Column: ‘De Wandeling’

(Foto: pexels)

Door: Belle Fleur. Op een vroege maandagmorgen hoorde ik het rinkelende geluid van mijn wekker, die mij als vanouds het bed uitjoeg. Ik realiseerde mij nog net op tijd dat ik een vrije dag had. Uit mijn transistor radio klonk het bronzen stemgeluid van de dienstdoende radioreporter die de meest verschrikkelijke berichten over dood en verderf mijn kamer in slingerde.

Ondank dit alles, zag ik door een kier van het gordijn, dat het een mooie dag dreigde te worden in Aalsmeer. Broze zonnestraaltjes probeerden dapper door het wolkendek heen te komen. De hemel ging open. Engelen zongen met zachte stem hun lied. De bomen stonden onschuldig te dampen in de zon.

Op de achtergrond hoorde ik het ochtendconcert van de merels in mijn tuin. Een perfecte dag eigenlijk. Een dag, die smeekte om een verhaal.

Ik kreeg zin in een ferme wandeling. Wat hield mij tegen? Ik stapte in mijn auto, reed richting Amsterdamse bos, voor de ouderen onder ons: ‘richting Bosplan’. De Oosteinderweg bleek op diverse plaatsen opgebroken te zijn. Ik had het kunnen weten. Het begon al goed.

Toen ik het bos inreed, stootte ik al snel op het volgende obstakel. Een bord met tekst ‘rechts af voor het Vunzige Deuntjes Festival’, voor diegene die daar naar op zoek waren. Nooit van gehoord. Gebrek aan mijn muzikale opvoeding? Hier werd ik vrolijk van. De toon was gezet.

Ik reed nog een stukje door, parkeerde mijn auto en snoof de frisse buitenlucht op. In de verte zag ik een klein geel koffietentje staan en besloot in het zonnetje op het terras een kop koffie met zelf gebakken appeltaart te gebruiken. “Doe het niet! Goor!” zou mijn tienjarige kleinzoon zeggen.

Desondanks ontspon zich een interessant gesprek met een mede-terrasganger. Een aantrekkelijke veertiger, een grachtengordeltype. Hij nam een zware tas van een zojuist gearriveerde dame over. ik hoorde hem  tussen zijn tanden door sissen: “Jezus, is het haar wel?”. “Wat heeft ze met haar haar gedaa​n?” Ik wachtte het antwoord niet af en stapte op. Ik zal het dus nooit weten.

De koffie was goed.

Op een paar meter afstand, zag ik een paar honden bezig voor het nageslacht te zorgen. Ze maakten de aloude beweging, waar ik voor het eerst van hoorde tijdens een sketch voor de Vara radio van Willem Parel, alias Wim Sonneveld, waarin hij wekelijks de seksuele problemen van de orgelman besprak. Maar dat is lang geleden. Een kleinzoon aan de hand van zijn opa vroeg wat de hondjes nou eigenlijk aan het doen waren. Opa legde geduldig uit, dat het ene hondje zand in zijn oogjes had en het andere hondje hem naar huis duwde. Een grap, dit keer met dank aan onze onvolprezen Wim Kan. Heeft u dat nou ook, dat u op zo’n moment denkt: Vroeger was alles beter. Nee toch? In ieder geval vrolijker! Dat nou weer wel.

Even later vlogen de twee honden elkaar blaffend naar de strot. De eigenaar van het kleinste hondje gaf een krachtige ruk aan de lijn, waardoor hij strak kwam te staan en zei met zachte stem: “Nooit meer doen, hè?” Ik zag het hondje denken: ”Ik kan niets beloven…”

Belle Fleur houdt van de natuur, van wandelen, van buiten zijn. Elke dag. Bloemen spelen een belangrijke rol in het dagelijks leven. Erover schrijven ook. Zingen, schilderen en lezen maken het leven compleet. Een Aalsmeerse in hart en nieren.

2 reacties

  1. Wat lief en aardig , jouw reactie op mijn column, het maakte mij blij . Bellefleur

  2. Wat een grappige en beeldende anekdote, met duidelijk en beschaafd taalgebruik. Ik lees je graag.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *