Door: Ilse Zethof. Door het stoppen van Kudelstaarter Paul Bras als mijn medecolumnist, kreeg ik onlangs van hoofdredacteur Arjen de vriendelijke waarschuwing dat ik nu de enige ben die Kudelstaart als columnist vertegenwoordigt op dit mediaplatform. Een zware verantwoordelijkheid. Het lot van ons dorp rust nu blijkbaar een beetje op mijn schouders. Geen druk verder, maar ik zal mijn best doen. Hoewel ik hier als Brabantse niet geboren en getogen ben, voel ik me na ruim dertig jaar inmiddels toch ook een ambassadeur van de ‘Parel aan de Poel’, zoals ons dorp vaak liefdevol genoemd wordt. “Ik ben een Kudelstaarter en ik ben er groos mee.” Ik hoop dat ook ik dit inmiddels mag roepen van de ‘die hard’ Kudelstaarters….
Ik vind wel dat ons mooie dorp regelmatig tekort wordt gedaan. Soms wordt er wat meewarig over gesproken, soms lijkt het zelfs een beetje vergeten te worden. Dat is al vaker geroepen door trotse Kudelstaarters, maar ik vind dat we hier toch aandacht voor moeten blijven vragen. Of het iets verandert? Waarschijnlijk niet, maar ook ik blijf het proberen.
Je hoort regelmatig opmerkingen, vooral van Aalsmeerders, die zeggen dat ze nog niet dood gevonden willen worden in Kudelstaart. Sommigen noemen het zelfs het afvoerputje of het aanhangsel van Aalsmeer. Alsof we een vergeten achtertuin zijn waar de gemeente af en toe nog eens naar omkijkt. Onzin, wat mij betreft. Kudelstaart is gewoon een fijne plek om te wonen. Misschien een beetje kneuterig hier en daar, maar juist dat heeft zijn charme. Wie behoefte heeft aan drukte, files en parkeerproblemen kan die prima ergens anders vinden. Hier groeten mensen elkaar nog op straat. En als je iets heftigs meemaakt of ergens een fout maakt, weet het halve dorp dat ook meteen. Dat dan weer wel. Maar eerlijk is eerlijk, bijna iedereen vindt zijn of haar eigen woonplaats toch de mooiste van de wereld? En laten we toegeven, het is ook gewoon een nationale hobby om af en toe lekker te zeuren over andere plaatsen. Prima hoor. Wees maar lekker trots op je eigen dorp of stad, maar gun anderen hetzelfde plezier.
Uiteraard valt er ook in Kudelstaart genoeg te mopperen. Ik zucht regelmatig als ik weer door de drukte moet of om moet rijden vanwege de langdurige afsluiting van de Kudelstaartseweg. En waarschijnlijk krijgen we bij ons in de buurt straks ook nog een flinke dosis bouwverkeer en daarna extra drukte door de nieuwe woonwijk. Maar tegelijkertijd snap ik ook waarom het gebeurt. Als je ergens wilt wonen, moeten er uiteindelijk ook huizen komen. En juist ik roep dat Kudelstaart zo mooi is om te wonen, dus ik mag niet zeuren.
Wie iets dieper in de geschiedenis duikt, ontdekt trouwens dat Kudelstaart veel meer is dan een buitenwijk van Aalsmeer. Ons dorp heeft een eigen verhaal. Sterker nog, Kudelstaart had eerder een naam dan Aalsmeer. Het dorp lag ooit zelfs deels in Holland en deels in Utrecht. Best bijzonder voor een plaats die door sommigen nog steeds wordt gezien als dat nietszeggende gehuchtje. Pas in de negentiende eeuw werden die gebieden stap voor stap bij Aalsmeer gevoegd. Kudelstaart ontstond dus niet dankzij Aalsmeer. Je zou eerder kunnen zeggen dat Aalsmeer er een mooi stuk dorp bij kreeg met een rijke historie.
En dan nog een aardig historisch feitje wat veel mensen niet weten. Kudelstaart had ooit iets wat Aalsmeer nooit heeft gehad: een vliegbasis voor watervliegtuigen. Terwijl elders nog vooral over weg en water werd gereisd, stegen hier gewoon vliegtuigen op vanaf de Westeinderplassen, met als basis de jachthaven. Het heeft niet lang bestaan doordat de Tweede Wereldoorlog uitbrak en de Duitsers het ontdekten, maar toch. Niet veel dorpen kunnen zeggen dat ze een eigen watervliegveld hebben gehad.
Buurman Aalsmeer is groter, drukker en economisch misschien belangrijker. Maar Kudelstaart heeft iets wat je niet in cijfers kunt uitdrukken: een sterke dorpsziel. Wie hier woont kent de gezichten van het schoolplein, uit de winkels, langs de sportvelden en bij de dorpsactiviteiten. Denk aan de evenementen van de Pretpeurders, die voor het dorp een belangrijke verbindende factor zijn. De unieke Veiling Kudelstaart voor Kudelstaart en feestweek in juni en noem maar op. Of aan Restaurant Oevers, de Ruif of Café Op de Hoek, waar je vrijwel nooit binnenloopt zonder iemand tegen te komen die je kent. De kans dat je ongemerkt een drankje drinkt, is niet zo groot, maar wel gezellig. Dat maakt Kudelstaart bijzonder. Het is groot genoeg om alle belangrijke voorzieningen te hebben, maar klein genoeg om elkaar nog te kennen. In een tijd waarin veel steeds anoniemer wordt, is dat misschien wel een van de meest waardevolle voorzieningen die er hier zijn.
Natuurlijk, Kudelstaart hoort bestuurlijk bij Aalsmeer. Dat is nu eenmaal zo. Maar historisch gezien geldt net zo goed dat Aalsmeer ooit Kudelstaart erbij kreeg. En sommige huwelijken blijven, zelfs na ruim tweehonderd jaar, gewoon een verbintenis tussen twee sterke persoonlijkheden. Laten we daarom vooral genieten van elkaars mooie kanten. Aalsmeer mag best trots zijn op Aalsmeer. Maar wij mogen minstens zo trots zijn op Kudelstaart. En dat zijn we en blijven we ook!
Ilse Zethof is communicatieadviseur, tekstschrijfster en één van de oprichters van AalsmeerVandaag. Vanuit Brabant door de liefde in Kudelstaart beland en ingeburgerd. Eigen bureau én in dienst bij Ons Tweede Thuis. Sociaal en open type met zwak voor kinderen en gehandicapten. Doet veel vrijwilligerswerk.


















/LJ-de-Vries.png)





Eén reactie
Mooi stuk Ilse! Ik heb ook gelezen dat Kudelstaart eeuwenlang langs de belangrijkste route van Amsterdam naar Leiden lag en daarmee dus ook centraler was dan Aalsmeer. Ik zit wel meer aan de andere kant van het huwelijk en zal me eerder hard maken voor Aalsmeer dan voor Kudelstaart, maar ben heel blij met het huwelijk. Een beetje kibbelen tussen echtgenoten hoort erbij, maar uiteindelijk heb je elkaar toch voor het leven gekozen en steun je elkaar ‘in voor en tegenspoed’!