Door: Joop Kok. (Beschouwing) Is er in Aalsmeer wel Architectuur te vinden? Voorzitter Adrie Kraan gaf in zijn inleiding aan dat een aantal leden van fotogroep Aalsmeer die vraag stelden toen hij dit thema aan hun voorlegde. Wethouder Sybrand de Vries gaf in zijn openingswoord aan dat een dergelijke vraag hem verraste. Hij kende nog vele andere gebouwen die voor hem zeker de moeite waard zijn om gefotografeerd te worden.
Een verschil in opvatting waar ook landelijk voorbeelden van zijn te vinden. Zo verscheen er op 29 juni 1995 in het NRC van Bernard Hulsman het volgende artikel: Een cursus twintigste eeuws bouwen: Toonzaal Aalsmeer. Hij stelde daarin het volgende: “Maar wat Aalsmeer werkelijk uniek maakt, is dat in geen enkel dorp in Nederland de architectuur-geschiedenis uit het Interbellum zo goed is te volgen. De oorlog tussen de stijlen, de strijd tussen het Nieuwe Bouwen en het traditionalisme heeft hier zijn sporen nagelaten. Aalsmeer is een openluchtmuseum van de tussenoorlogse architectuur.”
‘In Aalsmeer niet veel te beleven’
Maar wie, behalve Bernard Hulsman, weet dat? Rik Zaal in ieder geval niet. In de reisgids ‘Heel Nederland’ wordt, vanwege het verkeer in en om Aalsmeer, een bezoek niet aangeraden. “Ook is er voor de reiziger niet veel te beleven. Wel ligt er aan de stille kant van de Westeinderplassen een prachtige watertoren van Hendrik Sangster (1892-1971) die in de jaren ’20 en ’30 zo’n vijftien watertorens in Nederland ontwierp.” (2006, gids 1, blz 87) Elke de Rooy komt in haar masterstudie ir. H. Sangster, ingenieur-architect tot een totaal van 19, maar ja in een interview in VN van 31 oktober 2006, geeft Zaal zelf hier een verklaring voor: “reizen is als het leven zelf: afzien en veel missen.”
Meer aandacht aan aankleding
Zonder overdrijving kun je stellen dat er een algemeen gemis aan kennis is wat betreft de culturele rijkdom van Aalsmeerse gebouwen. Het is niet voor niets dat de wethouder aangaf dat er nog zo veel meer is. Tegelijkertijd vraag ik me dan af waarom hij dat niet van tevoren met de fotogroep heeft besproken? Er is een lokale erfgoedcommissie met zeer veel kennis over de architectuur van Aalsmeer. Die zou zonder meer bereid zijn geweest om hun kennis te delen. Niet alleen in de zoektocht naar wat er aan architectuur is, maar ook in het geven van informatie, inspiratie en intrigerende anekdotes.
Mocht er nog een vervolgtentoonstelling komen, zo gaf de wethouder aan, dan hoopte hij wel dat er meer aandacht zou worden besteed aan de aankleding en wijze van exposeren. Opnieuw de vraag waarom is daar niet van tevoren over gesproken? Bovendien is het inrichten van een tentoonstelling een vak op zich en heb je goede expositiewanden nodig om in zo’n grote ruimte als de Burgerzaal overeind te blijven. Met die donkerblauwe vouwwandjes die er nu staan, red je dat niet.
Ondanks de gemiste kans om de ‘Architectuur in Aalsmeer’ op de kaart te zetten zijn de foto’s het waard om even ‘een ommetje’ te maken. Hierbij een kleine preview van wat er te zien is. De teksten verschillen wel met die van op de tentoonstelling.
