Pierre’s Pennenstreken: ‘Op de schouders’

De vijzel, hier in de Stommeermolen, ooit bedacht door Simon Stevin (Foto: Arjen Vos)

Door: Pierre Tuning. Pennenstreek 514. ‘Als ik verder heb gezien dan anderen, komt dat doordat ik op de schouders van reuzen stond,’ schreef Newton in 1677. De reuzen die hij bedoelde, waren reeds lang overleden, net als hij vijftig jaar later zelf zou doen. Zonder de wetten van de zwaartekracht van de reus Newton zou er geen ruimtevaart zijn – en geen satellieten die een wereldomspannend communicatienetwerk mogelijk maken.

Terwijl ik dit schrijf, luister ik naar de muziek van Duke Ellington. Hij maakte een halve eeuw plaatopnamen, vanaf het midden van de jaar twintig tot aan zijn dood in 1975. Ik bezit er zo’n 1500 van. Het is alsof ik de muzikanten die deel uitmaken van zijn orkest, nog steeds persoonlijk ken.

‘Slechts de namen der grote drinkers leven voort’, is de titel van een dichtbundel van Riekus Waskowsky (1932-1977). Dat is een wat beperkte visie. Laten we bijvoorbeeld de namen der grote dichters niet vergeten. Zoals die van J.C. Bloem (1887-1966) die het gedicht ‘Insomnia’ maakte:

Denkend aan de dood kan ik niet slapen,
En niet slapend denk ik aan de dood,
En het leven vliet gelijk het vlood,
En elk zijn is tot niet-zijn geschapen.

Hoe onmachtig klinkt het schriel ‘te wapen’,
Waar de levenswil ten strijd mee noodt,
Naast der doodsklaroenen schrille stoot,
Die de grijsaards oproept met de knapen.

Evenals een vrouw, die eens zich gaf,
Baren moet, of ze al dan niet wil baren,
Want het kind is groeiende in haar schoot,

Is elk wezen zwanger van de dood,
En het voorbestemde doel van ’t paren
Is niet minder dan de wieg het graf.

Ik woon in de Stommeer, die tweeënhalve eeuw geleden werd drooggemalen. Een van de twee vijzelmolens die dat klaarspeelden, staat nog steeds op dezelfde plek op de Zwarte Dijk. De vijzelmolen (met de kurkentrekker-achtige schroef die met een draaibeweging het water ‘opslurpt’) is in 1584 uitgevonden door Simon Stevin. (Zie foto boven)

Als ik de deur van mijn huis uitstap, (mijn huis is ontworpen door architect Willem Maarse en in 1929 gebouwd door bouwvakkers die er ook niet meer zijn), beland ik op de uit dode plantenresten bestaande polderbodem. Ik stap in mijn auto waarvan Gottlieb Daimler (overleden in 1900) de belangrijkste uitvinder is geweest; de benzine is gemaakt van aardolie, die miljoenen jaren geleden uit de resten van organisch leven is ontstaan.

Ik ga naar Albert Heijn, in 1887 in Oostzaan opgericht; in 1952 werd in Schiedam de eerste zelfbedieningswinkel geopend – de drijvende kracht achter dit supermarktsysteem was de zoon en naamgenoot van de oprichter Albert Heijn, die leefde van 1927 tot 2011.

Ik koop wat blikjes pils, een biersoort die in 1842 voor het eerst werd gebrouwen door de Beierse bierbrouwer Josef Groll in de Tsjechische stad Pilsen. En brood – de eerste fabrieksbakkerij kwam tot stand in 1856 op initiatief van de Amsterdamse arts en filantroop Samuel Sarphati (1813-1866). De camembert die ik erbij eet, is voor het eerst bereid aan het eind van de 18de eeuw in Normandië, en de salami, waar ik ook gek op ben, wordt sinds de jaren twintig door Nederlandse slagers aangeboden.

Naschrift:
Dit is een Pennenstreek die ik een paar jaar geleden maakte, maar die toen – waarschijnlijk omdat er zich plotseling iets actueels aandiende – niet werd gepubliceerd. Nu ik het teruglees, vind ik het zonde om weg te gooien.

Eén reactie

  1. Soms zijn dingen die je lang laat liggen erg mooi als je het weer ziet of leest zo ook deze Pennenstreek.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *





banner_martinez
adv desiree klein
mjk-advies
LJ-de-Vries
S4H
adv flower art 1
historische tuin
adv zorggroep aelsmeer
banner_martinez
adv desiree klein
mjk-advies
LJ-de-Vries
S4H
adv flower art 1
historische tuin
adv zorggroep aelsmeer