Door: Paul Bras. In ons dorp, bij de sportvelden en de skeeler/schaatsbaan, staat de sportschool van Basic-Fit. Ik heb al vele jaren lang een abonnement op deze sportschool en ik bezoek deze met grote onregelmatigheid. In de zomer sport ik graag buiten, in de winter neem ik me altijd voor om naar de sportschool te gaan. Dat voornemen lukt de ene keer beter dan de andere keer, misschien herkent u zich in dat patroon. De wil is er wel, het vlees is zwak. Een reden des te meer om daar bij Basic-Fit iets aan te doen.
Omdat ik er heel onregelmatig kom (het is wel gebeurd dat ik er lange tijd niet te vinden was) zie ik mezelf meer als donateur van deze club. Hoe noem je anders iemand die geld uitgeeft aan een institutie zonder er gebruik van te maken. Dom hoor ik u zeggen, zo kun je het ook noemen inderdaad. Bij het woord donateur moet ik onwillekeurig denken aan het pleidooi van Peter Pannekoek tijdens de afgelopen oudejaarsconference. Hij wist te vertellen dat de eigenaar van Basic-Fit een flinke donatie had gedaan aan de VVD om daarmee invloed te kopen op besluitvorming rond sportscholen. Eigenlijk gewoon slim ondernemerschap. Basic-Fit ziet een kans om winstgevender te opereren, wat is daar mis mee. Dat dit gedrag wat ethische bezwaren oproept over het beïnvloeden van de politiek en dat er politieke partijen zijn die daar in meegaan wordt tegenwoordig gezien als links deugneusgeleuter. Zo’n ondernemer creëert daar banen mee en jaagt de economie aan.
Maar daar wil ik het niet over hebben. De sportschool zie ik namelijk als een mooi sociaal experiment. Iedereen die daar komt heeft zijn eigen reden en dat is leuk om te zien. Je hebt de hardcore bodybuilder die zijn halters lift voor een spiegelwand. Op de loopband wandelen mensen terwijl ze druk met elkaar in gesprek zijn. In de hal staan tafeltjes en stoelen waar regelmatig een groep oudere mensen gezellig aan de klets zijn met een kopje koffie. Dat vind ik grappig. Bij café op de Hoek is het gezelliger en je hoeft geen abonnement te nemen om van een kop koffie te genieten. Maar dan ga ik voorbij aan de psychologie van de sportschool. Het is namelijk een geweldige plek om af te spreken om gezamenlijk te sporten. Ook als het sporten ondergeschikt is aan de gezelligheid. Het gaat toch om het idee dat je goed bezig bent. Onlangs zag ik een jongeman onderuitgezakt op zijn fatbike aan komen rijden. Echt trappen was niet nodig. Even later zat hij op een hometrainer in precies dezelfde houding, ietwat onderuitgezakt, geobsedeerd door wat hij zag op zijn mobiel. De enige verhoging van zijn hartslag kwam van het filmpje op Tiktok. En als ik naar mezelf kijk, hardlopend op de loopband, of fietsend voor een televisiescherm, dan dringt zich de metafoor op van de hamster die in zijn kooitje in zo’n looprad aan het rennen is. Zweten doe ik wel, maar ik schiet geen meter op. Of toch wel? Mijn conditie gaat erop vooruit en het verval van mijn lijf verloopt wat trager. Misschien is wel het belangrijkste dat ik denk goed bezig te zijn. Na afloop ben ik altijd heel blij dat ik gegaan ben. En petje af voor alle mensen die daar iedere keer toch weer aan het sporten zijn. Fijn dat er een sportschool is in Kudelstaart
Paul Bras is een geboren en getogen Amsterdammer die nooit gedacht had ooit een Kudelstaarter te worden. Totdat zijn woonplaats een café kreeg, toen was hij om. Zou zelfs van de daken kunnen schreeuwen dat hij daar ‘groos’ mee is. Muzikaal talent maar dat schreeuwt hij dan weer niet van de daken. Bescheiden en zachtmoedig.













/Muller.jpg)




/LJ-de-Vries.png)





Eén reactie
Volgens Midas Dekkers (‘Lichamelijke oefening’, uitg. Olympus, 2009) is een sportschool ‘de enige school waar je niks leert’…
https://www.cultuur247.nl/midas-dekkers-lichamelijke-oefening/