Raadhuis Aalsmeer
Johannes Fake Berghoef, 1962
Fotograaf: Erik de Rijk
Zowel in verschijningsvorm als in plattegrond bracht het nieuwe denkbeelden over democratie en openbaarheid samen. Er zijn thema’s en verwijzingen naar zowel moderne als traditionele elementen, de klassieke architectuur uit de oudheid en de renaissance in Toscane. Een gelaagdheid die vooral een onbevooroordeelde kijk op (historische) bouwstijlen vergt. Deze nuance was in het naoorlogse architectuurdebat ver te zoeken. Niet verrassend dus dat het gebouw uiteenlopende reacties opriep. Voor de critici van toen een reden om hem een traditionalist te noemen, voor de critici van nu vormt de verwevenheid van tijden en stijlen juist de moderniteit van het gebouw: niet eenduidig maar pluriform. Samen met het vernieuwende programma en de voor die tijd revolutionaire – uit Scandinavië geïmporteerde – plattegrond, een voor die tijd zeer bijzonder gebouw. (Steenhuis Meurs, 2010)
Woonhuis Suermondt 1924-1925, Stommeerkade 64
Duiker (1890-1935), B. Bijvoet (1889-1979)
Fotograaf: Adrie Kraan
Voor zij dit woonhuis ontwierpen bouwden Duiker en Bijvoet in baksteen en lieten zij zich inspireren door Berlage en de Amerikaanse architect Frank Lloyd Wright. ‘Midden jaren twintig raakte Duiker in de ban van Le Corbusiers machine-esthetiek en maakt zijn werk een snelle wending. In de plaats van de Wrightiaanse, huiselijke baksteenarchitectuur kwam het kale, minimalistische bouwen met beton, staal en glas, waarmee Duiker in gebouwen als Zonnestraal en de Cineac-bioscoop in Amsterdam zijn voorbeeld Le Corbusier in radicaliteit overtreft.
De constructie van het huisje was minimaal, misschien wel te, al snel werd het asfaltdak vervangen door dakpannen en werden de buitenmuren bedekt met wit pleisterwerk. In 1987 heeft de toenmalige eigenaar het huis volledig laten restaureren.
De Naai en Knipschool 1929, Hadleystraat 55
Jan Gerko Wiebenga (1886-1974)
Fotograaf: Ellen Maas
Een ontwerp van Jan Gerko Wiebenga, de ingenieur wiens MTS in Groningen uit 1922 (ism L.C. van der Vlugt) wel wordt beschouwd als het eerste functionalistische bouwwerk in Nederland. Was Duiker de profeet van het Nieuwe Bouwen, Wiebenga was de apostel. Samen ontwierpen zij de Nirwanaflat in Den Haag (1927-1930).
De school bestaat uit een zichtbare draagstructuur met gevelkolommen, randbalken, overstekken, heldere rode bakstenen en geverfde stalen puien. Grote dakoverstekken en doorgaande glasstroken benadrukken het horizontale karakter. Het openhouden van de hoeken doet de massa in zijn omgeving oplossen.
In 1928 werd Wiebenga benoemd tot directeur van Gemeentewerken van Aalsmeer. Hij was toen zeer optimistisch over de mogelijkheden van het Nieuwe Bouwen in het dorp. De Aalsmeerder was, zo schreef hij, “niet langer de traditionele boer op klompen, maar de koene internationale zakenman die geen enkel middel van moderne techniek en kunst versmaadt als het gaat om zijn bedrijf – zijn huis en hof.” Toch hield Wiebenga het maar drie jaar uit als directeur van Gemeentewerken en veel heeft hij niet veel gebouwd: nog een school, gerestaureerd in 1989, en een woonhuis voor de familie Wentzel. Zoveel moderne Aalsmeerders waren er blijkbaar niet. Toen Wiebenga in 1930 vertrok, rouwde Aalsmeer niet echt. Het was goed dat hij directeur Gemeentewerken in Zwolle werd, schreef de Aalsmeerder Courant, “omdat, nu de achterstand nagenoeg is ingehaald, de visie van deze vooruitstrevende ingenieur te ver gaat voor onze kleine gemeente”. (Bernard Hulsman 29 juni 1995)
Parkmeer, Burg. Hoffscholteweg 1-01 tm 1-09, 2022
NOW-A Design
Fotograaf: Margot Aartman
Met steile zadeldaken, donkere houten gevels en hoge verticale ramen doen deze gebouwen denken aan de karakteristieke schuren en loodsen uit het Aalsmeerse tuinbouwgebied.
Zonnehuis Calslagen1989, Herenweg 85
Joop Kok
Fotograaf: Anton Kuckartz
Bij het bekijken van de expositie zag ik ineens een foto van het zonnehuis dat ik zelf heb ontworpen. Mijn naam stond er niet bij en het verhaal klopte maar deels, toch voelde ik me gevleid. De vorm van de woning is bepaald door de gerichtheid op de zon en de wens om dat zo duidelijk mogelijk te laten zien. Het moest meer de associatie van een op de zon gerichte sculptuur oproepen dan het beeld van een woonhuis.


















/LJ-de-Vries.png)




