerse initiatieven waarin bloemen een rol spelen. Denk aan het Aalsmeer Flower Festival, dat in juni dit jaar opvallend veel buitenlandse bezoekers trok. 
 
En dat het beter kan, dat vind ik ook. Het saneren van verouderde tuinbouwbedrijven vergt tijd, maar de Aalsmeerse productiebedrijven kunnen worden aangesloten op CO2- en warmtenetten! Greenport Aalsmeer, het samenwerkingsverband van bedrijven, overheden en onderzoek- en onderwijsinstellingen is daar goed mee bezig. Die greenport was overigens destijds een initiatief van het bedrijfsleven, toen voorganger VBA van Royal FloraHolland nog een economisch en maatschappelijke aanjager was. 
Instroom van talentvolle medewerkers is nodig en daar is het Groen Onderwijscentrum hard mee bezig. Het gemeentelijk groen strookt nog niet met de ambitie om Aalsmeer als bloemengemeente te positioneren, ook dat is een verbeterpunt. 
 
Genoeg aandachtspunten dus om Aalsmeer als bloemendorp hoger op de kaart te houden. De basis is er, het zit immers in de genen, en het perspectief is er zeer kansrijk. Want bloemen maken mensen blij. Planten bevorderen gezondheid en welzijn… En wij kunnen er ook een -duurzaam belegde- boterham mee verdienen. 
 
 
Hermen de Graaf is communicatieadviseur. Kudelstaarter – en bazuint dat ongegeneerd rond. Man van contacten, vooral in bloemenland. Twittert dat het een lieve lust is. CDA-statenlid in provincie Noord-Holland. Jongleert graag met ‘duurzaamheid’ en ‘rentmeesterschap’. Eigenwijze kerel.
 
     

Lees vorig bericht

BWA in geweer tegen vrijstelling extra nachtvluchten

Lees volgend bericht

‘Ik zag er niet uit als een Nederlander’


Plaats reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *